Afshin Ellian Afshin Ellian

Waarom het Joodse volk al eeuwen wordt gebruikt als fictieve vijand

Door Afshin Ellian - 26 januari 2015

Zeventig jaar na Auschwitz worstelen veel Joden nog altijd met de Shoah. Tragisch genoeg moet worden vastgesteld dat antisemitisme een heel oud fenomeen is.

Europa herdenkt de Shoah. Zeventig jaar geleden werd concentratiekamp Auschwitz bevrijd. Er worden honderdtwintigduizend Nederlandse namen voorgelezen.

Namen, namen en nog eens namen. Een paar van deze namen ken ik. Het zijn voorouders van mijn vrienden, die zelf ‘tweedegeneratiejoden’ zijn.

Ze worstelen nog steeds met Shoah – die voor hen nooit eindigt. Voortdurend denken ze aan en herdenken ze de Shoah. Ook de derde generatie van Joden is niet gevrijwaard van de gevolgen van de Shoah. Natascha van Weezel schreef hierover een waardig boek met een veelzeggende titel: De derde Generatie. Kleinkinderen van de Holocaust.

Eeuwige zondebok

Het antisemitisme, dat we niet moeten verwarren met kritiek of bespotting van het joodse geloof, is helaas zeventig jaar na de Shoah een levende opvatting, bij sommigen zelfs een levenshouding.

Het antisemitisme definieert de Joden als oorzaak van alle rampspoed. Het antisemitisme is een oude en hardnekkige vorm van de eeuwige zondebok, waarover slechts in termen van vernietiging kan worden gedacht.

De grote beschavingen worden daarmee beproefd. En dat is het tragische, en bijna mystieke lot van de Joden. Er waren farao’s die in de Joden een rechtstreeks gevaar zagen voor het eigen bestaan. En toen kwam Mozes.

Fictief gevaar

Daarover denkt de antisemiet dat de Joden in het paleis van een farao infiltreerden om hem en zijn koninkrijk te vernietigen. De Babyloniërs beëindigden de mozaïsche bevrijding. De Joden werden tot de slavernij veroordeeld, alsof hun ‘gevaar’ werd afgewend.

De Perzische koning Cyrus de Grote bevrijdde de Joden en daarmee kwam een voorlopig einde aan Joden als een fictief gevaar. Het fictieve gevaar van Joden is de kern van het antisemitisme.

De antisemitische Perzen in het verhaal van Esther uit het Oude Testament bedachten een plan om alle Joden te doden. Zij wilden het fictieve gevaar definitief elimineren.

Pracht en praal

Het voltrok zich onder de Perzische koning Xerxes I, in het Perzisch Khasjayar-Sjah. Hij was een nakomeling van Cyrus de Grote. Xerxes I was een rampzalige koning die de oorlog tegen de Grieken verloor. Daarmee werd Azië definitief teruggedrongen tot haar eigen natuurlijke grenzen.

Xerxes’ koningin weigerde ooit uitvoering te geven aan een bevel van de Koning om zich in al haar pracht en praal aan de hovelingen te tonen. Volgens de rechtsgeleerden mocht de Koning daarom een nieuwe koningin kiezen.

Hij koos een Jodin, Hadassa, die later bekend werd als Esther. Wellicht betekent het woord Esther, het Perzische woord Setareh, de ster. De nieuw benoemde grootvizier Haman kreeg het met de Joden aan de stok.

Kwaadwillend

Iedereen buigt en knielt voor hem, behalve Mordechai, de voogd van Esther. Volgens de Bijbel wist Haman niet dat ook Esther een Jood was. Haman verkondigde dat alle Joden moeten worden gedood. Niemand maakte bezwaar tegen dit genocidale besluit.

In het bevelschrift staat dat een kwaadwillend volk zich onder alle volkeren en stammen heeft verspreid: ‘Wij hebben inderdaad vastgesteld, dat dit volk, en alleen dit volk, voortdurend met iedereen op gespannen voet staat, en zich apart houdt door volgens vreemde wetten te leven, afkerig is van ons bestuur en de zwaarste misdaden bedrijft, zodat ons koninkrijk niet tot stabiliteit kan geraken’.

Jodenhater

Volgens dit bevel moesten alle Joden door het zwaard van hun vijanden zonder enig mededogen en zonder pardon worden omgebracht. Terwijl Mordechai ooit het leven van de Koning had gered.

De koning der Perzen elimineerde, samen met zijn Joodse koningin, echter de Jodenhater Haman, en Joden kregen de bevoegdheid om hun vijanden te bestrijden.

Dit verhaal vertelt wellicht de allereerste poging om de Joden als geheel te vernietigen. Mozes bevrijdde de Joden van de slavernij van een farao. Vervolgens bevrijdde een niet-Joodse koning, Cyrus de Grote, de Joden uit de slavernij van Babyloniërs.

Dogma

Maar het was de Perzische koning Xerxes die het Joodse volk behoedde voor genocide. De antisemitische Perzen en niet-Perzen zagen in dit verhaal de bevestiging van hun antisemitische levenshouding: de Joden infiltreren in koninkrijken om de macht te veroveren.

De Jood als een fictief gevaar transformeerde in de fictieve vijand: de Joden willen de macht veroveren om alle andere volkeren te overheersen.

Niets is angstaanjagender dan een fictieve vijand. Dat is ook het staatsdogma van de heersers van het huidige Iran.

‘De protocollen van de wijzen van Sion’ zijn erg populair onder antisemieten. Deze valse teksten bevestigen de machtsdrang van de Joden.

Islamofascisten

Antisemitisme is oud, heel oud: het bestond al onder farao’s, Babyloniërs, onder sommige Perzen zoals Haman, later onder sommige kerkvaders in het christendom, weer later in de islam bij Mohammed en tijdens de reformatie bij Luther. En nu dan bij de radicale moslims van Iran, IS, Al-Qa’ida en de andere islamofascisten.

Uiteindelijk kwam het oeroude antisemitisme bij de moderne bewegingen terecht: het nationaal-socialisme en het bolsjewisme.

Koning Xerxes en koningin Esther gaven de Joden juist niet de macht om om over alle andere volkeren te heersen. In het bevelschrift van de Koning stond immers: ‘Wij zijn tot de bevinding gekomen dat de Joden, door deze doortrapte boosdoener voor de ondergang bestemd, geen misdadigers zijn, maar dat zij leven volgens zeer rechtvaardige wetten en de zonen zijn van de allerhoogste, grootste en levende God, die onze heerschappij, evenals die van onze vaderen met opperste welgezindheid behoedt.’

Gouden koepel

De Joden en hun God steunden en zegenden de Perzische en niet de Joodse heerschappij. Dit is de waarheid die de antisemiet niet wil inzien.

Esther en Mordechai liggen begraven in een eenvoudig graf in Iran, in de stad Hamadan. Alles van waarde ligt in Perzië in een sobere grond en alles wat Perzië onwaardig is, wordt met een gouden koepel boven de grond tentoongesteld.

In de Oudheid wisten koning Xerxes en koningin Esther de Joden te behoeden voor genocide. Maar zeventig jaar geleden hebben de bevrijders slechts een enkeling bevrijd, de genocide was al geschied.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.