Arend Jan Boekestijn

Het is hoog tijd voor een liberaal beschavingsoffensief

Door Arend Jan Boekestijn - 26 juni 2015

Veel burgers vrezen immigratie, technologische verandering en mondialisering, en wijzen het liberalisme aan als schuldige. Die kritiek is niet altijd terecht. Niemand kan ontkennen dat sinds 1990 een miljard mensen wereldwijd wisten te ontsnappen aan bittere armoede.

Liberalen in Europa liggen onder vuur. De bankencrisis die in 2007 uitbrak, heeft het geloof in de zegenrijke werking van de markt aangetast. Ongelijkheid stijgt en daardoor is het lastiger om campagne te voeren voor een kleinere overheid. Het is tijd voor een liberaal beschavingsoffensief.

Het liberalisme heeft iets onbaatzuchtigs. Liberale inzet voor de geleidelijke invoering van het algemeen kiesrecht betekende immers dat veel nieuwe kiezers hun stem gaven aan christelijke en socialistische partijen. Liberalen gaven dus vrijwillig hun hegemonie op.

Na de Tweede Wereldoorlog zette de liberale afslanking zich voort. De staatsinterventie tijdens de wederopbouw en tijdens de opbouw van de verzorgingsstaat bracht liberalen ideologisch in verlegenheid, maar zij werkten er wel aan mee. Het ideaal van de kleine overheid raakte op de achtergrond.

Met een volkspartij wisten liberalen in Noord-Europa soms het electorale tij te keren. Liberale premiers bleven echter een zeldzaamheid. De Duitse liberale FDP keek jaloers naar Mark Rutte die het hoogste ambt wist te veroveren. In Slovenië, Estland en Luxemburg lukte het ook. In andere Europese landen ging het minder voorspoedig.

Tweede plan

De Duitse FDP, die als coalitiepartner een belangrijke rol speelde in naoorlogse kabinetten, verdween zelfs uit de Bondsdag. FDP-kiezers liepen over naar de populaire christen-democratische bondskanselier Angela Merkel of de eurosceptische partij Alternative für Deutschland.

In Frankrijk hebben liberalen nooit voet aan de grond gekregen. Zodra centrum-rechtse politici zich er ontpoppen als vrijemarktdenkers, plegen zij electorale zelfmoord. In Frankrijk, waar de staat vanouds wordt gezien als de uitdrukking van de volkswil, staat de markt altijd op het tweede plan.

In België werd de Vlaamse liberaal Guy Verhofstadt in 1999 premier, maar het ging mis in 2008. Verhofstadt stuurde zijn partij, de Open VLD, in progressieve richting  en verloor daardoor veel kiezers aan de Vlaams-nationalistische Nieuw-Vlaamse Alliantie (N-VA) die onder leiding staat van de intellectueel Bart De Wever.

In het Verenigd Koninkrijk probeerde Nick Clegg de Liberal Democrats naar het midden te sturen, maar de Schotse opstand en de regeringsverantwoordelijkheid in het coalitiekabinet met David Cameron leidden tot een electorale afstraffing.

In Noord-Europa spelen liberalen een grotere rol. Van 2001 tot 2011 entameerden de Deense liberalen de gedoogconstructie lang voordat Nederland het voorbeeld tijdelijk volgde. In andere Scandinavische landen zwaaien conservatieve premiers de scepter die wel vaak met liberalen samenwerken.

De Belgische, Britse en Nederlandse ervaringen leren dat de kansen voor het liberalisme niet op links liggen. Liberalen zijn niets waard als zij niet opkomen voor de rechtsstaat in de botsing der beschavingen. Zij zullen echter ook een bijdrage moeten leveren aan de discussie over het kapitalisme.

Marktmeesters

Veel burgers vrezen immigratie, technologische verandering en mondialisering, en wijzen het liberalisme aan als schuldige. Die kritiek is niet altijd terecht. De crisis in Amerika begon op de hypotheekmarkt waar de staatsregulering nu juist floreerde.

Mondialisering gaat wel met problemen gepaard, maar niemand kan ontkennen dat sinds 1990 een miljard mensen wereldwijd wisten te ontsnappen aan bittere armoede. Nieuwe vrijhandelsverdragen kunnen de economische groei verder stimuleren.

Liberalen zullen echter moeten erkennen dat zij marktmeesters hebben veronachtzaamd, waardoor het eigenbelang domineerde. De tweedeling tussen hoogopgeleiden en laagopgeleiden zou ook de liberalen zorgen moeten baren. Liberalen zouden hun voorkeur voor een kleine staat moeten combineren met verzet tegen kartels en bevordering van sociale mobiliteit.

Dat kan niet zonder een bezielend verband. Markten zijn immers niet immoreel maar wel amoreel. De liberale nadruk op het individu is zowel gegrondvest in de Verlichting als in de joods-christelijke traditie. Frits Bolkestein had gelijk toen hij hierop wees maar door surfplankliberalen werd weggelachen.

Zonder een publieke moraal verliezen wet en markt aan overtuigingskracht. En zonder deugden blijft de kleine overheid een utopie.

Elsevier nummer 27, 4 juli 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.