Robbert de Witt

Gelukkig voor Oost-Europese NAVO-landen steunt Amerika hen wel

Door Robbert de Witt - 16 juni 2015

Als er ook maar één Amerikaan wordt geraakt bij een Russische invasie in Oost-Europa, kan Washington niet afzijdig blijven. En dus zullen de Russen wel twee keer nadenken voor ze aanvallen.

Het handjevol tanks en maximaal vijfduizend militairen die Amerika overweegt te sturen naar de Baltische landen en enkele Oost-Europese landen kunnen natuurlijk nooit weerstand bieden aan een grote Russische inval.

Toch is het plan een geweldige steun in de rug voor deze landen, die vrezen te worden geannexeerd door Rusland, zoals vorig jaar gebeurde met de Krim. Want als er ook maar één Amerikaan wordt geraakt bij een Russische invasie, kan Washington niet afzijdig blijven. En dus zullen de Russen wel twee keer nadenken voor ze aanvallen.

Moskou is laaiend: ‘De meest agressieve daad van het Pentagon en de NAVO sinds het einde van de Koude Oorlog.’ Het zou immers voor het eerst zijn dat er permanent Amerikaans oorlogstuig komt in een van de voormalige Warschaupact-landen.

Buigen

Bovendien, jammeren de Russen, beloofde de NAVO in 1997 geen ge­vechts­troepen te plaatsen in landen die grenzen aan Rusland. Daar zijn veel Europese landen gevoelig voor: zal Amerika de Russen niet provoceren met het breken van deze belofte?

Los van het feit dat het juist de Russen zijn die provoceren – voortdurend doorkruisen Russische bommenwerpers onaangekondigd het NAVO-luchtruim – herinneren de Russen zich alleen wat ze goed uitkomt. ‘Versterkingen kunnen er komen, indien noodzakelijk, ter verdediging tegen een externe bedreiging,’ stelde die overeenkomst uit 1997 ook. En landen hebben het recht hun eigen veiligheid zeker te stellen– door Amerikaanse hulp te vragen, bijvoorbeeld.

Gelukkig voor de Balten en andere Europeanen die zo lang moesten buigen voor de Sovjets kunnen ze wel rekenen op de Amerikanen. Waarvoor is het NAVO-bondgenootschap anders dan om te zeggen: tot hier en niet verder?

Elsevier nummer 25, 20 juni 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.