René van Rijckevorsel

Oproep Cameron na Tunesië drukt Europa met neus op de feiten

Door René van Rijckevorsel - 01 juli 2015

De Britse premier David Cameron zei na de terreur in Tunesië dat extremisten het bestaan van het Westen bedreigen. Om de strijd tegen IS te winnen, is meer nodig dan het hapsnapbeleid op het gebied van immigratie tot nu toe.

Seifeddine Rezgui en Yassin Salhi waren tot vrijdag 26 juni mannen die een anoniem bestaan leidden. Een 23-jarige student uit het Tunesische Kaïrouan en een 35-jarige chauffeur die met zijn vrouw en drie jonge kinderen in een banlieue van Lyon woonde.

Hek

Vrijdagochtend onthoofdde Salhi vlak bij Lyon zijn baas en zou hij diens hoofd voorzien van islamitische teksten op een hek hebben gespietst. Iets later liep Rezgui het strand van een hotel in Port El-Kantanoui bij Sousse op, met een AK-47 verborgen in een parasol.

In 11 minuten doodde hij 39 westerse toeristen, onder wie 30 Britten. Toen werd hij gedood door veiligheidstroepen. Een stuk verderop, in Kuweit- Stad, werd tezelfdertijd een sjiitische moskee aangevallen met zeker 25 doden als resultaat.

Op hol

De aanslagen zijn gelinkt aan de terreurbeweging die zich Islamitische Staat (IS) noemt en die ze in een later stadium ‘opeiste’. Maar anders dan destijds bij de geregisseerde Al-Qa’ida-aanslagen lijkt gelijktijdigheid hier geen signatuur te zijn.

Het heeft er eerder de schijn van dat IS vooral inspirator is van geestelijk op hol geslagen eenlingen en losse cellen die zich waar dan ook bevinden en vaak onbekend zijn bij inlichtingendiensten. Slaan ze toe, dan zegt het zelfbenoemde ‘kalifaat’: die actie is van ons.

Voor Tunesië kunnen de gevolgen van de aanslag bij Sousse desastreus zijn. Het enige land dat nog enigszins democratisch uit de ‘Arabische Lente’ is gekomen, zal de broodnodige inkomsten uit toerisme flink zien dalen. Tegelijkertijd rest de regering geen andere optie dan keihard optreden.

Zo keert dankzij de terreur de politiestaat terug die onder de verdreven Zine el-Abidine Ben Ali hoogtij vierde. Algerije was eerder terug bij af – daar was al in de jaren negentig een bloedige opstand van islamistische terroristen – en inmiddels zijn ook Egypte en Tunesië weer terug waar ze in 2010 waren.

Radicale salafisten

De kans is groot dat in Europa de ergste terreurdaden nog moeten volgen. Er zouden nu al tal van sleepers zijn: radicale salafisten die zich een periode onzichtbaar maken om vervolgens dood en verderf te zaaien en zich zo de weg te plaveien naar 72 maagden en ander gerief in de islamitische hemel.

Maar ook een doorgedraaide gek die uit naam van IS met een kalasjnikov ongelovigen gaat neermaaien op de Dam in Amsterdam kan makkelijk tientallen slachtoffers maken. Vanuit het Midden-Oosten dreigt eveneens groot gevaar.

Existentieel

Maandag waarschuwde de Britse premier David Cameron voor ‘gruwelijke aanslagen’ in Groot-Brittannië die jihadisten in Syrië en Irak zouden beramen. ‘Het bestaan van het Westen wordt door die extremisten bedreigd,’ zei Cameron. Het is niet uitgesloten dat deze terroristen als vluchtelingen naar Europa komen, op bootjes vanuit Libië of Turkije.

Des te meer redenen om de strijd tegen IS in Syrië en Irak te intensiveren. De Koerden doen de laatste weken goed werk in Noord-Syrië, waar zij IS veel slagen toebrachten. En, zowaar, Nederlandse F-16’s lijken straks ook in Syrië te mogen bombarderen. Maar om de strijd te winnen die Cameron niet ten onrechte ‘existentieel’ noemt, is meer nodig dan het hapsnapbeleid tot nu toe, zeker ook op het gebied van immigratie.

Hoe langer de Europese deuren wijd open blijven staan voor iedereen die zich ‘vluchteling’ noemt, hoe groter de kans dat meer terreur wordt geïmporteerd.

Elsevier nummer 27, 4 juli 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.