Jelte Wiersma

De EU-mentaliteit: één voor allen en zoveel mogelijk voor mijzelf

Door Jelte Wiersma - 06 november 2014

Alex Brenninkmeijer, lid van de Europese Rekenkamer, vindt dat de Unie-landen een andere weg moeten inslaan. Goed idee, maar de kans dat het gebeurt, is klein.

De Europese Rekenkamer in Luxemburg presenteerde woensdag in Brussel haar accountantsrapport over de besteding van zo’n 150 miljard euro Europees geld in 2013. Dat geld wordt ingelegd door de 28 EU-landen.

Maar per saldo betalen zeven landen. Nederland en Denemarken betalen relatief het meest, de rest komt van Duitsland, Frankrijk, Italië, het Verenigd Koninkrijk en Zweden. De overige landen komen uit op nul of ontvangen geld.

Eens per zeven jaar spreken de landen af waar het geld naartoe gaat. De Europese Commissie verdeelt het, waarna de Europese Rekenkamer onderzoekt of het wel correct is besteed.

Kloof

Twintig jaar lang concludeerde de Europese rekenkamer dat dit niet zo was. ‘Waar zijn we dan mee bezig?’ vraagt de op 1 januari dit jaar begonnen Alex Brenninkmeijer zich af. Dit jaar heeft de Rekenkamer wel een goedkeuring afgegeven.

Van de 150 miljard euro is 7 miljard euro niet op correcte wijze besteed, 1,5 miljard euro is fraude. Het Europese fraudebureau OLAF onderzoekt veertien zaken.

Brenninkmeijer constateert een kloof tussen de uitgangspunten van de Rekenkamer en die van de politiek: de Rekenkamer streeft doelmatigheid van de uitgaven na, terwijl de politieke rationaliteit bestaat uit ‘meer geld en regels’. Liefst 17 procent van het budget van de Audit Dienst Rijk gaan naar de controle van het EU-geld dat naar Nederland gaat.

Bloemenpromotie

Brenninkmeijer zegt dat de landen allemaal proberen zoveel mogelijk geld uit Brussel te halen. Daardoor wordt projecten bedacht waarvan het nut twijfelachtig is. ‘Nederland krijgt geld voor bloemenpromotie.’

Hij pleit tussen de regels door voor vermindering van het Europese budget. Het geld dat overblijft, moet worden ingezet waar het de meeste impact heeft. ‘Dat is vooral in nieuwe lidstaten.’

Brenninkmeijers denkrichting is een verstandige. Het rondpompen van geld is zeer kostbaar en voedt onderling wantrouwen. Elk land pakt wat het pakken kan uit angst geld mis te lopen. Dat is een perverse constellatie.

Vaag

Maar het zal helaas niet veranderen. De netto-ontvangers zijn in de meerderheid en willen liever een hoger budget. Slechts vier landen – waaronder Nederland – waren tijdens de vaststelling van de laatste begroting voor een lager budget. Dat lukte voor het eerst: een klein wonder.

Van echte sanering is echter geen sprake. En zolang dat niet gebeurt, is het motto: één voor allen en zoveel mogelijk voor mijzelf. En dan wordt er wel eens buiten de regeltjes gewerkt. Of zoals Brenninkmeijer het zegt: ‘De verantwoording wordt met opzet vaag gehouden.’

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.