Liesbeth Wytzes

Cuba, een vreemd restant van de Koude Oorlog

Door Liesbeth Wytzes - 18 december 2014

Elsevier-redacteur Liesbeth Wytzes was blij dat ze naar Cuba kon gaan om te zien hoe in zo’n museum wordt geleefd. De werkelijkheid in Cuba was een stuk grimmiger dan zij zich had voorgesteld.

Ik heb het altijd jammer gevonden dat ik nooit achter het IJzeren Gordijn ben geweest, in Berlijn toen de Muur er nog stond. En in Albanië.

Voor de mensen die daar woonden was het natuurlijk geen pretje, maar voor de passant moet het indrukwekkend zijn geweest om te zien hoe totaal anders het dagelijks leven was in die landen.

Dus ik bof maar dat ik een paar jaar geleden een week in Cuba was, heb ik tenminste nog zo’n museum meegemaakt. Niet dat dat zo’n opwekkende reis was. Ik dacht net als veel mensen bij Cuba aan zwoele nachten, veel Cuba Libres, Latijnse passie, wilde dansen, hartstochtelijke levensgenieters, Hemingway.

Ik neem tenminste aan dat dat imago van Cuba ervoor heeft gezorgd dat er altijd nog toeristen naartoe gingen. En dan dat pittoresk vervallen Havana! Met die mooie auto’s uit de jaren zestig! En wat leuk, oude Nederlandse stadsbussen!

Memoires

De werkelijkheid was heel wat grimmiger. Havana is inderdaad pittoresk, zoals elke ruïne dat is. Een klein gedeelte is opgeknapt, uiteraard voor de toeristen. Verder stortte zowat alles in elkaar.

Ik wilde iets kopen voor mijn kinderen, maar ik kon kiezen uit twee dingen: Spaanstalige boeken met de memoires van Marx, Engels en Castro, en alle mogelijke doe-het-zelf artikelen om de totale ineenstorting nog een beetje tegen te houden.

Sigaren

Verder was er niets. Op het vliegveld een paar winkels, duidelijk geheel in Chinese handen, vol van de bekende, onduidelijke, zeer fel gekleurde koek- en snoepverpakkingen. In de sigarenfabriek die we bezochten, werd de hele dag voorgelezen uit de krant Granma, het Órgano oficial del Comité Central del Partido Comunista de Cuba.

Louter nieuws van links dus. Bij het verlaten van de fabriek werden je meteen bij de voordeur al goedkope sigaren aangeboden. Op elke straathoek schaarsgeklede dames die ik helemaal niet had verwacht in dit communistische paradijs. Zowat elke Cubaan die ik sprak, was kunstenaar, alsof er verder niets te doen was op dat eiland.

Ik vroeg waar Fidel woonde, maar dat wist niemand. Die woont steeds ergens anders, zeiden ze. Hoe je dat op zo’n klein eiland voor elkaar krijgt, mag een hele prestatie heten.

Kip

De lokale cuisine bestond uit kip met rijst. Nu maakt mij dat niks uit, maar na tien keer hetzelfde wil je wel eens wat anders, een aardappel of zo. Bovendien bleek dat het eiland niet kon voorzien in de eigen kipbehoefte, die moesten dus worden geïmporteerd, uit Venezuela of zo.

Op het platteland ging je terug naar de zeventiende eeuw, gammele karren met een schonkige ezel ervoor, piepkleine keuterboertjes met vage bedoeninkjes, veel mais. De zee was leeg, dat zie je niet vaak bij een eiland. De resorts waren verboden toegang voor gewone Cubanen en de karrevrachten voedsel die daar elke dag naar binnen werd gevoerd – en uiteraard opgegeten – waren voor hen onbereikbaar.

Overal stonden borden met strijdleuzen. !Viva Cuba!, Socialismo o Muerte. Misschien beter dan reclame, maar eigenlijk diep treurig, want het was natuurlijk niet zo.

Sexy

Dat vond ik van het hele eiland. Ik was er maar kort en wat weet ik, maar de hele sfeer die er hing was niet zwoel, sexy, vol spannende beloftes, maar treurig en desolaat en gewoon verdrietig. Een vergeten eiland zonder toekomst.

Over de gevangenissen vol met om niks opgepakte mensen zullen we het maar niet hebben. Het land uit was moeilijk, en toegang tot de sociale media beperkt. Eén iemand vertelde dat alle smsjes werden gelezen, tot het er teveel werden om bij te benen, toen werd de hele sms-dienst afgeschaft. Of het waar is weet ik niet, maar het klonk plausibel.

Heel goed van Obama om met behulp van de paus een einde te maken aan dit vreemde restant van de Koude Oorlog. En dat juist op een moment dat die oorlog aan de andere kant van de wereld, waar wij wonen, soms opnieuw lijkt te beginnen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.