Afshin Ellian Afshin Ellian

Waarom wantrouwen van Israël tegenover Iran terecht is

Door Afshin Ellian - 10 juli 2015

De onderhandelingen over een atoomdeal met Iran zijn nog steeds aan de gang. Het is terecht dat Israël de jihadistische ayatollahs niet vertrouwt.

Terwijl vrijdag de aanhangers van het Iraanse regime wereldwijd dood aan Israël, dood aan Amerika scanderen, wordt in Wenen onderhandeld over het nucleaire project van de ayatollahs.

37 jaar geleden doopte de toenmalige leider van Iran, Khomeini, de laatste vrijdag van de ramadan om tot de Quds-dag. Alle aanhangers van het regime gaan in Iran, in Zuid-Libanon, in Irak en andere delen van de wereld de straat op om de vernietiging van staat Israël te scanderen.

Verlengstuk

Israël is de fictieve vijand van Iran. Zo begon het. Deze eenzijdig vijandverklaring is geen retorische kwestie. Het Iraanse regime steunt daadwerkelijk de terroristische groepen die de vernietiging van Israël tot doel hebben.

Wie dat niet wil nastreven, krijgt geen ondersteuning van Teheran. Daarom krijgt de PLO geen cent van Teheran. De Palestijnse Autoriteit wordt door Teheran zelfs als een verlengstuk van Israël gezien.

De fictieve vijand wordt gedwongen om zich als vijand te gedragen. Oud-medewerker van de Mossad, de Israëlische geheime dienst, Yossi Alpher, onthulde in zijn recent uitgekomen boek Periphery – Israel’s Search for Middle East Allies het erbarmelijke kennisniveau van Israël omtrent de Iraanse ayatollah.

Tijdens de Iraanse revolutie in 1979 kwamen de Israëlische veiligheidsdiensten en overheid bijeen om de situatie in Iran te bespreken. Ze beschikten over geen enkele analyse over het islamisme, jihadisme en dus de Iraanse ayatollahs. Daarom had de Israëlische overheid tijdens de roerige revolutiedagen geen strategie.

Gesloten boek

Tel Aviv was een passieve toeschouwer van een revolutie die juist Israël als eeuwige vijand zou verklaren.  De ayatollahs waren een gesloten boek voor Israël. Zelfs de Israëlische overheid wist niet dat de Sjah aan kanker leed, terwijl de Sjah door professor Moshe Mani in het diepste geheim werd behandeld.

In januari 1979 bezocht de chef van Mossad in Iran Eliezer Shafrir alias Gaizy de Iraanse premier Bakhtiar (1915-1991) in Teheran. Hij was de laatste premier van de Sjah. Premier Bakhtiar vroeg aan Shafrir om Khomeini te doden. Khomeini was toen nog in Frankrijk, en de Iraanse premier wilde dat hij daar zou worden vermoord.

Dit officiële verzoek van de Iraanse premier aan Israël om de leider van de Iraanse revolutie te doden, werd met spoed in Tel Aviv besproken: ‘Let Khomeini return. He will never last. The army and Savak will deal with him and with the mullahs on the streets of Tehran. He represents Iran’s past, not its future.’

Deze opinie bewijst dat Israël echt niet wist wat in Iran gaande was. In januari 1979 werd de Savak, de Iraanse geheime dienst, al door Bakhtiar opgeheven. En het leger was al lang gehalveerd, omdat de meeste soldaten zich bij de demonstranten hadden aangesloten.

Mening

Yossi Alphers opinie is wellicht de meest doorslaggevende mening: ‘We simply don’t know enough about what Khomeini stands for and what his chances are to justify the risk.’ Was dat echt zo moeilijk om te weten wat Khomeini over Amerika en Israël dacht? Khomeini had in al zijn toespraken en teksten keer op keer zijn mening over Amerika en vooral Israël geuit.

De kern daarvan was heel simpel: Israël is in strijd met sharia en moet worden opgeheven. Maar Tel Aviv wilde die toespraken en teksten niet serieus nemen. Ze geloofden niet dat wanneer Khomeini Israël als de vijand van de islam aanduidde, dat geen holle frase was maar een echte overtuiging.

Succesverhaal

Yossi Alpher denk nu anders daarover: ‘In retrospect, removing Khomeini from the scene before he returned to Iran would probably have changed the course of Iranian and Middle Eastern history.’ Als Khomeini was gedood, zou de Iraanse revolutie uit elkaar spatten.

Iran zou een tijdje onrustig blijven, en daarna kon de Sjah weer terugkeren. De persoon Khomeini was het succesverhaal van de islamitische revolutie in Iran. Een andere bron vertelde ooit dat in die vergadering in Tel Aviv werd ook geopperd dat moreel gezien het doden van een religieuze leider niet verantwoord zou zijn.

Tja, Osama bin Laden, Mullah Omar, Abu Bakr al-Baghdadi, ze zijn allemaal ook religieuze leiders. Waar geen onderscheid bestaat tussen religie en politiek, geldt de beroemde uitspraak van een Iraanse ayatollah uit de jaren dertig van de vorige eeuw: ‘Onze religie is onze politiek, en onze politiek is onze religie.’

Vernietiging

Deze geschiedenis is van belang. Van deze geschiedenis heeft Israël geleerd om de haatdragende vijand – dus niet een zakelijke vijand – uitermate serieus te nemen.

In de januaridagen van 1979 kon niemand in Tel Aviv vermoeden dat de ayatollahs in Zuid-Libanon een compleet leger zouden oprichten tegen Israël en dat allerlei soennitische radicalen, geïnspireerd door de Iraanse revolutie, de vernietiging van Israël zouden nastreven.

Sommige cruciale episodes in de geschiedenis zijn niet mogelijk zonder een specifieke persoon, een charismatisch persoon. Dat hadden juist de Joden moeten weten: zonder charismatische personen was Israël immers nooit opgericht.

Demonstraties

De Quds-dag bevestigt het wantrouwen van Israël richting het Iraanse regime. Ook president Hassan Rohani van Iran roept de bevolking op om massaal deel te nemen aan Quds-demonstraties.

Terwijl de ayatollahs zeggen dat ze vreedzame doelen nastreven, scanderen ze in Teheran dood aan Israël, dood aan Amerika. Terecht wantrouwt Israël de jihadistische ayatollahs.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.