Fred Sengers

Monsterdeal tussen Moskou en Peking zet het Westen buitenspel

Door Fred Sengers - 16 oktober 2014

Afgelopen week sloot de Chinese premier Li Keqiang miljardencontracten in Rusland. China ziet in Rusland een belangrijke en vooral nuttige bondgenoot.

Rusland en China zijn van oudsher ideologische bondgenoten, maar toch voltrok zich eind jaren vijftig van de vorige eeuw een ‘Rood Schisma’. Het duurde een halve eeuw voordat beide landen elkaar weer vonden.

Voorteken

De liefde is opnieuw opgebloeid en heftiger dan ooit tevoren. Het feit dat de eerste buitenlandse reis van president Xi Jinping in maart 2013 naar Moskou ging was een voorteken. Sindsdien bezocht Xi de opening van de Olympische Winterspelen in Sotsji en werd de Russische president Vladimir Poetin in mei in Peking ontvangen.

Afgelopen week vloog premier Li ook naar Rusland. Hij zette zijn handtekening onder contracten ter waarde van het astronomische bedrag van 410 miljard dollar. Eerlijk is eerlijk: het grootste deel bestaat uit een leverantiecontract van Russisch gas ter waarde van 400 miljard euro waarover al eerder een akkoord was bereikt, maar nu pas de details zijn uitgewerkt.

WK voetbal

Nieuw is het contract voor de aanleg van een hogesnelheidstrein tussen Moskou en Kazan. De 770 kilometer lange verbinding moet klaar zijn in 2018, als Rusland het WK voetbal organiseert. China ontwerpt de lijn, legt hem aan, levert het materieel, gaat de lijn exploiteren en zorgt voor de financiering.

China hoopt dat Ruslands eerste hogesnelheidslijn naar meer zal smaken en dat er later ook een verbinding tussen Moskou en Sint-Petersburg kan worden aangelegd.

In totaal werden de handtekeningen onder 39 contracten gezet. China Grid gaat het Russische elektriciteitsnetwerk uitbreiden en moderniseren. Beide landen kwamen bovendien overeen om te gaan samenwerken op het gebied van satellietnavigatie, om niet meer afhankelijk te zijn van Amerikaanse systemen.

Poetin en trawanten

Rusland heeft China nodig en is gretig om zijn olie, gas en hout aan Peking te slijten. China heeft stapels cash op de plank liggen en investeert graag bij zijn noordelijke buurman. De Chinezen kijken met bewondering hoe Vladimir Poetin zich in woord en daad tegen het Westen richt.

Je kunt je daarom afvragen hoe effectief de handelssancties tegen Poetin en zijn trawanten in de praktijk zijn. Of de sancties tegen Iran – nog zo’n land waarmee China innige relaties onderhoudt.

Je leest in Nederlandse media weleens dat deze landen tot elkaar zijn veroordeeld, omdat ze in een politiek isolement verkeren. Dat is een ernstige misvatting.

Geopolitiek draait steeds meer om geo-economie. Alleen al om die reden is China een niet te onderschatten partij. Vrijwel alle landen ter wereld staan in de rij om zaken met China te doen. Soms zijn er drie staatsbezoeken per dag!

Het ‘Arrogante’ Westen

Lastige vragen worden steeds minder gesteld, naarmate de economische slagkracht van China toeneemt. Wie denkt dat China op het wereldtoneel een geïsoleerde positie inneemt, miskent dat in driekwart van de wereld wantrouwen en ressentiment regeert ten opzichte van het ‘arrogante’ Westen, dat een vrije markt propageert, maar alles doet om de eigen welvaart te beschermen en die niet te delen.

‘Er is niets wat een totalitair regime kan goedpraten,’ schreef iemand twee weken geleden onder mijn blog op deze site. Dat klinkt mooi. Ook ik gun iedere wereldburger de vrijheid en welvaart die we hier kennen. Maar de vraag is welke regering daar een prijskaartje aan wil hangen.

En trouwens, welke consument wil dat? Als wij besluiten uit ideologische overwegingen geen zaken meer met China te doen, is het gedaan met goedkope kleren, speelgoed, keukengerei, meubels en elektronica. Onze koopkracht is recht evenredig aan de misstanden die we zeggen te veroordelen.

Dat weten we allemaal, maar ik heb niet de indruk dat we bereid zijn daar veel aan te doen. Wie met zijn voeten wil stemmen, is er niet met een pakje fairtrade-koffie.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.