Fred Sengers

Blijft de Groningse campus in China gevrijwaard van marxisme?

Door Fred Sengers - 26 maart 2015

Er liggen volop kansen voor Nederlandse onderwijsinstellingen om hun kennis en onderzoek in China ten gelde te maken. Maar er zijn wel zorgen over de academische integriteit.

De Rijksuniversiteit Groningen (RUG) opent een campus in de Chinese stad Yantai. In samenwerking met de Landbouwuniversiteit van Peking, die daar een vestiging heeft, krijgen ongeveer tienduizend studenten per jaar daar vanaf 2017 net zo’n opleiding als in Groningen.

Wat betreft een volledige opleiding in China behoort de RUG tot de voorlopers. In Nederland dan, want universiteiten uit de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Australië gingen de Groningers voor.

Hip

Waarom willen universiteiten uit de hele wereld samenwerken met China? Allereerst is China hip. De Volksrepubliek heeft zich in een amper vier decennia ontwikkeld tot de tweede economie ter wereld. Wie wil geen deel uitmaken van het economische wonder dat zich aan de andere kant van de wereld ontpopt?

Vanzelfsprekend bevindt zich onder de Chinese jongeren ook veel academisch talent. Maar de belangrijkste reden is niet het onderwijs zelf, maar zijn de lucratieve onderzoeksopdrachten.

We zijn geneigd vooral naar de economische vooruitgang te kijken, maar een minstens zo’n groot wonder van China’s ontwikkeling is de enorme progressie die er is geboekt op onderwijsgebied.

Top-100

Bijna ieder Chinees kind gaat tot zijn vijftiende naar school, waardoor analfabetisme in de jongste generaties vrijwel is uitgeroeid. Tegenwoordig studeren elk jaar zeven miljoen Chinezen af aan universiteiten en hogescholen.

Hoger onderwijs is in principe weggelegd voor iedere Chinees met voldoende talent, al verschilt het niveau nogal. Ondanks de omvang van China staan er maar twee universiteiten in de top-100 van beste onderwijsinstellingen die Times Higher Education jaarlijks samenstelt: Beijing University en Tsinghua. Dan komt er een hele tijd niets.

Ter vergelijking: van een klein land als Nederland staan er zes universiteiten in de lijst (zij het lager geklasseerd dan de twee Chinese topinstellingen).

Bv Nederland

Omdat veel Chinezen zich heel goed realiseren dat hun eigen hoger onderwijs niet altijd evenveel voorstelt, staat een studie in het buitenland hoog in aanzien. Vorig jaar stonden 459.000 Chinese studenten ingeschreven bij een buitenlandse universiteit. Eén op de twintig Chinese studenten studeert dus in het buitenland.

Omdat niet iedereen zich dat kan veroorloven, is een buitenlandse campus in China een interessant alternatief. Het is zeer goed voorstelbaar dat het Groningse initiatief voorziet in een grote behoefte bij Chinese studenten en een interessante spin off voor de bv Nederland oplevert.

Er is echter ook reden tot voorzichtigheid. Er is een reden waarom Chinese universiteiten achterblijven bij die in het buitenland.

Mao

Tijdens de Culturele Revolutie is de academische gemeenschap zorgvuldig met de grond gelijkgemaakt. Hoogleraren werden gedwongen op het platteland of in de fabriek te werken, waar ze – in de ogen van Mao Zedong – van groter nut waren dan in de collegezaal.

Dat heeft zijn sporen nagelaten. Het Chinese onderwijssysteem stimuleert het memoriseren en reproduceren van lesstof. Maar het ontbeert het stimuleren van discussie en creativiteit.

Veel westerlingen die in China hebben gedoceerd, roemen de Chinese studenten om hun intelligentie en inzet, maar laken het gebrek aan intellectuele discussie.

Daar komt bij dat de overheid zich intensief bemoeit met de studiestof. De Chinese president Xi Jinping kondigde in december aan dat Chinese studenten meer ‘ideologische begeleiding’ krijgen. Universiteiten moeten meer aandacht besteden aan het marxisme en lesstof moet de ‘kernwaarden van het socialisme’ cultiveren.

Corruptie

De maand ervoor had een partijkrant geconstateerd dat in de collegezaal vaak ‘minachtend’ over de Volksrepubliek wordt gesproken. Verslaggevers noteerden kritiek op het beleid van de centrale overheid, bewondering voor het westerse politieke model van de scheiding der machten en het overdrijven van maatschappelijke problemen zoals corruptie en sociale ongelijkheid.

De Chinese overheid bemoeit zich dus uit ideologische motieven met het hoger onderwijs. Dat is de reden waarom het afgelopen jaar in drie landen de samenwerking tussen universiteiten en het Confucius Instituut is opgezegd.

Zij vinden dat de werkwijze van de door de Chinese overheid betaalde taal- en cultuurcentra niet strookt met hun academische vrijheid.

Goede naam

Hoogleraren willen af van de samenwerking omdat onderwerpen die voor China gevoelig liggen, worden vermeden, zoals de Falun Gong en de Tiananmenopstand van 1989. In Nederland zijn er drie Confucius Instituten: een bij de Rijksuniversiteit Groningen, een bij de Universiteit Leiden en de derde bij de Haagse campus van de Leidse universiteit.

Het is dus zaak goede afspraken te maken over de vrijheid waarin de Groningse universiteit kan opereren. Omwille van zijn eigen goede naam, maar ook als het Groningen ernst is bij het verbeteren van het wetenschappelijk onderwijs in China.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.