Afshin Ellian Afshin Ellian

De Turken moeten hun misdadige verleden onder ogen durven zien

Door Afshin Ellian - 20 april 2015

Hun eergevoel zit de Turken overduidelijk in de weg. Ze moeten aanvaarden dat zij, net als alle andere volkeren, normale mensen zijn. Want hoe kan Turkije de morele autoriteit claimen om over andere volkeren te oordelen als het zelf de Armeense genocide niet erkent?

Een eeuw is voorbij en er is nog steeds geen erkenning voor het leed van het Armeense volk. Een eeuw geleden, in 1915 en 1916, werden honderdduizenden Armeniërs gedood met wapens en door uitputting.

Paus Franciscus noemde deze massamoord de eerste genocide van de twintigste eeuw. De genocide is gepleegd in het Ottomaanse kalifaat. Een eeuw later is weer een kalifaat, namelijk dat van Islamitische Staat (IS).

Vermoord

Ook dit kalifaat toont genocidale verlangens. Zondag werd bekend dat IS 28 Ethiopische christenen in Libië heeft vermoord. Ze zijn vermoord omdat ze christen zijn.

Er is niets geleerd van de geschiedenis.

De Turkse staat en de regering met, naar alle waarschijnlijkheid, de steun van de meerderheid van de bevolking zijn niet bereid om de genocide op de Armeniërs te erkennen.

De erkenning van een dergelijke omvangrijke misdaad is buitengewoon belangrijk voor het Turkse volk en de Turkse geschiedenis. Hoe kan Turkije de morele autoriteit claimen om over andere volkeren te oordelen, wanneer het land zijn eigen misdadige verleden niet onder ogen wil zien?

En we hebben het hier niet om zomaar een misdadige handeling.

Eergevoel

Natuurlijk is het huidige Turkse volk iets anders dan het Ottomaanse kalifaat. Toen bestond Turkije nog niet. Maar Turkije is staatkundig gezien de opvolger van het Ottomaanse kalifaat.

Bovendien hebben we het min of meer over hetzelfde volk – de mensen die binnen de huidige grenzen van Turkije woonden, hebben de genocide gepleegd. Turken geven veel om hun eer.

Dat eergevoel zou worden aangetast als de Turken de genocide zouden erkennen. In twee opzichten zouden de ze worden aangetast in hun eergevoel: als moslim en als Turk.

Onfeilbaar

Ze kunnen het moeilijk aanvaarden dat zij, de moslims, evenals andere volkeren in georganiseerd verband ernstige misdaden kunnen plegen. Aanvaarden ze dit, dan nemen ze logischerwijs afstand van de gedachte dat een moslim, vanwege de islam, een hogere morele positie mag claimen.

Daarnaast staat bij de erkenning van de Armeense genocide de onfeilbaarheid van de Turk op het spel.

Een realistische kijk op eigenwaarde en eer zou de Turken sieren. Turken moeten durven aanvaarden dat zij, net als alle andere volkeren, normale mensen zijn. Er is niets superieurs aan het Turkse volk. Overigens geldt dat voor alle volkeren op aarde.

Aansprakelijkheid

De erkenning van de Armeense genocide is van belang voor Armeniërs en Turken. Ze zouden gezamenlijk onderzoek kunnen doen naar de aard, oorzaak en omvang van de genocide en de politieke en militaire methoden die bij deze genocide werden gebruikt.

Om dit proces te vergemakkelijken, kunnen ze de civielrechtelijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid uitsluiten. Het moet gaan om de gezamenlijke waarheidsvinding.

Daaruit kunnen verschillende volkeren in dat gebied concrete lessen trekken. Hoe ernstig was eigenlijk de genocide op het Armeense volk?

Kolonialisme

Recent kwam ik een artikel tegen van de Iraanse schrijver Mohammad-Ali Jamalzadeh (1892-1997) over de genocide in het Ottomaanse kalifaat. Jamalzadeh is de vader van het korte verhaal in de Perzische literatuur.

Terecht wordt hij in Iran beschouwd als een belangrijke schrijver uit de twintigste eeuw. In de Eerste Wereldoorlog behoorde hij tot een groep Iraanse nationalisten, opgericht in Berlijn, die tegen het kolonialisme van vooral Rusland en Groot-Brittannië waren.

In Bagdad richtte hij de krant Rastakhiz op. Op 1 april 1915 begon hij in Bagdad aan zijn reis naar Berlijn. Op 18 mei, na omzwervingen via Bagdad, Aleppo en Istanbul, bereikte hij Berlijn. Onderweg zag hij hoe het kalifaat de Armeniërs aan het uitroeien was.

Impressie

Zijn ooggetuigenverslag werd later in een artikel gepubliceerd. Hieronder een samenvattende impressie van een ooggetuigenverslag van een karavaan van doden:

‘We zagen onderweg heel veel Armeniërs. Ook zagen we hoe ze werden gedood. Eerst was het moeilijk om het aan te zien, maar langzamerhand begonnen we eraan te wennen. Armeense meisjes scheerden hun hoofd kaal om niet op te vallen bij de Turkse en Arabische soldaten van het kalifaat.

‘De Armeniërs werden als een kudde schapen behandeld; met zweepslagen werden ze in beweging gehouden. Overal langs de wegen lagen de dode Armeniërs. Ik heb zelfs gehoord dat de militairen hun seksuele driften niet konden beheersen en ze niet alleen de levende Armeense meisjes verkrachtten, maar ook de dode. (…) Elders bij een rivier kochten we een schaap, om het daarna op te eten. Nadat het schaap was geslacht, werd zijn inwendige afval weggegooid.

‘Toen zag ik hoe een groep uitgeputte en uitgehongerde Armeniërs dit afval ging eten. (…) Een Armeense vrouw bood mij haar twee gouden ringen aan in ruil voor eten voor haar kinderen. Geloof me, ik heb haar ringen niet aangenomen, maar ik heb haar wel voedsel gegeven. (…)

‘Het waren vreemde dagen. Het leek op een verschrikkelijke nachtmerrie. Soms komen de beelden van deze nachtmerrie terug. Ik word er verdrietig van. Ze kwellen mij.’

Huiveringwekkend

Dit ooggetuigenverslag van een geheel onverdachte bron is huiveringwekkend. Het verhaal van genocide was in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw bekend in heel Europa.

Het eerloze regime van het Ottomaanse kalifaat pleegde de eerste genocide van de twintigste eeuw. Na het Ottomaanse kalifaat pleegde het nationaal-socialisme genocide in Europa.

De Turken moeten leren om in het reine te komen met het misdadige verleden.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.