Arend Jan Boekestijn

Het Verenigd Koninkrijk doet er niet meer toe op het wereldtoneel

Door Arend Jan Boekestijn - 13 april 2015

Op 7 mei gaan de Britten naar de stembus. Over het buitenlandbeleid, waarvan Cameron een puinhoop heeft gemaakt, wordt nauwelijks gerept.

Vroeger was het Verenigd Koninkrijk een grote mogendheid. Het domineerde de wereldzeeën, de wetenschap en de industriële revolutie. Twee wereldoorlogen droegen bij aan het machtsverval.

Op 7 mei gaan de Britten naar de stembus. Over buitenlands beleid wordt nauwelijks gerept. Het lijkt wel alsof alle politieke partijen tot de conclusie zijn gekomen dat het Verenigd Koninkrijk er niet meer toe doet.

Het buitenlands beleid van premier David Cameron is een puinhoop. Toen de Libische leider Muammar al-Khaddafi in maart 2011 rebellen in de stad Benghazi dreigde te bombarderen, riep Cameron op tot een militaire interventie.

Nietsontziend

Britse en Franse gevechtsvliegtuigen beschermden de burgers van Ben­ghazi. Toen Khaddafi in augustus dat jaar het veld ruimde, zei Cameron dat zijn land Libië zou helpen bij de wederopbouw.

Die belofte werd niet waargemaakt. In Libië woedt nu een nietsontziende burgeroorlog en Noord-Afrika is gedestabiliseerd.

Ook in Syrië liep Cameron averij op. Toen de Syrische president Bashar al-Assad in 2013 chemische wapens had ingezet, beloofde Cameron de Amerikaanse president Barack Obama dat Londen ook kruisraketten zou afvuren, maar het Britse parlement voorkwam dat.

Afgrijzen

Dertig parlementariërs van Camerons ­eigen partij stemden mee met de oppositie. Het gevolg was dat het Amerikaanse Congres eveneens ging dwarsliggen, tot afgrijzen van Obama. Als Miliband de verkiezingen wint en premier wordt, raakt Obama van de regen in de drup.

De Britse oppositie deed het overigens niet veel beter. Ed Miliband, de leider van de Labourpartij, vertelde onlangs trots aan de beruchte interviewer Jeremy Paxman dat hij Obama’s wens om te bombarderen had weerstaan.

Wat de Oekraïne-crisis betreft, schittert het Verenigd Koninkrijk door afwezigheid. Londen was nota bene in 1994 een van de ondertekenaars van het Boedapest Memorandum, waarin de veiligheid van Kiev werd gegarandeerd in ruil voor ontmanteling van de kernwapens in dat land.

Onderzeeboten

Vladimir Poetins annexatiezucht in Oekraïne bedreigt de Europese orde, maar Cameron geeft niet thuis.

Hetzelfde geldt voor defensie. Afgelopen jaar riep Cameron alle NAVO-landen op te voldoen aan hun verplichting om 2 procent van hun uitgaven te reserveren voor defensie. Nu blijkt het Verenigd Koninkrijk zelf die verplichting niet na te komen.

Labour is nog erger. De Schotse Nationale Partij spreekt zich openlijk uit tegen modernisering van de Britse kernwapens op onderzeeboten. De kans dat Labour die Schotse wens gaat steunen, is levensgroot.

Zonder Trident-raketten valt een van de pilaren onder de Britse special relationship met de Verenigde Staten weg.

Rijke Afrikanen

De bezuinigingen op defensie vallen des te meer op omdat zowel de Conservatieven als Labour beloven 0,7 procent van het nationaal inkomen te besteden aan ontwikkelingshulp, terwijl geen enkel serieus land dat nog doet.

Cameron zegt dat ontwikkelingshulp vluchtelingenstromen indamt. In werkelijkheid ontvluchten vooral rijke Afrikanen hun land omdat alleen zij de torenhoge bedragen aan mensensmokkelaars kunnen betalen.
Ten slotte is er het Britse beleid ten aanzien van de Europese Unie (EU). Camerons belofte een referendum te houden over het Britse EU-lidmaatschap heeft de Britse invloed in Europa geschaad.

Zijn poging om te voorkomen dat Jean-Claude Juncker voorzitter van de Europese Commissie zou worden, werd alleen door Hongarije gesteund.

Treurig

Cameron haalde bovendien zijn partij uit de christen-democratische stroming in het Europees Parlement, waardoor hij niet langer deelneemt aan belangrijke voorbesprekingen in deze groep met regeringsleiders als Angela Merkel.

Cameron probeert zijn passieve buitenlandse beleid te verdedigen door erop te wijzen dat de Britten oorlogsmoe zijn en worstelen met de economische crisis.

Merkel en zelfs de Franse president François Hollande bewijzen dat een actief buitenlands beleid ook tijdens een crisis mogelijk is. Merkel heeft de handen vol aan Poetin en Hollande stuurde Franse soldaten naar Mali.

Het is treurig. Een land met zo’n indrukwekkende diplomatieke traditie en een permanente zetel in de VN-Veiligheidsraad zou toch een actievere rol kunnen spelen. Helaas is er geen Britse politicus voorhanden die hierop aandringt. Het Verenigd Koninkrijk is irrelevant geworden.

Elsevier nummer 16, 18 april 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.