René van Rijckevorsel

NAVO en EU moeten snel Libische kuststrook gaan controleren

Door René van Rijckevorsel - 21 april 2015

Iedereen is het erover eens: er moet een eind komen aan wat al de grootste vluchtelingencrisis sinds de Tweede ­Wereldoorlog wordt genoemd. Dat kan ook. Er rest Europa op termijn geen andere keuze dan het ­’Australische model’.

Dagelijks wordt Europa geconfronteerd met de gevolgen van de wetteloosheid in vooral Libië, dat sinds de val van Muammar al-Khaddafi in 2011 is veranderd in een wetteloze bende. Duizenden gelukzoekers en vluchtelingen proberen elke dag de Middellandse Zee over te steken.

Halen ze de overkant niet, dan worden ze anoniem onderdeel van een getal, meestal een gegist veelvoud van honderd, dat een zeemansgraf vond. In 2014 in totaal 3.300, dit jaar een veelvoud?

In Libië zouden nog één miljoen Afrikanen en Arabieren klaar staan om de risico’s te trotseren. Gewillig zullen zij zich met veel te veel laten inschepen op roestige sloepen en lekke rubberboten. Zij hebben zich overgeleverd aan gewetenloze criminele mensensmokkelaars.

Ontwrichtend

Behalve dat deze aanhoudende exodus ontwrichtend werkt voor de Europese verzorgingsstaten, waarvan de opvangcapaciteit ook zijn grenzen heeft, is er de dreiging dat terreurbeweging Islamitische Staat (IS) als asielzoekers vermomde aanhangers naar ­Europa stuurt, om daar dood en verderf te zaaien.

Iedereen is het erover eens: er moet een eind komen aan wat al de grootste vluchtelingencrisis sinds de Tweede ­Wereldoorlog wordt genoemd. Dat kan ook.

Maar dan is wel overeenstemming én vergaande samenwerking nodig. En dat is het probleem. De Europese Unie (EU) heeft nooit uitgeblonken in gemeenschappelijke actie als het gaat om buitenlands beleid. Kan Europa, nu Amerika zich afzijdig houdt, zelf de juiste keuzes maken?

Het belangrijkste probleem schuilt in het zogenaamd ­humane Europese asielbeleid. Dat beleid is in zekere zin schuldig aan het aanhoudende drama van verdrinkings­doden. Om asiel aan te vragen, moet je je immers fysiek aan de Europese grenzen melden – met alle gevaren van dien voor de vluchtelingen.

Verzorgingsstaten

Dan is er het probleem dat Schengen heet. Heb je een eerste stap gezet op de Zuid-Europese kust, dan ben je binnen. De Italiaanse en Griekse autoriteiten knijpen een oogje toe als de vluchteling naar Noord- of West-Europa wil. Deze landen zitten in een economische crisis en zijn niet in staat om honderdduizenden sloebers op te vangen.

Dat de vluchtelingen collectief kiezen voor de rijke verzorgingsstaten in Noord- en West-Europa geeft aan dat veiligheid niet hun enige motief is. De meesten ontvluchten economische misère.

Een derde probleem waarvoor Europa een oplossing moet vinden, is wat te doen met onderschepte schepen. In plaats van dat het Europese grensbewakingsagentschap Frontex de dobberende boten met schipbreukelingen die in de steek zijn gelaten door hun wrede smokkelaars, terugleidt naar Noord-Afrika, krijgen ze een escorte naar Europa.

Dat is niet bepaald ontmoedigend voor de drommen die nog klaar staan.

Verdeelsleutel

Er rest Europa op termijn geen andere keuze dan het ­’Australische model’. Grootschalige, correcte opvang in de regio, bijvoorbeeld in Turkije, Tunesië en Egypte. Alleen daar – en niet in Europa – kunnen potentiële landverhuizers zich melden als asielzoeker. Daar kunnen ook de passagiers van onderschepte boten worden afgeleverd.

Na screening komen alleen echte vluchtelingen volgens een verdeelsleutel in aanmerking voor een enkele reis naar Europa. Niet de vluchteling bepaalt in welk land hij zich vestigt, maar Europa.

Daarbij moeten de Europese landen de NAVO verzoeken om snel een vredesmacht naar de falende staat Libië te sturen. Liefst met mandaat van de Verenigde Naties en de gekozen regering in Tripoli. Waarom wel in Mali de orde bewaken, maar niet in Libië, waarvan de impact op Europa veel groter is?

Wie controle heeft over de smalle kuststrook beheerst het land, en de zee. Met militaire middelen kunnen daar de mensensmokkelaars worden bestreden. Het zal best een linke operatie zijn, maar de tijd van vol afgrijzen toekijken is toch echt voorbij.

Elsevier nummer 17, 25 april 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.