Ruben Brekelmans

Wie in Pyongyang is geweest weet: revolutie is ver weg in Noord-Korea

Door Ruben Brekelmans - 07 oktober 2014

Eerder dit jaar was ik met een groep Harvard-studenten in Noord-Korea. De geruchten over een coup ten spijt: we hoeven er voorlopig geen revolutie te verwachten.

De vermoedelijke ziekte van Kim Jong-un en zijn afwezigheid bij een hoogwaardig bezoek aan Zuid-Korea voeden speculaties over een coup. Een prominente dissident voorspelde recent tegenover de NOS dat het regime binnen enkele jaren zal instorten.

Eerder dit jaar was ik met 25 Harvard-studenten op studiereis in Noord-Korea. Ook spraken we met dissidenten, academici en mensenrechtenactivisten in de Verenigde Staten. De vraag die iedereen bezighoudt: is een ‘Koreaanse lente’ denkbaar? Het ontnuchterende antwoord: een revolutie is zeer onwaarschijnlijk.

Gespannen borrel

Een revolutie vereist een oppositiebeweging. Deze beweging moet zich kunnen mobiliseren, bijvoorbeeld via verenigingen, netwerken of universiteiten. Zo’n civil society bestaat niet in Noord-Korea. Er is niets buiten de partij, het leger en de overheid.

Tijdens onze studiereis mochten we bij hoge uitzondering op bezoek bij westers ambassadepersoneel. In een doorsnee ambtswoning beleefde ik de meest gespannen borrel waar ik ooit geweest ben.

Niemand wist of we wel of niet werden afgeluisterd. De diplomaten zitten met afgevaardigden van het regime om tafel, maar weten nauwelijks wie aan de touwtjes trekt. Laat staan of er sprake is van oppositie.

Strijdliederen

Aan de grens met China luisteren steeds meer mensen naar buitenlandse radiozenders en worden dvd’s het land ingesmokkeld. Maar een alternatieve ideologie ontbreekt.

In elk klaslokaal, in elke treincoupé en in elke huiskamer lachen foto’s van Kim Il-sung en Kim Jung-il naar het volk. Elk groot openbaar gebouw heeft een standbeeld van de twee leiders, waarvoor wij als gasten ook netjes moeten buigen. Op televisie zijn de hele dag alleen bloemenvelden en watervallen te zien, begeleid door propagandamuziek en strijdliederen.

In de nationale bibliotheek kreeg een van onze groepsleden de kans zoektermen in te voeren in de digitale catalogus. Adam Smith: 0 hits. Ronald Reagan: 1 hit. Karl Marx: 23 hits. Kim Il-Sung: 24.532 hits.

CIA-agent

Angst voor barbaarse straffen smoort oppositie in de kiem. Volgens Amerikaanse schattingen honderdduizend gevangenen in strafkampen, die door experts worden vergeleken met nazikampen.

Uiteraard kregen wij hier niets van mee. Onze Noord-Koreaanse begeleiders, die ons geen seconde alleen lieten, spraken luchtig over ‘herscholingsinstellingen’. Wetsovertreders gaan hiernaartoe om opnieuw de regels te leren, zodat ze een paar dagen later de maatschappij weer in kunnen.

Eenmaal toonde het regime zijn ware gezicht. Enkele medestudenten hadden gelachen bij een standbeeld van de grote leiders (een doodzonde!) en stiekem foto’s gemaakt van militairen.

Onze Koreaanse begeleider werd achter de schermen stevig aangepakt en onze Amerikaanse groepsleider (een medestudent) werd ervan beschuldigd een CIA-agent te zijn – de zwaarst denkbare aantijging, genoeg voor een enkeltje strafkamp.

De rest van de reis gedragen we ons voorbeeldig. Twee dagen later zaten we opgelucht in het vliegtuig naar Peking.

Vooruitgang

Zijn er dan helemaal geen tekenen van vooruitgang? Jawel, maar zeer beperkt. Hongersnoden zijn minder extreem dan in de jaren negentig. Luxegoederen zoals taxi’s en whiskey worden in de hoofdstad Pyongyang meer toegestaan.

Elite en middenklasse komen hierdoor vaker in aanraking met westerse geneugten. Door corruptie breiden zwarte markten zich uit. Paradoxaal genoeg draagt corruptie in Noord-Korea bij aan marktwerking, en dus aan vooruitgang.

Al deze voorzichtige tekenen van vooruitgang kunnen alleen op lange termijn een verschil maken. Noord-Korea is nog ver verwijderd van echte verandering. Een zieke Kim Jong-un verandert daar helaas niets aan.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.