Arend Jan Boekestijn

Poetin is erop uit de zwakte van Europa bloot te leggen

Door Arend Jan Boekestijn - 22 juni 2015

De beslissing om geen militairen permanent in Oost-Europa te stationeren, zou Europa en de Verenigde Staten nog lelijk kunnen gaan opbreken.

Het heeft er alle schijn van dat wij aan de vooravond staan van een door Rusland gesteund zomeroffensief van de rebellen in Oost-Oekraïne. De regering in Kiev vreest zelfs een totale oor­log, die van Oekraïne weer een vazalstaat van Rusland zal maken. Ook in de Baltische staten wordt de Russische president Vladimir Poetin gevreesd. Wat stelt het Westen daar­tegenover?

Macht vereist tegenmacht. Maar de vraag is waar de tegenmacht in stelling wordt gebracht. Afschrikking werkt alleen als die geloofwaardig is. Geloofwaardigheid vereist niet alleen de wil en capaciteit om te vechten, maar ook de bereidheid om bondgenootschappelijke verplichtingen na te komen.

Met deze drie criteria in het achterhoofd zijn de Amerikaanse en de Europese regeringen niet in staat om in Oekraïne Poetin af te schrikken. Het Westen mist immers de wil om te vechten in Oekraïne en er bestaat ook geen bijstandsverplichting zoals die geldt voor het NAVO-verdragsgebied.

Het Westen heeft bovendien geen militaire aanwezigheid in Oekraïne. Washington is zelfs niet bereid om zware wapens te leveren aan Kiev. Oekraïne staat er dus alleen voor en moet van Washington ook nog democratiseren – wat de interne verdeeldheid versterkt.

Escalatie

In het NAVO-verdragsgebied is door de bijstandsclausule de geloofwaardigheid van het Westen sterker. Op het gebied van de capaciteit lijkt het op het eerste gezicht mee te vallen. Tussen 1995 en 2015 zijn het aantal tanks in Europa verminderd van 25.000 naar een kleine 8.000, en het aantal gevechtsvliegtuigen van 5.400 tot 2.400. Rusland kan daar 2.500 tanks en 1.389 gevechtsvliegtuigen tegenover stellen.

De Verenigde Staten hebben in totaal 8.848 tanks, maar sinds 2013 staat er niet één meer in West-Europa. Het Pentagon overweegt nu om tanks en zware wapens in Oost-Europa te stationeren. Oost-Europese NAVO-lidstaten – Estland, Letland, Litouwen, Polen – verwelkomen dit voornemen, maar ze hadden ook om militairen verzocht.

Op dat verzoek is de NAVO niet ingegaan, omdat Moskou meent dat dit in strijd is met een in 1997 met Rusland overeengekomen afspraak om geen troepen permanent ten oosten van Duitsland te stationeren. Bondskanselier Merkel ontkent dat een dergelijke keiharde afspraak bestaat, maar vreest dat permanente aanwezigheid van NAVO-militairen in Oost-Europa tot een escalatie zou kunnen leiden.

Ook Washington vreest een escalatie als troepen permanent worden gepositioneerd in Oost-Europa (inclusief de Baltische staten), maar overweegt nu dus wel om het militaire materieel te sturen dat nodig is om een brigade te ondersteunen. Zo zouden, indien ­nodig, alleen militairen hoeven worden ingevlogen.

Afschrikking

Het eerste probleem is dus dat er nog steeds geen manschappen permanent in Oost-Europa zijn gelegerd, terwijl duizenden Russische militairen zich verzamelen aan Russische kant – als we de berichten mogen geloven. De NAVO-flitsmacht telt pas in 2016 4.000 man en is pas binnen vijf dagen inzetbaar. Dat is geen solide afschrikking.

Het tweede probleem is dat de steun onder de West-Europese bevolking afkalft voor een militair bijstaan van een NAVO-lidstaat die wordt aangevallen.

Het Amerikaanse Pew Research Center publiceerde onlangs een rapport waaruit bleek dat minder dan de helft van de burgers in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje militaire bijstand steunt. In Amerika is de steun 56 procent, in het Verenigd Koninkrijk 49 procent en in Duitsland een magere 38 procent.

Het derde probleem is dat Rusland nog steeds de belangrijkste kernmacht ter wereld is en dat tot speerpunt maakt van zijn militaire strategie. Moskou zegt kernwapens te gaan installeren in de Russische exclave Kaliningrad die elke westerse militaire beweging in Oost-Europa kunnen bedreigen.

Het vierde probleem is dat Vladimir Poetin het Westen graag provoceert. Hij is erop uit de zwakte van Europa bloot te leggen. Hij weet ook dat hij hierin ver kan gaan, omdat Europa verdeeld is en bovendien in beslag wordt genomen door de crisis in Griekenland en de toestroom van vluchtelingen.

De beslissing om geen militairen permanent in Oost-Europa te stationeren, zou Europa en de Verenigde Staten nog lelijk kunnen gaan opbreken.

Elsevier nummer 26, 27 juni 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.