Arend Jan Boekestijn

De les van Baltimore: niet alleen de Afro-Amerikanen treft blaam

Door Arend Jan Boekestijn - 07 mei 2015

Het effectief bestrijden van vermeende raciale ongelijkheid in de Verenigde Staten vereist de bereidheid van zowel progressieven als conservatieven om de ideologische strijdbijl te begraven.

De rellen in Baltimore na de begrafenis van de zwarte arrestant Freddie Gray lokken voorspelbare reacties uit. Amerikaanse progressieven, de liberals, wijten de rellen aan achterstelling en praten soms geweld van relschoppers goed.

De conservatieven zien moreel verval als oorzaak en vergoelijken soms excessief politiegeweld. De aanhangers van de twee denkscholen verketteren elkaar terwijl zij juist allebei een punt hebben.

In de buurt waar Freddie Gray vandaan komt, heeft slechts eenderde van alle volwassenen een middelbareschooldiploma. Schooluitval is er verontrustend hoog. Over de oorzaken wordt getwist. Progressieven benadrukken dat de meeste bewoners er werkloos zijn omdat veel banen in de Amerikaanse industrie verloren zijn gegaan.

Ze wijzen ook op discriminatie van Afro-Amerikanen op de arbeidsmarkt. Ze suggereren dat veel zwarte scholieren hun school niet afmaken omdat zij toch weinig kans hebben op een baan.

Conservatieven vinden dat discriminatie nooit een rechtvaardiging kan zijn om de school te verlaten en lid te worden van een bende. Zij claimen dat sommige zwarte leerlingen niet in school geïnteresseerd zijn omdat ze dat associëren met abject blank gedrag.

Minder vrienden

Dat idee krijgt steun uit onverwachte hoek. Roland Fryer is een zwarte hoogleraar economie aan Harvard die raciale ongelijkheid onderzoekt. Hij stelde vast dat zwarte kinderen op de kleuterschool net zo goed presteren als andere kinderen. Daarna doen ze het steeds slechter.

Fryer ontdekte dat zwarte leerlingen met goede cijfers veel minder zwarte vrienden hebben dan die met slechte cijfers. Afwijzing van vermeend blank gedrag kan schoolprestaties dus negatief beïnvloeden.

Dit betekent niet dat het onderwijssysteem vrijuit gaat. In Baltimore wordt relatief veel geld uitgegeven aan onderwijs, omgerekend zo’n 13.000 euro per scholier per jaar, maar afwezigheid van leraren komt veel vaker voor op zwarte scholen dan op witte. Dat hangt er waarschijnlijk mee samen dat er veel criminaliteit is in zwarte wijken. Ook dit thema leidt tot verhitte discussies.

Moreel verval

Progressieven wijzen erop dat 40 procent van alle gevangenen zwart is, terwijl Afro-Amerikanen slechts 12 procent van de bevolking vormen. Het hoge percentage zwarte gevangenen wijten ze aan etnisch profileren.

Ze wijzen ook op het politiegeweld, waardoor inwoners van zwarte wijken weinig vertrouwen hebben in agenten. Wat het excessieve politiegeweld betreft lijken de liberals een punt te hebben.

De politie in Baltimore jaagt vooral op kruimeldieven waardoor ze niet meer toekomt aan het oplossen van grote misdaden. Met als gevolg dat de zwarte bevolking gebukt blijft gaan onder zwart geweld.

Amerikaanse conservatieven zoeken de oorzaak vooral in moreel verval. Zij wijzen erop dat 93 procent van alle zwarten in de Verenigde Staten die worden vermoord het slachtoffer is van een zwarte dader. Het grootste gevaar voor een zwart kind in Amerika is dus niet een witte politieagent, maar een andere zwarte burger.

Gebroken gezinnen

Conservatieven wijten het agressieve gedrag onder Afro-Amerikanen vooral aan de vele gebroken gezinnen in zwarte wijken.

Want er lijkt een relatie te zijn tussen jeugdcriminaliteit en het ontbreken van een vader. Tussen 1963 en 2012 verdrievoudigde het percentage kinderen uit eenoudergezinnen tot 32 procent. Uitgesplitst was dit 26 procent bij blanken, 34 procent bij Spaanstaligen en 59 procent bij zwarten.

Wat de oorzaak is van die toename, is onduidelijk. Conservatieven denken dat vrouwen dankzij overheidssteun makkelijker een onbevredigende relatie kunnen beëindigen.

Grote jongens

Wat de oorzaak ook is, kinderen uit gebroken gezinnen verlaten vaker voortijdig school, raken vaker als tiener al zwanger en zijn vaker werkloos. Liberals hebben gelijk dat zwarte scholen betere docenten verdienen, discriminatie moet worden bestreden en in zwarte wijken ook de grote jongens moeten worden opgepakt.

Conservatieven hebben gelijk dat vaders hun gezinnen niet moeten verlaten en dat het belang van goede schoolprestaties dient te worden erkend.

Het effectief bestrijden van raciale ongelijkheid vereist dus de bereidheid van zowel progressieven als conservatieven om de ideologische strijdbijl te begraven. Want als ergens principes tot de duivel leiden, dan is het hier.

Elsevier nummer 20, 16 mei 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.