Syp Wynia

Chinees model geen voorbeeld, maar piramidespel

Door Syp Wynia - 13 juli 2015

China kan niet meer op prijs concurreren, innoveert te weinig, is verziekt door corruptie en is vergeven van de milieuvervuiling. Zelfs de elite van de Communistische Partij moet dat toegeven.

‘Wij willen helemaal geen democratie!’ Mister Potatoe kon vooral kritiek vanuit de Verenigde Staten op zijn land slecht velen. Niet dat hij verder iets tegen de Verenigde Staten had. Als het aan hem lag, vertrok hij liever vandaag dan morgen naar Californië, waar zijn tante al woonde.

Mister Potatoe heette natuurlijk niet werkelijk zo. Het was de naam die hij gebruikte als hij toeristen door de ongebaande bossen van Zuidwest-China gidste.

Onkruid

Er waren een paar dingen die mij opvielen, toen ik een jaar of wat geleden China doorkruiste. Ten eerste: de enorme bouwwoede, maar ook de verbijsterende leegstand. Hele nieuwbouwwijken waar alleen onkruid groeide. Kennelijk was er genoeg geld om te bouwen, maar was er te weinig vraag of waren de prijzen te hoog.

Ten tweede: gigantisch veel verveeld personeel in winkels zonder noemenswaardige klandizie. Kennelijk was het personeel goedkoop en waren de omzetverwachtingen hoog, maar vielen de verkopen in de praktijk tegen.

Ten derde: in grote delen van China schijnt de zon nooit of niet uitbundig. Als het al niet de stof- en zandstormen uit Mongolië zijn, zijn het wel de rokende schoorstenen en de uitlaten van auto’s en vrachtwagens die het zicht op de zon ontnemen.

Ten vierde: verwende kinderen. Na tientallen jaren eenkindbeleid zijn Chinese ouders overmatig beschermend en koesterend rond de enkele nazaat die hun wel was toegestaan.

Mijn particuliere observaties vormen kleine illustraties bij het piramidespel dat de Volksrepubliek China sinds 1978 is. Vanaf dat jaar goot de Communistische Partij gaandeweg scheutjes kapitalisme bij de staatseconomie. Met turbulente gevolgen.

Lonen

Het meest in het oog lopende effect was de pijlsnelle verstedelijking. Honderden miljoenen arme Chinezen werden economisch rendabel gemaakt door ze naar de kust te halen, waar ze in fabrieken in snel groeiende steden gingen werken. Die fabrieken – de grootste in handen van de Partij, het leger of de staat – produceerden voor de rest van de wereld, waardoor ook dollars en euro’s het land binnenstroomden.

China haalde tientallen jaren achtereen zulke mooie groeicijfers dat naïeve westerse beschouwers, ook in Nederland, dachten dat het best wat kon zijn, zo’n autoritair land met markteconomie.

Tien jaar geleden lagen de lonen in China nog zo laag dat je probleemloos een deel van je personeel als reserve achter de hand kon houden. Inmiddels is de onproductieve arbeidsreserve in het achterland op, gaan de lonen aan de kust omhoog en heeft China moeite om nog op prijs te concurreren.

Daar komt bij dat China – vaak bezien als jong, bruisend en voorbeeldig – in werkelijkheid tot de snelst vergrijzende landen ter wereld behoort – ook weer een onbedoeld effect van het eenkindbeleid, dat inmiddels dan ook is opgerekt, zij het zonder veel effect.

Chinese vrouwen krijgen nog steeds minder kinderen dan de Nederlandse. Toevallig, of misschien ook niet, is 2015 het kantelpunt: voor het eerst neemt het aantal Chinezen in de productieve leeftijd af.

Luchtbel

Verder zegt het veel dat Mister Potatoe geen kwaad woord over zijn communistisch geregeerde land wilde horen (het wordt er ingeramd op school), maar als hij maar enigszins kans zou zien toch liever naar een vrij land zou vertrekken.

De Chinese Communistische Partij liet alleen maar scheutjes markt toe, in de hoop en verwachting zo het grote land met zijn nog grotere populatie in de hand te kunnen houden en de alleenmacht van de partij te consolideren.

Dat deden ze goed, de partijbonzen. Maar zelfs de partij-elite moet nu erkennen dat het land niet meer op prijs kan concurreren en te weinig innoveert, dat het land is verziekt door corruptie, dat het land nog sneller vergrijst dan het rijk wordt, en dat China is vergeven van de milieuvervuiling. De schuldgedreven zeepbellen in onroerend goed en aandelen lopen nu leeg. Het Chinese model blijkt toch geen voorbeeldmodel.

O ja: China exporteert bijna twee keer zo veel naar Nederland als Nederland naar China. Maar Nederland exporteert bijvoorbeeld wel tien keer zo veel naar China als naar Griekenland. En dat is maar een van de zaken die ertoe doen, als de Chinese luchtbel echt barst.

Elsevier nummer 29, 18 juli 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.