Fred Sengers

Hoe de zelfmoord van vier kinderen miljoenen Chinezen schokte

Door Fred Sengers - 25 juni 2015

Urbanisatie is de motor van het economische wonder van China. De keerzijde van het succes wordt zichtbaar door de miljoenen verwaarloosde kinderen op het platteland.

China verkeert in een schok over de dood van vier ‘achtergelaten’ kinderen. Begin deze maand werden de jongen en zijn drie zusjes dood aangetroffen in Cizhu, een dorp in de arme provincie Guizhou. Uit onderzoek bleek dat het viertal in de leeftijd van vijf tot dertien jaar samen zelfmoord heeft gepleegd door landbouwgif te drinken.

Het probleem van kinderen die zonder hun ouders opgroeien is bepaald niet nieuw. Honderden miljoenen Chinese migrantarbeiders hebben de afgelopen decennia hun heil gezocht in de grote steden in het oosten van China in de hoop op een betere toekomst.

Hun kinderen bleven achter op het platteland. Meestal bij hun moeder. Vaak bij de grootouders. En soms moederziel alleen.

Lopende band

Urbanisatie is de motor van het economische wonder van China. In plaats van werken op een keuterboerderij die nauwelijks meer produceert dan het hoogstnoodzakelijke voor een boerengezin, levert een arbeidskracht in de fabriek van de wereld economisch gezien een veelvoud op.

Migrantarbeiders verdienen op hun beurt op de bouwplaats of aan de lopende band veel meer dan op het platteland. Het stelt ze in staat hun familie in het geboortedorp te onderhouden.

Het zijn de omstandigheden van het geval die de onaangename kant van de urbanisatiegolf duidelijk maken. De vier kinderen leefden al sinds maart alleen in het dorp. Moeder was na een echtelijke ruzie weggelopen en vader werkte honderden kilometers verderop. De kinderen hadden geen grootouders meer die de verzorging hadden kunnen overnemen.

De vader had 500 kilo mais en 25 kilo ingeblikt vlees voor zijn kinderen achtergelaten. Hij had de zoon een bankpas gegeven met toegang tot een rekening waar hij elke week een bedragje op stortte.

Neerslachtigheid

De zaak is pijnlijk voor het bestuur van Bijie, waar Cizhu onder valt. In 2012 kwamen daar vijf zwerfkinderen om het leven door koolmonoxidevergiftiging, nadat ze zich met een geïmproviseerd kacheltje probeerden te verwarmen.

Het stadsbestuur beloofde toen de zorg voor achtergebleven kinderen te verbeteren en stelde 60 miljoen yuan per jaar (9 miljoen euro) beschikbaar voor hun opvang.

Er zijn naar schatting 61 miljoen achtergebleven kinderen in China. Volgens een studie van China’s vrouwenbond in 2013 staan zo’n 2 miljoen van hen er helemaal alleen voor.

Vorige week publiceerde de non-profitorganisatie De weg naar School een rapport over achtergebleven kinderen. Volgens de onderzoekers kampt 70 procent met neerslachtigheid of andere psychische problemen. Voor 34 procent is de psychische nood zo hoog, dat ze weleens denken dat ze dood beter af zijn.

Telefonisch contact

De organisatie deed onderzoek in zes provincies om meer over de leefomstandigheden van achtergelaten kinderen te weten te komen. Daaruit bleek dat één op de zes achtergelaten kinderen (10 miljoen) maar één keer per jaar door de ouders wordt opgezocht of hen soms jarenlang niet ziet. Ongeveer één op de twintig van deze kinderen (2,6 miljoen) ontvangt ook geen tussentijdse telefoontjes.

Volgens de onderzoekers neemt de onvrede over hun leefomstandigheden snel toe als kinderen hun ouders drie maanden niet hebben gezien. Eén à twee keer telefonisch contact per week in de tussenliggende periode helpt depressiviteit te voorkomen, zeggen de onderzoekers.

Chinese internetgebruikers tonen zich geschokt over de zelfgekozen dood van de vier kinderen in Cizhu. Ze hekelen de ouders, de school van de kinderen en de lokale autoriteiten. Ook staatsmedia besteden veel aandacht aan de kwestie.

Tweederangs

Maar één argument ontbreekt in de discussie. Waarom laten de migrantarbeiders hun kinderen achter op het platteland? De meeste van hen beschikken niet over een hukou, een woonvergunning in de stad, die recht geeft op onderwijs en zorg. Ze zijn aangewezen op dure privéscholen en klinieken.

Arbeiders in de fabriek of op de bouwplaats kunnen zich dat niet veroorloven. Hun rest niets anders dan hun kinderen in het geboortedorp achter te laten, waar deze faciliteiten wel worden gesubsidieerd.

Grote steden verzetten zich tegen het verstrekken van woonvergunningen aan migrantarbeiders, omdat ze de voorzieningen voor deze groep niet willen ophoesten. Daarmee zijn migrantarbeiders de facto tweederangsburgers in China. En zullen er nog veel kinderen tussen wal en schip belanden.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.