Arend Jan Boekestijn

‘Recep Tayyip Erdogan, een onbetrouwbare bondgenoot’

Door Arend Jan Boekestijn - 21 augustus 2014

De Turkse premier Recep Tayyip Erdogan wil dat Ahmet Davutoglu hem opvolgt als hij president wordt. Erdogan is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een autoritaire leider en een onbetrouwbare bondgenoot.

Na twaalf jaar premierschap is het presidentschap de enige manier voor de Turkse premier Recep Tayyip Erdogan om nog een decennium te heersen. Vorige week wist hij de presidentsverkiezingen te winnen. Aangezien zijn binnenlandse en buitenlandse politiek in de afgelopen jaren ronduit rampzalig is geweest, is er weinig reden tot vreugde.

De Turkse president heeft voornamelijk ceremoniële bevoegdheden. Erdogan wil nu de ‘slapende’ uitvoerende bevoegdheden tot leven wekken. Zo wil hij het kabinet bijeen gaan roepen en zelf een leidende rol spelen als direct gekozen vertegenwoordiger van de nationale wil. Critici vrezen een autoritair bewind dat zich van niemand meer iets aantrekt.

Hervormer

Ondanks anti-regeringsdemonstraties, corruptieschandalen en een uit de hand gelopen strijd met de religieuze leider Fethullah Gülen beschouwen veel Turken Erdogan nog steeds als de grootste hervormer sinds Mustafa Kemal Atatürk, de stichter van de moderne republiek. Onder Erdogans bewind bloeide de economie en wist hij conservatieve religieuze arbeiders en de middenklasse te inspireren die door zijn seculiere voorgangers als tweederangsburgers werden behandeld.

Als premier wist Erdogan zijn greep op de krijgsmacht, de pers, de rechterlijke macht en de politie te verstevigen. Als president tekenen zich de contouren af van een Turkse Poetin die in tegenstelling tot de Russische versie wel lid is van de NAVO.

Het Midden-Oosten staat in vuur en vlam. De jihadisten van ISIS zaaien dood en verderf in Syrië en Irak. De raketten van Hamas dwingen Israël tot een interventie in Gaza die moslims, ook in Europa, met haat vervult. Intussen continueert Iran zijn kernwapenprogramma.

Jihadisten

Deze drie brandhaarden zijn nog verder opgestookt door de politiek van Erdogan. De ISIS-crisis hangt onlosmakelijk samen met de opengrenspolitiek van Turkije. De afgelopen twee jaar was Erdogan bereid om wapens en strijders door te laten naar Syrië. Buitenlandse jihadisten maakten dankbaar gebruik van de Turkse route naar Syrië.

Wapens en geld werden op grote schaal gesmokkeld en jihadisten konden zelfs rekenen op medische verzorging in Turkije. Erdogan beweerde dat zijn steun niet in verkeerde handen kwam, maar talloze rapporten van onder meer Human Rights Watch en Europol bewezen het tegendeel. Vandaag is Turkije voor Syrië wat Pakistan was voor Afghanistan in de jaren negentig, zo claimde een Noorse denktank.

Er gaan ook hardnekkige geruchten dat Ankara tegenwoordig als hoofdkwartier fungeert van de Palestijnse terreurbeweging Hamas. Een van de belangrijkste leiders, Saleh al-Aruri, opereert vanuit Turkije met steun van de regering in Ankara. Hij zit er al sinds 2012, toen Hamas Damascus verliet uit protest tegen Assads moordpartijen op soennieten.

Het is een raadsel waarom Erdogan hem in Ankara zijn gang laat gaan. Saleh richt zich vooral op de Westelijke Jordaanoever, waar hij de Qassam-brigades aanstuurt en vermoedelijk een nieuwe intifada wil starten. Erdogan ontvangt hem geregeld en probeert zich samen met de emir van Qatar op te werpen als bemiddelaar in het conflict in Gaza.

Sancties

Ook ten aanzien van Iran speelt Erdogan een dubieuze rol. Terwijl de Verenigde Staten de mondiale financiële druk op Iran zo hoog mogelijk willen houden om Teheran te dwingen zijn atoomprogramma te ontmantelen, ontdook een van de Turkse staatsbanken, Halk Bank, de sancties, door Iraans gas te kopen in ruil voor goud. Aangezien de Amerikaanse president Barack Obama zat te slapen, wist Teheran op deze manier 13 miljard euro in goud te verwerven, totdat het lek in 2013 werd gedicht.

Eind 2013 werden zelfs nieuwe illegale goudtransacties opgespoord met een omvang van 87 miljard euro. Met andere woorden: toen de wereld Teheran de duimschroeven aandraaide, was Turkije bereid om de druk op Teheran te verlagen op een cruciaal moment in de nucleaire toekomst van Iran.

Inmiddels heeft Erdogan spijt van zijn steun aan ISIS. Nu hij beseft dat hijzelf mede een monster heeft gecreëerd, is hij anders gaan denken over Koerdistan. Hij was al bereid om de Turkse Koerden te paaien met integratieprogramma’s. De indrukwekkende opmars van ISIS heeft hem er nu ook van overtuigd dat een onafhankelijk Koerdistan een ideale bufferstaat is om jihadisten tegen te houden.

Waarom beschermt Den Haag eigenlijk zo’n onbetrouwbare bondgenoot met Nederlandse Patriot-raketten?

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.