Simon Rozendaal

Ebola: geen reden voor paniek, wel om West-Afrika te helpen

Door Simon Rozendaal - 17 oktober 2014

De goede gezondheidszorg in de ontwikkelde landen staat een mondiale ebola-pandemie in de weg. Maar de overheden in West-Afrika kunnen het niet aan, dus moet de wereld bijspringen.

Deze ebola-epidemie is erger dan alle voorgaande bij elkaar. Er zijn tot nu toe bijna negenduizend mensen door het virus besmet, van wie de helft is overleden.

Nog steeds is ebola een kleine ziekte vergeleken met malaria, tuberculose, aids en diarree maar als de teller blijft lopen, kan het een ander verhaal worden. Tot nu toe zijn er weinig hoopvolle berichten uit West-Afrika.

Ja, in Nigeria en Senegal zijn al anderhalve maand geen nieuwe gevallen gemeld. Maar in de brandhaard (Liberia, Sierra Leone en Guinee) gaat het maar door. Waarom is deze epidemie zoveel erger dan voorgaande?

Niet omdat het virus zelf gemener zou zijn geworden. Sterker, het lijkt erop dat in 2014 ‘maar’ de helft van de zieken sterft, terwijl dat in sommige van de ebola-epidemieën die er sinds 1976 zijn geweest, wel 90 procent was.

Grote steden

Een belangrijk verschil is dat in voorgaande jaren de ziekte nooit verder kwam dan het platteland. Dan is een ziekte makkelijker te bestrijden, bijvoorbeeld door de bevolking te isoleren. Bij de epidemie van 2014 zijn echter ook de grote steden bereikt.

Daarbij komt dat de gezondheidszorg in West Afrika slecht is. Er zijn in West-Afrika één tot twee artsen per honderdduizend inwoners, tegen twee- tot vierhonderd in Europa en de Verenigde Staten.

Dat is ook meteen de reden waarom de ziekte in onze contreien geen epidemie zal veroorzaken. Wij hebben goed geoutilleerde ziekenhuizen met deskundige artsen en verplegers die weten hoe ze met een besmettelijke ziekte moeten omgaan. Als er een keer iets fout gaat, zoals met het ziekenhuis in het Amerikaanse Dallas waar een Liberiaanse ebolapatiënt niet goed werd behandeld, luidt overal de noodklok.

Transport

De intrinsieke eigenschappen van het virus staan een wereldwijde pandemie in de weg. Ziekten die miljoenen mensen doden hebben een transportroute gemeen die bij ebola afwezig is: zwevende vochtdruppeltjes.

Anders gezegd, het ebolavirus verplaatst zich niet door hoesten. Het is niet airborne, zoals het in rampenfilms heet. De ziekte kan slechts via bloed, braaksel, zweet, ontlasting en andere onsmakelijke manieren worden doorgegeven. Slechts zij die in direct contact komen met patiënten, raken besmet: familieleden, artsen en verplegers.

Er is dus geen reden voor paniek, maar wel om de West-Afrikaanse landen te helpen. Met artsen en verplegers, met geld om het vaccin dat in ontwikkeling is zo snel mogelijk in grotere hoeveelheden beschikbaar te hebben. Ook nu zal er weer veel fout gaan – zo bleef een container met ebola-noodhulp maandenlang ongebruikt op een kade in Sierra Leone staan omdat onduidelijk was wie de transportkosten moest betalen – maar er is geen andere optie.

De overheden daar kunnen het niet aan en dus moet de wereld bijspringen. Ook vanuit eigenbelang. De ebola-epidemie moet daar worden gestopt.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.