Arend Jan Boekestijn

Barack Obama laat gematigde moslims in de steek

Door Arend Jan Boekestijn - 02 maart 2015

President Barack Obama spreekt niet van moslimterrorisme maar van extremisme. Zo wil Obama voorkomen dat hij alle moslims van zich vervreemdt.

Iedereen die kan lezen of luisteren, zal vaststellen dat groeperingen als IS en Al-Qa’ida hun gewelddadige acties rechtvaardigen met citaten uit de Koran. Toch meent de Amerikaanse president Barack Obama, en met hem veel Nederlandse politici, dat zijn land in oorlog is met terroristen, maar niet met de islam. Elk verband tussen islam en extremisme wijst hij van de hand. Hoe kunnen we deze krampachtigheid verklaren?

Obama is geen wetenschapper, maar een politicus. Een wetenschapper is geïnteresseerd in de waarheid en constateert dat islamitische terroristen koranteksten citeren – ongeacht de gevolgen die een dergelijke waarneming kan hebben. Een politicus heeft het lastiger. De woorden van een politicus worden op een goudschaaltje gewogen en kunnen grote, soms onbedoelde gevolgen hebben.

Als Obama moslimterrorisme in verband brengt met de islam, vreest hij dat hij alle moslims van zich vervreemdt. Dat is een probleem, omdat de samenwerking met gematigde moslims onmisbaar is om extremisme te bestrijden.

Obama laat zich dus leiden door gevolgen-ethiek. Hij vreest dat analytische scherpte alle moslims in de armen drijft van de extremisten. IS meent immers zelf dat zij de enige ware vorm van islam belichaamt. Die opvatting wil Obama niet legitimeren en daarom zegt hij dat islam niets met extremisme te maken heeft.

Extremisme

Met gevolgen-ethiek is niets mis. Gevolgen-ethiek biedt tegenwicht tegen politici die zich laten leiden door plicht-ethiek, oftewel de gedachte dat wij dingen moeten doen of laten omdat zij in zichzelf goed zijn – ongeacht de gevolgen. Plicht-ethici zijn bijvoorbeeld een groot voorstander van ontwikkelingshulp en nemen hulpverslaving op de koop toe.

De gevolgen-ethiek van Obama is echter problematisch. Zijn wens om extremisme en islam te scheiden, kan namelijk zelf ook ongewenste gevolgen hebben. Obama’s weigering om islam en terrorisme met elkaar in verband te brengen, impliceert dat elke vorm van islam gematigd is. Aangezien het evident onjuist is dat elke vorm van islam vreedzaam is,  zouden populisten de net zo wereldvreemde

tegenovergestelde positie kunnen innemen dat alle moslims terroristen zijn. Op sociale media is die tegengestelde reactie al lang aan de orde en dat kan zomaar leiden tot uitsluiting van moslims. Met alle nefaste gevolgen vandien.

Er is nog een ander probleem met Obama’s gevolgen-ethiek. Als je alleen spreekt over extremisme omdat je elk verband met de islam wilt ontkennen, laat je gematigde moslims in de steek. Zij steunen immers de niet-gepolitiseerde, gematigde islam die de rechtsstaat omarmt en verzetten zich tegen het gepolitiseerde islamisme dat de islam wil opleggen aan de samenleving en het jihadisme dat daarbij ook geweld wil gebruiken.

Nazisme

Obama’s selectieve gevolgen-ethiek komt ook voort uit zijn overtuiging dat theologische discussies ons nergens zullen brengen en dat wij beter de sociale, politieke en economische condities waardoor extremisme kan floreren, kunnen aanpakken. Deze overtuiging verklaart echter niet waarom radicale moslims vaak hoogopgeleid zijn en bepaald niet arm.

Bovendien doet ideologie er wél toe. Een ideologie als het nazisme kan immers niet alleen worden verklaard door armoede, maar wel degelijk ook door het duivelse gedachtegoed zelf. Na de Tweede Wereldoorlog moesten de Duitsers toch echt ook rekenschap afleggen van de nazi-ideologie. Hetzelfde geldt voor het christendom of de islam ten aanzien van de gewelddadige aspecten van de eigen geschiedenis.

A-historisch

Obama’s krampachtige weerzin om moslimextremisme in verband te brengen met de islam, is bovendien a-historisch.

Iedereen die de geschiedenis van de islam kent, weet immers dat er altijd extremistische varianten hebben bestaan. Ook Al-Qa’ida en IS konden aansluiten bij radicale ideeën die er al veel langer waren. Je kunt zelfs stellen dat elke ideologie en religie een gewelddadige potentie heeft die zomaar de kop kan opsteken. De islam is daarop geen uitzondering.

Er is binnen de islam een epische ideeënstrijd waarvan de uitkomst ons niet onberoerd kan laten. Ook een Amerikaanse president doet er verstandig aan om het belang van een theologisch debat in moslimkring te erkennen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.