Afshin Ellian Afshin Ellian

Srebrenica is het wrede bewijs van de onmacht van West-Europa

Door Afshin Ellian - 13 juli 2015

Midden jaren negentig maakte op de Balkan immense wreedheid duidelijk hoe onmachtig West-Europa was in het oplossen van gewelddadige conflicten. De beelden uit Srebrenica zullen we nooit vergeten.

Soms weet niemand meer precies hoe een oorlog begon. Dat geldt in het bijzonder voor interetnische oorlogen. De val van de Sovjet-Unie leidde tot vreselijke burgeroorlogen in de voormalige Sovjetrepublieken.

Alleen al in Tadzjikistan kwamen tienduizenden mensen om het leven. Volkeren in deze staten vonden zichzelf uit door middel van gewapende conflicten.

Gemengd huwelijk

Joegoslavië viel buiten de invloedssfeer van de Sovjet-Unie. Generaal Tito (1892-1980), de leider van Joegoslavië, was het gelukt om zijn land en de etnische groepen bij elkaar te houden. Een decennium na het overlijden van de eeuwige leider begon het verval van de macht in Joegoslavië.

Was het een schietpartij tijdens een gemengd huwelijk waarmee deze interetnische oorlog begon? Niemand weet het meer. Er gebeurde daarna zo veel.

Natuurlijk ontstaat een interetnische oorlog niet vanzelf – er moet een voedingsbodem voor zijn. Beetje bij beetje wordt de opgehoopte woede een munitiedepot. En dan is er de ontploffing in een gebied met veel wapens en criminelen.

Pacifisme

De Balkanoorlog maakte een einde aan het einde van de geschiedenis. De geschiedenis bleek plotseling volop bezig met dramatische gebeurtenissen. Het feest was voorbij: voor de eerste keer na de Tweede Wereldoorlog werd in Europa grootschalig gemoord om etnische redenen.

De onmacht van Europa om via gesprekken met de strijdende partijen een einde te maken aan de Balkanoorlog, was op zichzelf al een weerlegging van het pacifisme. De Europese legers belandden in een pijnlijke situatie – Europa had zich immers voorbereid op een confrontatie met de vijand, de Sovjet-Unie, en niet op het bewaken van vrede en beslechten van een burgeroorlog. Waarom was dat zo moeilijk?

Weigering

Het naoorlogse Europa was gevormd rond twee gedachten: de Verenigde Staten als garantie voor de veiligheid van Europa en de weigering om zelf geweld te gebruiken.

Deze twee principes leidden ertoe dat in West-Europa geen enkele militaire doctrine bestond voor het gebruik van geweld in een land dat niet als vijand was gedefinieerd, om zodoende een conflict te beslechten.

Inderdaad, het was schokkend om enerzijds de onmacht van Europa en anderzijds de wreedheden op de Balkan te zien gebeuren. De Amerikaanse betrokkenheid werd onontkoombaar.

Op naar Europa!

De Amerikanen waren niet de enigen die betrokken raakten bij de Balkanoorlog. Ook de Saudiërs en Iraniërs werden op hun eigen manier betrokken bij een oorlog in Europa. De wens van de islamitische heersers was uitgekomen: op naar Europa!

Saudi-Arabië financierde de islamitische strijders en het verspreiden van het wahabisme met alle gevolgen van dien voor vrede en veiligheid in Europa. Ook de Revolutionaire Garde van Iran steunde bepaalde groepen op de Balkan. Dit is wat kan gebeuren wanneer Europa pacifistisch wordt.

Lichte wapens

De beelden uit Sarajevo zullen we nooit vergeten. De interetnische wreedheden brachten Europa met beide benen op de grond – de verscheurde aarde in het hart van Europa. Het ergste moest nog komen: genocide.

Srebrenica werd aangewezen als veilige haven. Nederlandse troepen met lichte wapens moesten daar de vrede garanderen.

Dat de enclave toch viel, had verschillende redenen: de Nederlandse troepen waren licht bewapend, de commandostructuur binnen de Verenigde Naties was traag en vaag, en er kwam geen luchtsteun voor de Nederlandse blauwhelmen.

Geen luchtsteun

Nu blijkt dat tussen de grootmachten een afspraak bestond om de Nederlanders geen luchtsteun te geven. Natuurlijk wisten die grootmachten niet wat in Srebrenica zou gebeuren, hun weigering kwam voort uit het feit dat elders tientallen VN-soldaten waren gegijzeld.

Daarnaast hadden ze concrete plannen om definitief een einde te maken aan die burgeroorlog. En dat gebeurde ook.

Nu, twintig jaar later, schrijft de half-Kroatische, half-Servische Dražen Erdemovic (43) een indrukwekkend verslag over de genocide in Srebrenica. De Volkskrant publiceerde het.

Executeren

Erdemovic maakte deel uit van de tiende commando-eenheid van het Bosnisch-Servische leger:

‘Wat de missie ook was, het was geheim. De commandant vertelde ons niet waarheen we gingen. (…) Toen we bij een boerderij uit de bus stapten, wist ik niet wat we daar moesten doen. Pas toen de eerste bus met moslimmannen arriveerde, kreeg ik door wat die dag onze taak was. Onze eenheid werd een vuurpeloton. De commandant liet ons zien hoe te schieten zonder kogels te verspillen, zodat we in korte tijd zo veel mogelijk mensen konden executeren.

‘Vier uur lang schoten we aan één stuk door moslims dood. Ik weet niet hoe veel we er vermoord hebben. Ik heb ze niet geteld. Honderden, in ieder geval. Sommigen van hen waren heel jong, ergens tussen de 15 en 18 jaar. (…) Ik denk dat ik niet meer dan zeventig moslims heb vermoord. Misschien minder. Ik probeerde niet naar hun gezichten te kijken. Op een gegeven moment zei ik tegen een van de andere soldaten: God weet alles wat wij vandaag gedaan hebben.’

Deze dader heeft zijn straf uitgezeten. Er zijn geen tralies meer, behalve de beelden van slachtoffers in zijn hoofd. Maar Europa is nog niet klaar met de verschrikkelijke erfenis van de Balkanoorlog.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.