Fred Sengers

Langzaam maar zeker verdwijnen de taboes in de Chinese economie

Door Fred Sengers - 06 november 2014

De Chinese economie was lang verboden terrein voor buitenlandse investeerders. De richting die China’s leiders hebben gekozen is duidelijk: meer markt, minder overheid.

Deze week vergaderen Chinese ministers over een verdere openstelling van de Chinese economie voor buitenlands kapitaal. Het mes wordt gezet in het aantal bedrijfstakken dat tot nu toe voor niet-Chinese ondernemingen verboden terrein was.

Het aantal sectoren waarin buitenlandse investeringen niet zijn toegestaan, wordt teruggebracht van 79 tot 35. Het aantal sectoren waarin investeringen in China alleen zijn toegestaan als dat in de vorm van een joint venture met een Chinees bedrijf gebeurt, wordt teruggebracht van 43 tot 11. En het aantal sectoren waarin buitenlandse investeerders alleen een minderheidsaandeel mogen bezitten daalt van 44 naar 22.

Taboe

Sectoren die worden opengesteld zijn onder meer de staalindustrie, chemie, olieraffinage, elektronica voor de auto-industrie, de fabricage van hijskranen, aandrijftechniek, de aanleg van reguliere trein- en metroverbindingen, rederijen, e-commerce, financiële dienstverlening en winkelketens.

Het voorstel omvat bovendien een lijst met 349 sectoren waarin buitenlandse investeringen worden gestimuleerd, zoals ouderen- en gehandicaptenzorg, landbouwtechnologie, energiebesparing, groene energie en milieutechnologie. Ik noem niet voor niets de sectoren waar Nederland iets te bieden heeft.

In 1979 werd schoorvoetend een begin gemaakt met China’s ‘Open deur’-politiek. In 1995 werd voor het eerst een lijst opgesteld van sectoren die van strategisch belang werden geacht en daarom taboe waren voor buitenlandse invloed.

Sindsdien wordt de lijst elke drie jaar herzien, voor het laatst in 2011. De beperkingen voor buitenlands kapitaal nemen steeds verder af.

Strategisch

Eigenlijk zijn alleen de media, de defensie-industrie, de energievoorziening en de telecommunicatie nog beschermd – sectoren die in veel landen als strategisch worden beschouwd. Bedenk maar wat er in Nederland zou gebeuren als Chinese bedrijven zouden aankondigen de Telegraaf Media Groep of KPN over te nemen.

Politieke hervormingen zijn dan voorlopig onbespreekbaar, op economisch gebied wordt China stapje voor stapje moderner. Handelen in de yuan wordt gemakkelijker naarmate de koers zijn werkelijke waarde nadert.

In maart werd bekend dat het eenvoudiger wordt voor buitenlandse investeerders om Chinese aandelen te verhandelen. Het maximumbelang dat buitenlandse investeerders in beursgenoteerde bedrijven mogen opbouwen, werd verhoogd van 20 naar 30 procent.

In april kondigde de Chinese overheid aan dat private investeerders uit binnen- en buitenland mogen participeren in tachtig projecten die tot nu toe waren voorbehouden aan staatsbedrijven.

Het gaat om de aanleg van spoorwegen, havens, datacommunicatienetwerken, (petro)chemische industrie, olie- en gasleidingen en duurzame energie, zoals windmolenparken en stuwdammen.

Tegenstand

Het gaat de Chinese overheid niet alleen om het aantrekken van vreemd kapitaal om de groeimotor aan de gang te houden, maar ook om modernisering van industrietakken te versnellen.

Buitenlandse investeerders brengen nieuwe inzichten en kennis mee. Zo is China de grootste staalproducent ter wereld, maar moet het veel hoogwaardig staal importeren omdat de eigen industrie niet over de kennis en faciliteiten beschikt om het zelf te maken.

Het lijkt een logische ontwikkeling, maar hou er maar rekening mee dat het op veel interne tegenstand kan rekenen van de Chinese staatsbedrijven, die tot nu toe zonder noemenswaardige concurrentie miljardenwinsten maakten.

De top van die staatsbedrijven krijgt trouwens zijn eigen uitdaging: in augustus werd bekend dat bestuurders voortaan ook in de private sector zullen worden geworven. Managers van buiten de overheid brengen nieuwe inzichten bij staatsondernemingen, is de gedachte, die naar verwachting marktgerichter gaan werken.

Voorzichtig

Op zichzelf zijn het muizenstapjes. Maar het is wel een gestage stroom muizenstapjes. De richting die China’s leiders hebben gekozen is duidelijk: meer markt, minder overheid.

En misschien is een voorzichtig tempo van verandering helemaal niet zo gek. ‘Hoe langer ik nadenk over de rol van de Chinese staatsbedrijven, hoe meer ik besef dat de meestbelovende weg die van geleidelijk meer concurrentie toestaan is,’ zei Klaus Rohland, landendirecteur China van de Wereldbank vorig jaar. ‘Als je bedenkt wat er allemaal mis kan gaan met hervormingen in een land met 1,4 miljard inwoners – dat is gewoon eng.’

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.