Fred Sengers

China maakt progressie, maar blijft geobsedeerd door totale controle

Door Fred Sengers - 04 december 2014

Ondanks de grote anti-corruptiecampagne van president Xi Jinping, daalt China op een lijst met de meest corrupte landen ter wereld. De Chinese leiders moeten meer openstaan voor tegenspraak, om zo de grote problemen te kunnen aanpakken.

Deze week werd Luo Fei door een rechtbank in Peking veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar. Ze was jarenlang de minnares van Zhang Shuguang, tot voor kort het adjunct-hoofd van het ingenieursbureau van de Chinese spoorwegen. Hij werd in oktober veroordeeld tot een voorwaardelijke doodstraf vanwege het accepteren van 45,55 miljoen yuan (5,5 miljoen euro) aan steekpenningen.

Zhang had ervoor gezorgd dat zijn maîtresse een baan kreeg bij de zanggroep van de spoorwegen, met een voor Chinese begrippen riant maandsalaris van 16.000 yuan (1.920 euro). Ook accepteerde zij zijn cadeaus, waaronder een auto en dure horloges.

Maîtresse

Op die manier, zo besliste de rechtbank, heeft zij zich medeschuldig gemaakt aan het verbergen van Zhangs illegale inkomsten.

De Chinese wet is onlangs gewijzigd, waardoor niet alleen de hoofddaders van corruptie kunnen worden veroordeeld, maar ook personen in hun naaste omgeving die daarbij behulpzaam zijn geweest.

De zaak-Luo is de eerste maal dat een maîtresse wordt veroordeeld. Chinese juristen verwachten dat meer zaken zullen volgen. Een maîtresse wordt in China gezien als een symbool van corruptie – en door corrupte functionarissen als statussymbool – omdat de meeste bestuurders of ambtenaren zich met hun normale salaris geen tweede vrouw kunnen veroorloven.

Met de wetswijziging is een belangrijke stap gezet om personen met kennis van de corruptie (en die daarvan profiteren) strafrechtelijk aan te pakken. Het is een van de vele maatregelen die de communistische partij van China heeft genomen om corruptie aan te pakken.

Vliegen en tijgers

Toen president Xi Jinping in 2013 aan de macht kwam, maakte hij corruptiebestrijding tot een speerpunt van zijn beleid. Tienduizenden bestuurders, ambtenaren en managers van staatsbedrijven zijn sindsdien ontmaskerd, uit hun functie gezet en veroordeeld. Niet alleen vliegen, maar ook tijgers zijn tegen de lamp gelopen.

Xi ziet in corruptiebestrijding een middel om het vertrouwen van het volk in de staat en de partij te herstellen. Bovendien is corruptie een rem op de economische ontwikkeling geworden. Niet alleen worden inefficiënte beslissingen genomen – immers, de hoogst biedende krijgt de opdracht, niet degene met het beste aanbod – ook schrikt een cultuur van corruptie buitenlandse investeerders af.

Zelfverrijking

Critici zeggen dat Xi de anti-corruptiecampagne misbruikt om politieke tegenstanders uit te schakelen en zijn eigen macht te versterken. Dat zou zomaar kunnen. Misschien is het zelfs naïef te veronderstellen dat hij dat niet zou doen.

En toch is het positief dat er wordt opgetreden tegen machtsmisbruik, verspilling en schaamteloze zelfverrijking die zo veel Chinezen woedend maakt.

Dat er nog veel moet gebeuren, bleek deze week uit de jaarrapportage van Transparency International. Ondanks de talrijke ontmaskerde partijleden, laat de ngo China op de ranglijst van meest corrupte landen ter wereld zakken van een tachtigste naar een honderdste plek.

Fenomenale groei

Volgens Transparency International is deze daling te wijten aan de fenomenale economische groei van China, waardoor de omvang van het corruptieprobleem juist is toegenomen. De organisatie beroept zich op de mening van landenexperts en ondernemers die in of met China zakendoen.

Transparency International doet vijf aanbevelingen om corruptie beter te bestrijden. Allereerst adviseert de organisatie om de politieke invloed op de rechtspraak te verminderen en de rechtsbescherming van burgers en bedrijven te verbeteren. Ten tweede wordt geadviseerd om de transparantie van overheidsuitgaven te vergroten. Daarnaast kan China meer doen om de kapitaalvlucht van onrechtmatig verkregen geld tegen te gaan.

Ten vierde zouden Chinese bedrijven meer openheid over hun financiën en beleid moeten geven. Grote (staats)bedrijven opereren minder transparant dan hun buitenlandse concurrenten. En ten slotte zou de Chinese overheid meer interne tegenspraak moeten toestaan. Kritische burgers, onderzoeksjournalisten en ngo’s worden onvoldoende beschermd als ze misstanden aan de kaak stellen.

Geobsedeerd

Op vier van de vijf aanbevelingen heeft de Chinese overheid de afgelopen maanden vooruitgang laten zien. Al is het vaak twee stappen voorwaarts en één stap terug.

Maar met het punt van de interne tegenspraak slaat Transparency International de spijker op zijn kop. De Chinese leiders zijn geobsedeerd door totale controle over de meningsvorming. Misschien, heel misschien moeten ze de gedachte eens toelaten dat kritische geesten de staat niet verzwakken, maar China sterker kunnen maken.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.