Arend Jan Boekestijn

Waarom in Teheran meer wordt gelachen dan in Washington

Door Arend Jan Boekestijn - 27 maart 2015

De Amerikaanse president Barack Obama staat onder grote druk: de conflicten in Jemen en Irak lijken gunstiger uit te pakken voor Iran dan voor de Verenigde Staten.

Obama weet dat het Amerikaanse volk oorlogsmoe is en dat het verval van Amerika als wereldmacht een eindeloze oorlogvoering uitsluit. In plaats van een hegemoniebeleid  te voeren, past hij nu een verdeel-en-heers­tactiek toe waarbij hij probeert Iran en Saudi-Arabië tegen elkaar uit te spelen.

Vroeger steunde Washington Saudi-Arabië onverkort, totdat private Saudische fondsen jihadistische groeperingen in Syrië en Pakistan gingen steunen, waartegen de regering in hoofdstad Riaad niet altijd optreedt. De Amerikaanse toenadering tot Iran houdt de Saudi’s een beetje bij de les.

Intussen is Iran ook niet vrij van zonden. Dat land steunt het regime van de Syrische president Bashar al-Assad, Hezbollah en zelfs Hamas. Obama hoopt Iran in toom te houden door het oude bondgenootschap met Saudi-Arabië niet helemaal teloor te laten gaan.

Chemische wapens

De Amerikaanse president weigert grondtroepen te leveren. Noch in Syrië noch in Irak zijn er Amerikaanse boots on the ground. Wel trainen Amerikanen het Iraakse leger en sturen zij luchtaanvallen aan.

Maar Obama heeft met zijn strategie en luchtaanvallen nog niet veel bereikt. Hij dreigde Assad te straffen met een raketaanval voor diens gebruik van chemische wapens, maar deinsde terug toen hij de knop moest indrukken. Hij beloofde het betrouwbare deel van het Vrije Syrische Leger wapens te leveren, maar ook daarvan kwam weinig terecht.

Tegelijkertijd weigerde hij met Assad zaken te doen. Zelfs dat uitgangspunt blijkt onhoudbaar nu de terroristen van IS zoveel gebied hebben veroverd: de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry zei onlangs dat hij met Assad aan ­tafel wil gaan zitten. Dat deze opmerking een paar maanden geleden nog ondenkbaar was, is niemand ontgaan.

Ook in Irak gebeurt er van alles. Obama’s weigering om grondtroepen te sturen, gaf Iran de gelegenheid om zijn milities aan te bieden aan het Iraakse leger. Bij de belegering van de Iraakse stad Tikrit, in de zomer van 2014 veroverd door IS, speelden deze milities een grote rol.

Obama vreest nu dat Iran het machtsvacuüm in Irak zal opvullen als IS is verslagen. In Tikrit werd Obama nog ‘gered’ door IS: de jihadisten hadden de stad volgehangen met boobytraps, waardoor Iraanse ­milities de stad niet konden veroveren. Obama bood luchtsteun aan, in ruil daarvoor moesten drie Iraanse milities zich terugtrekken. IS kan echter alleen worden verslagen met inzet van grondtroepen die Teheran wél, en Washington niet levert.

Jemen

Tot overmaat van ramp is ook Jemen in een oorlog verzeild ­geraakt. Hierdoor wordt de Amerikaanse strijd tegen terrorisme nog lastiger. Het sjiitische Iran steunt de sjiitische Houthi’s, ­rebellen die in Jemen strijden tegen de soennitische regering en veel gebied hebben veroverd.

Het soennitische Saudi-Arabië bestookt, met steun van andere soennitische landen, de Houthi’s vanuit de lucht en stuurt tanks naar de grens. Zo dreigt een omvangrijke regionale oorlog waarbij Iran en Irak tegenover elkaar komen te staan.

Daar komt nog bij dat Jemen een strategische positie inneemt voor de olietransporten door het Suezkanaal. Door de burgeroorlog in Jemen krabbelt de olieprijs weer op, tot grote vreugde van de Russische president Vladimir Poetin. Zijn slagkracht wordt immers beperkt door de lage olieprijs en sancties tegen zijn land.

Kernwapenoverleg

In Jemen hebben de Verenigde Staten niet veel meer te vertellen. Voorheen bestreed Washington er terreurgroep Al-Qa’ida, maar de Houthi’s hebben de Amerikaanse een­heden weggejaagd. Washington geeft nu logistieke steun aan de door de Saudi’s aangevoerde coalitie tegen de Houthi’s.

Het probleem is dat de Houthi’s misschien de enige groep zijn die beter bestuur kan waarborgen dan het vorige, corrupte regime. De Amerikaanse steun aan de Jemenitische soennieten maakt het intussen lastig om het eveneens soennitische Al-Qa’ida te bestrijden. En daarvoor waren de Amerikanen nu juist in Jemen.

In het kernwapenoverleg met Iran zit eveneens de klad. President Obama doet concessies, maar het is niet zeker of de opvolger van de zieke grootayatollah Ali Khamenei zich aan die afspraken zal houden. In Teheran wordt dezer dagen meer gelachen dan in Washington.

Elsevier nummer 14, 4 april 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.