Jelte Wiersma

Vluchtelingencrisis: Europa kan en wil het probleem niet oplossen

Door Jelte Wiersma - 24 april 2015

Een extra boot en vliegtuig in de Middellandse Zee om vluchtelingen te redden, dat is het wel zo’n beetje qua uitkomst van het EU-spoedberaad. Intussen blijft de deur van het krakkemikkige huis Europa wagenwijd open staan.

De regeringsleiders van de 28 landen van de Europese Unie kwamen donderdag bijeen in Brussel om te praten over asielbeleid en het redden van vluchtelingen op de Middellandse Zee.

De gemaakte afspraken zijn vooral voor de bühne. Zo van: ‘Europa doet iets’. Maar ‘Europa’ doet weinig want dat kan én wil het niet.

Europese politiek werkt volgens een curieuze volgorde. Het bestaande huis – de natiestaat – wordt al gesloopt voordat het nieuwe huis – de Europese Unie – een fatsoenlijk dak heeft.

Generaal pardon

Zo ging het met de euro, en zo ging het met het opheffen van grenscontroles en immigratiebeleid.

Europese binnengrenzen zijn afgeschaft (1995), waarna landen als Nederland fors bezuinigden op douane en Koninklijke Marechaussee.

Maar van Europese grensbewaking is geen sprake. Iedereen kan binnenkomen en wie eenmaal in Europa is, gaat niet meer terug. Zelfs voor afgewezenen is er altijd wel een generaal pardon en is er altijd wel een land dat opvang biedt.

Want behalve nationale grenscontroles is ook nationaal asielbeleid de facto opgeheven zonder dat daar een effectieve Europese variant voor in plaats is gekomen. Geen wonder dat honderdduizenden Arabieren en Afrikanen proberen naar Europa te komen. Binnen is blijven.

Voor de veiligheid hoeven zij niet naar Europa – grote delen van Afrika en de Arabische wereld zijn veilig. Maar voor een perspectiefrijk leven is Europa logischerwijs the place to be.

Zelfs voor wie niet slaagt is er een gratis huis, uitkering en zorg. Neem ze hun wens naar Europa te komen eens kwalijk.

Drama

Keer op keer blijkt dat ze daarvoor grote risico’s nemen. Zeker honderden van hen verdronken dit jaar in de Middellandse Zee terwijl ze probeerden over de steken naar vooral Italië.

Het zoveelste drama noopte voorzitter Donald Tusk van de Europese Raad de regeringsleiders van de 28 Unielanden in Brussel bijeen te roepen. Ook zijn er steeds meer landen, waaronder Nederland, die liever minder immigranten zien komen wegens de hoge kosten en sociale ontwrichting.

Na een relatief korte vergadering donderdag was de belangrijkste conclusie: we gaan met de Afrikaanse Unie een top organiseren op Malta. En we wachten op een plan van de Europese Commissie.

Ver uiteen

Voorlopig gebeurt dan ook niets noemenswaardigs. Zelfs over veel grotere steun aan landen in de regio die veel vluchtelingen opnemen, is nauwelijks iets bereikt. Een extra boot en vliegtuig in de Middellandse Zee om vluchtelingen te redden, dat is het wel zo’n beetje.

De Europese leiders liggen ver uiteen als het migratiepolitiek betreft. Noord-Europa vindt dat Zuid- en Oost-Europese landen als locaties van eerste aankomst Europees afgesproken asielprocedures moeten uitvoeren: opvang, registratie en een juridisch proces waarin wordt besloten of iemand wel of niet mag blijven.

Maar dat doen zij niet. Oost- en Zuid-Europese landen weten dat de meesten toch door willen naar het rijkere Noord-Europa.

Krakkemikkig

Die ervaring leert dat een Europees migratiebeleid niet mogelijk is. Ook is het voorkomen van oorlogen in Afrika en de Arabische wereld die leiden tot vluchtelingen onmogelijk.

In dat licht zou het verstandig zijn – zoals de VVD van premier Mark Rutte in zijn verkiezingsprogramma heeft staan – om nationaal asielbeleid te voeren. Daar hoort nationale grenscontrole bij.

Ofwel: reparatie van het bestaande huis – de natiestaat. Maar dat willen de premier en zijn Europese collega’s niet. Het gevolg: de deur van het krakkemikkige huis Europa staat wagenwijd open.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.