Fred Sengers

Laat Nederland zich verleiden door China, ondanks Amerikaanse druk?

Door Fred Sengers - 19 maart 2015

De door China in het leven geroepen Aziatische investeringsbank is een eclatant succes aan het worden voor Peking. Washington heeft het nakijken. Gaat ook Nederland de oude vriendschap met de Amerikanen negeren?

Toen de Chinese president Xi Jinping in oktober 2013 aankondigde dat hij een investeringsbank voor Azië wilde oprichten, kon hij rekenen op scepsis van de internationale financiële wereld.

Inmiddels zijn we anderhalf jaar verder en hebben 26 landen uit Azië en het Midden-Oosten zich aangemeld voor de oprichtingsconferentie die eind maart in Almaty, Kazachstan zal worden gehouden.

En wat belangrijker is: vier grote, westerse staten hebben zich daarbij deze week aangesloten: Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk en Italië. En Zwitserland, Luxemburg, Zuid-Korea en Australië zitten in de wachtkamer, maar zullen zich naar verwachting voor het einde van de maand ook committeren aan het Chinese initiatief.

Klap in het gezicht

Het is een eclatant diplomatiek succes voor Peking en een klap in het gezicht van Washington. De Verenigde Staten hebben hun bondgenoten geadviseerd zich afzijdig te houden van het Chinese initiatief.

De Aziatische Infrastructuur Investeringsbank (AIIB) krijgt als doel om grote projecten op het gebied van transport, energie en datacommunicatie in opkomende economieën in Azië te financieren.

China heeft aangegeven in elk geval 50 miljard dollar in de kas te zullen storten, maar is bereid om dat bedrag te verdubbelen. Klein bier, want het fenomenale handelsoverschot van China bedraagt nu al meer dan 50 miljard dollar per maand!

En dan hebben we het nog niet gehad over de andere partners in de bank. Natuurlijk hebben zich veel landen aangemeld die vooral hopen krediet te zullen ontvangen, maar er zitten ook landen bij die bereid zijn de oorlogskas van de AIIB te vullen.

Bevriende naties

Officieel verzetten de Verenigde Staten zich tegen de AIIB omdat regels over risicomanagement en randvoorwaarden voor ecologische en sociale gevolgen van infrastructuurprojecten ontbreken.

Achter de schermen zou Washington bevriende naties hebben verzocht niet deel te nemen, omdat het de groeiende invloed van China op het wereldtoneel niet wil faciliteren.

Wat bezielt westerse landen, bondgenoten van Amerika, om toch in te stappen? Allereerst de wens om meer geld naar ontwikkelingslanden te sluizen, dat die landen volgens hen in staat stelt hun economieën structureel te verbeteren. De AIIB kan voor deze landen weleens meer betekenen dan jarenlange ontwikkelingssamenwerking.

Er zijn ook minder altruïstische motieven. Uitgeleend geld levert rendement op en waarschijnlijk meer dan wanneer het wordt uitgeleend in Europa, waar de rentes historisch laag zijn. Tenslotte levert deelname een entree op bij veel Aziatische regeringen, meer vooral in China. In het werelddeel waar de economie wel groeit, zeg maar.

Nieuwe verhoudingen

De AIIB kan een geduchte regionale concurrent worden voor de Wereldbank en de Aziatische Ontwikkelingsbank, twee organisaties die door de Verenigde Staten en zijn bondgenoten worden gedomineerd.

In China wordt gezegd dat Amerika de oprichting van de AIIB aan zichzelf te wijten heeft, omdat de Chinese invloed in de bestaande internationale financiële instituten niet de moderne verhoudingen in de wereld weerspiegelt.

China is de tweede economie ter wereld, maar heeft in de Wereldbank net zoveel invloed als een land als Spanje. De Verenigde Staten traineren hervormingen in deze instituties om andere landen meer invloed te geven.

De discussie over wel of niet participeren in de AIIB heeft dus veel te maken met de veranderende verhoudingen in de wereld en hoe daarmee om te gaan, in het bijzonder voor de landen die het tot nu toe voor het zeggen hadden en de rest van de wereld hun spelregels hebben opgelegd.

Langs de zijlijn

De leiders van de Europese landen die nu instappen, tellen hun knopen. Die AIIB komt er toch wel, aangezien één op de zes landen in de wereld wil meedoen. Dan kun je maar beter meepraten over de regels waarmee de bank gaat werken, dan langs de zijlijn staan roepen dat het allemaal niet deugt.

Wat gaat Nederland doen? Geven we gehoor aan de Chinese uitnodiging in de AIIB te participeren of volgen we het advies van de Amerikanen? Natuurlijk valt het Nederlandse bewindslieden niet makkelijk om een verzoek van een van zijn oudste en belangrijkste bondgenoten naast zich neer te leggen.

Maar een eenvoudige optelsom leidt tot geen andere conclusie dat niet meedoen een gemiste kans voor de bv Nederland zou zijn. Als premier Mark Rutte volgende week naar China reist, kan hij de Chinese leiders persoonlijk de blijde boodschap vertellen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.