Fred Sengers

China en Nederland kunnen binnenkort zomaar buurlanden zijn

Door Fred Sengers - 11 december 2014

Nederland wordt mogelijk buurland van China. Als Venezuela een eiland afstaat aan de Volksrepubliek, ligt Bonaire maar een paar honderd kilometer verderop.

Een van de amusantste verhalen van de afgelopen week draait om Isla La Blanquilla, een schelpvormig eiland van ongeveer 64 vierkante kilometer, voor de kust van Venezuela. Het eiland is onbewoond, er is alleen een marinebasis met een landingsbaan. Het is bekend bij natuurliefhebbers, vogelaars, duikers en zeilers voor een dagtripje.

Het eiland maakt deel uit van de eilandengordel voor de Venezolaanse kust, waartoe ook de geliefde vakantiebestemming Isla Margarita behoort. Ten oosten van Isla La Blanquilla liggen de voormalige Nederlandse Antillen, met Bonaire op ongeveer 400 kilometer afstand als dichtstbijzijnde eiland. Bonaire is een gemeente van Nederland.

Zwaar weer

Isla La Blanquilla, schrijven verschillende media in Zuid-Amerika en Hongkong, is door de regering van Venezuela aangeboden als onderpand aan de Chinese overheid. Venezuela zou het eiland aan China in bruikleen willen geven om een schuld van 50 miljard dollar af te betalen.

Overigens meldde ook de Spaanstalige site van het Volksdagblad, de officiële krant van de communistische partij van China, het gerucht.

Afgelopen week was Rodolfo Marco Torres in Peking om over de schuldenlast van zijn land te overleggen. Hij is vicepremier en de hoogstverantwoordelijke voor de staatsfinanciën van Venezuela. Als gevolg van de dalende olieprijzen zit het Zuid-Amerikaanse land in zwaar weer.

Onwaarschijnlijk

Het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken ontkende het gerucht. En er zijn verschillende redenen om aan te nemen waarom het hoogst onwaarschijnlijk is dat China een eiland in Caraïben zou accepteren als betalingsmiddel.

Allereerst is er de vraag wat China met het eiland aan zou moeten. Voor zover bekend zitten er geen bodemschatten in de grond.

En voor de Chinese marine is het een beetje ver van huis om er een steunpunt te bouwen. China heeft weliswaar met bijna vijfhonderd schepen na de Verenigde Staten de op een na grootste marine ter wereld, maar het leeuwendeel bestaat uit kleinere schepen om in de kustwateren te opereren.

Binnen schootsafstand

Het zou misschien kunnen dienen als steunpunt voor de stille Jin-onderzeeërs, die met hun kernraketten tot vlak onder de Amerikaanse kust kunnen komen. Maar daarvoor ligt het eiland eigenlijk aan de verkeerde kant van Zuid-Amerika.

Chinese duikboten die binnen schootsafstand van de Amerikaanse kust willen patrouilleren, zullen dat in de Stille Oceaan doen, niet in de Atlantische Oceaan.

Er is nog een reden waarom China niet happig is op grond in ruil voor geld. Het doet hen denken aan het gedwongen afstaan van Hongkong aan de Britten en Macau aan de Portugezen, eind negentiende eeuw.

Geldnood

Toch is de hele kwestie interessant en dat heeft alles te maken met de olieprijzen. Venezuela, een olie-exporterend land, is in grote problemen gekomen door de gestaag dalende olieprijs. Het Zuid-Amerikaanse land rekende op een olieprijs van boven de 100 dollar, maar een vat olie begint naar de 64 dollar te kruipen.

Venezuela staat daarin niet alleen: vrijwel alle olie-exporterende landen komen in geldnood. De dalende prijs is het gevolg van enerzijds de afnemende afhankelijkheid van olie-import in de Verenigde Staten (de grootste oliegebruiker in de wereld) en anderzijds de opstelling van OPEC-landen als Saudi-Arabië en Kuweit, die ondanks een afnemende vraag blijven oppompen.

Sommigen zien daarin een georkestreerde poging om Rusland extra economische schade toe te brengen.

Dat kan zo zijn, maar kantel dit beeld eens naar de grote olie-importerende landen van dit moment. China is de grootste importeur van olie ter wereld. Het produceert zelf 4,5 miljoen vaten per dag, maar het heeft er dagelijks 10,1 miljoen nodig.

De daling van de olieprijs met ongeveer 40 procent is in Peking een reden om de vlag uit te steken en nog een glaasje baijiu te nemen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.