Afshin Ellian Afshin Ellian

Pasen: nog altijd vinden talloze onschuldigen de marteldood

Door Afshin Ellian - 03 april 2015

De kruisiging van halfmens, halfgod Jezus eindigt ondanks alles in optimisme. Afshin Ellian over het verhaal van Pasen, waarop regisseurs en schrijvers jaloers kunnen zijn.

Op Witte Donderdag doodden de terroristen in Kenia 147 studenten. Wat hadden de slachtoffers misdaan? Waarom moesten ze worden geëxecuteerd?

De slachtoffers hadden geen cartoons gemaakt van de profeet Mohammed. Ze hadden de Koran niet in brand gestoken, noch hadden ze een film gemaakt over de vrouwenonderdrukking in de islam.

Neergeknuppeld

De meesten van de 147 studenten zijn vermoord omdat ze het christelijke geloof aanhingen. Een Afghaanse vrouw, Farkhonde werd een paar dagen eerder in Kabul neergeknuppeld, vertrapt, vermoord en verbrand omdat ze niet wilde geloven in bijgeloof.

147 Keniaanse studenten beleefden op Witte Donderdag hun eigen Goede Vrijdag.

Vandaag herdenken we de wreedheid die de mens tot waanzin kan drijven.

Op verzoek van de redactie van maandblad Juist schreef ik een essay over Pasen. Hieronder leest u een gedeelte daarvan.

Toen ik voor de eerste keer een speelfilm over Jezus zag, in Iran ten tijde van de Sjah, liepen de tranen over mijn wangen. Dat gold ook voor mijn moeder.

Het was de eerste en de laatste keer dat we samen naar bioscoop gingen. De kruisiging van een andersdenkende in een Midden-Oosterse context blijft een hartverscheurende affaire.

De manipulatie en de passieve en actieve medewerking van de massa die ertoe leidden dat de onschuld naar een marteldood werd gebracht, leidden tot de geboorte van een zondebok.

Dissidenten

Als ik nu aan Pasen denk, denk ik aan Faramarz, mijn neef. Zijn naam betekent letterlijk: over de grens, voorbij de grens. Hij is in de jaren tachtig van de vorige eeuw met een groep dissidenten ergens in het noorden van Iran geëxecuteerd en in een massagraf gegooid.

We weten nog steeds niet waar hij is begraven. Geen rituelen, geen officiële rouwperiode, maar in een voor hem vreemde aarde begraven.

Wij werden daarvan op de hoogte gebracht door een korte aankondiging van de revolutionaire rechtbank op de pagina ‘Gebeurtenissen’ in de Iraanse staatskrant Kayhan: ‘Acht contrarevolutionairen werden geëxecuteerd als verdorvenen op aarde wegens hun strijd met Allah, Zijn profeet en de islam.’

Rouwende vrouwen

Daar stond de naam van onze Faramarz (drie jaar ouder dan ik) op een pagina die bestemd was voor verkeersongelukken en natuurrampen. Dat is mijn Pasen. O, ja, een week later werd ook de man van zijn zus geëxecuteerd, wiens zwangere vrouw al zat ondergedoken.

Zo was het beeld compleet: de vermoorde onschuld, de rouwende vrouwen, en verbijsterde verdwaasde mannen. Dat brengt de universele executie van onschuld, de andersdenkenden, te weeg.

De Duitse dichter Rainer Maria Rilke (1875-1926) weet in zijn achtste elegie de dood als het oer-geweld te verwoorden:

Met alle ogen zien de schepselen
het opene. Slechts onze ogen zijn
als omgekeerd, als vallen, in een cirkel
rondom hun vrije uitweg, opgesteld.
Wat daarbuiten bestaat, dat lezen wij alleen
In het gelaat der dieren.
(…)
De dood zien wij alleen; het vrije dier
Heeft steeds zijn ondergang al achter zich,
en voor zich God.

Kleine ruimte

De dood ervaart het dier niet. Als de dieren en planten in een reine ruimte leven en daardoor ook geen besef hebben van de dood, dan zien alleen wij mensen de dood.

Wij leven in de wereld met een sterke mate van bewustzijn. Altijd is er de wereld, aldus Rilke. De dood ervaren we slechts vanuit het perspectief van de wereld: zij leert ons de sterfelijkheid. Het oer-geweld van de executie was daarin een goddelijk recht dat de mens zich had toegeëigend.

(….)

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.