Afshin Ellian Afshin Ellian

De strijd in het Midden-Oosten is een oorlog zonder einde

Door Afshin Ellian - 01 oktober 2014

Het Midden-Oosten bevindt zich in een sacrale cirkel van geweld. De dwaze leiders zien in eventuele vrede ‘een gifbeker’.

Het Midden-Oosten rolt van de ene oorlog in de andere. Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw verkeert het gebied in een diepe crisis.

Nooit hebben de olieproducerende landen zo veel geld kunnen verdienen als in de afgelopen decennia. Alleen al Iran heeft gedurende het presidentschap van Mahmoud Ahmadinejad ruim 800 miljard dollar verdiend met olie.

Met de olie-inkomsten konden de olieproducerende landen het welvaartsniveau van de bevolking aanzienlijk vergroten. Toch heersen in het Midden-Oosten armoede, culturele achteruitgang, etnische en religieuze conflicten. Tijdens de verwoestende oorlog tussen Irak en Iran werd een nieuwe traditie geboren in het moderne Midden-Oosten: de oorlog zonder einde.

Gifgas

Onder leiding van Saddam Hussein viel Irak op 22 september 1980 Iran aan. De Iran-Irak-oorlog werd de laatste klassieke oorlog uit de twintigste eeuw: een loopgravenoorlog met uiteindelijk de inzet van gifgas. Deze oorlog kon binnen twee jaar worden beëindigd.

Na de bevrijding van enkele belangrijke Iraanse steden was Saddam bereid tot een vredesregeling. Hij trok zijn troepen terug uit de meeste gebieden. En de Golfstaten waren bereid om de Iraanse regering te vergoeden voor de aangerichte schade door Saddam Hussein. Ze waren doodsbang voor de toename van radicalisering in het hele Midden-Oosten.

Fitna

De Iraanse leider imam Khomeini keerde zich tegen elke vorm van vrede met Saddam Hussein. Het ging niet om Saddam of om de soennieten, maar om de ideologische strijd.

In zijn toespraak legde Khomeini uit dat zij volgens de Koran verplicht zijn om tot het einde van de Fitna in de wereld te strijden: ‘Strijd tegen hen totdat er geen Fitna meer is en de godsdienst alleen tot Allah behoort’ (Koran, 2:193).

Hij voegde eraan toe dat hij slechts vraagt om te strijden voor het verwijderen van Israël en de Arabische handlangers van Israël in het Midden-Oosten. De oorlog moet doorgaan tot de bevrijding van Jeruzalem, opperde Khomeini.

Landverrader

Daarom verplaatste hij het front van Iraans grondgebied naar Irak. Vanaf dit moment eindigde de Iraanse patriottistische oorlog. Alle politieke groeperingen – van liberaal tot links – verzetten zicht tegen de voortzetting van de oorlog.

En precies om die reden werden de politieke groepen die nog niet waren verboden, keihard aangepakt. Iedereen die het niet eens was met Khomeini, werd gezien als landverrader. Er was slechts ruimte voor één partij: die van de aanhangers van Khomeini.

De oorlog met Irak zou in Khomeini’s strategie de weg vrijmaken voor de bevrijding van Jeruzalem en de vernietiging van Israël. In deze militaire strategie namen nog twee andere landen een belangrijke plaats in: Libanon – vooral Zuid-Libanon – en Syrië.

Vernietiging van Israël

Nog steeds zien we de werking van deze strategie in het beleid van de huidige leider van Iran, Ali Khamenei: Teheran breidt zijn invloed uit in Irak, en Damascus en Zuid-Libanon worden op alle mogelijke manieren gesteund.

De militaire strategie van Iran werd gevormd rond het idee van de vernietiging van Israël. Daarom zette Khomeini de oorlog, die daarna nog zes jaar duurde, voort. En dat was de reden voor de Amerikaanse president, Ronald Reagan, om Bagdad te voorzien van satellietfoto’s.

Geschenk uit de hemel

Washington wilde verhinderen dat Iran onder leiding van Khomeini de oorlog zou winnen. Eigenlijk steunden de Sovjet-Unie en Frankrijk eveneens de gedachte dat Teheran onder geen beding de oorlog mocht winnen.

Moskou en Parijs leverden – in tegenstelling tot de Verenigde Staten – geavanceerde wapens aan Bagdad. De oorlog werd een nachtmerrie. Er vielen aan beide zijden honderdduizenden doden. Desondanks noemde Khomeini de oorlog een geschenk uit de Hemel.

Door de staatsmedia en moskeeën werd systematisch propaganda gemaakt voor het martelaarschap; het echte leven was niet meer in deze wereld. Daarmee werd de doodscultus in het moderne Midden-Oosten geïntroduceerd. Deze cultuur verspreidde zich razendsnel over het hele Midden-Oosten.

Bombarderen

Langzamerhand werden de soennitische concurrenten van Teheran geboren. Ook zij wilden de vernietiging van het Westen, Israël en de afvallige regimes. Vervolgens echter moeten de soennitische en niet de sjiitische regels worden toegepast.

Saddam zette gifgas in tegen de Iraanse troepen en hij begon ook de grote steden van Iran te bombarderen, om zo Khomeini tot een vredesregeling te dwingen. En dat gebeurde uiteindelijk.

De afgelopen jaren zijn verschillende documenten openbaar gemaakt, onder anderen door oud-president Hassan Rafsanjani, waaruit blijkt dat de toenmalige politici en militairen aan Khomeini hadden gevraagd om een einde te maken aan de oorlog: het geld was op en ook was de bereidheid tot martelaarschap drastisch afgenomen. Dollars en de kanonnenvlees waren op.

Sacrale cirkel

Bij de aanvaarding van wapenstilstand schreef Khomeini aan het volk dat hij deze ‘gifbeker’ met tegenzin gaat leegdrinken. Khomeini noemde de vrede een gifbeker.

Khomeini bracht een destructief politiek concept in het moderne Midden-Oosten: oorlog zonder einde, de strijd tegen het kwaad tot het einde der tijden. Het concept van oorlog zonder einde werd overgenomen door andere radicalen. Van de ene oorlog rollen ze er nu in een andere oorlog.

De sacrale cirkel van geweld kent geen einde meer. De oorlog als een politiek fenomeen maakte plaats voor de jihad als een godsdienstig concept.

De dwazen zien in vrede een gifbeker.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.