Arend Jan Boekestijn

Hoe de Britse vakbonden het hardleerse Labour opheffen

Door Arend Jan Boekestijn - 10 augustus 2015

De electorale toekomst van Labour ziet er niet best uit. En indirect is dat slecht nieuws voor Europa.

Links beschuldigt rechts van het veroorzaken van de financiële crisis, maar de kiezer trapt er niet in. Overal in Europa zitten sociaal-democraten immers in de problemen. In het Verenigd Koninkrijk behaalde Labour in mei zelfs het op twee na slechtste verkiezingsresultaat sinds 1918.

In september kiest Labour een nieuwe leider. Je zou verwachten dat Labour lessen trekt uit deze deconfiture, maar in plaats van te kiezen voor modernisering, trekt de partij nog verder naar links, hoewel daar weinig te halen valt.

Radicalisering van de Labour-partij wordt electoraal meestal afgestraft. Margaret Thatcher spon er garen bij toen Labour het land aan de financiële afgrond bracht en zelfs steun van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) moest worden aangevraagd.

Labour-leider Tony Blair verklaarde openlijk zich meer geïnspireerd te voelen door Thatcher dan door old Labour. De kiezers beloonden hem met een tienjarig verblijf in 10 Downingstreet.

Ed Miliband had minder gevoel voor macht. Tony Blair waarschuwde de Labour-leider eind vorig jaar in een interview in weekblad The Economist dat hij de verkiezingen zou verliezen als hij de linkervleugel niet zou verlaten. Dat bleken profetische woorden.

Gestaalde kaders

Maar Labour is hardleers. Na de electorale afstraffing van Miliband hebben drie van de vier kandidaten voor zijn opvolging – Yvette Cooper, Andy Burnham en Jeremy Corbyn – nog altijd de neiging om de traditionele Labour-kiezer te vertellen wat hij of zij wil horen, in plaats van de aantrekkingskracht van de partij voor andere kiezers te vergroten.

De vierde kandidaat begrijpt het wel. Liz Kendall, de schaduwminister van Gezondheid, spreekt zich uit voor een terugkeer naar geloofwaardig economisch beleid in de geest van Blair. Helaas wordt Kendall door de gestaalde kaders weggezet als een Tory en zal zij niet op veel stemmen kunnen rekenen.

Wie het wel goed doet, is de radicale Jeremy Corbyn, die Syriza bewondert en de belastingen wil verhogen. De vakbondsvleugel lijkt massaal op hem te gaan stemmen waardoor hij zomaar zou kunnen winnen.

Onder Miliband was Labour niet bereid om de uitkeringen te beperken tot het gemiddeld verdiende inkomen, terwijl zelfs de meeste Labour-kiezers dat een goed idee vonden. Onlangs verklaarde interim-leider Harriet Harman dat Labour een verdere versobering van de verzorgingsstaat moet accepteren.

Op 20 juli werd er over bezuinigingen gestemd, maar Burnham, Cooper en Corbyn kwamen in opstand en stemden tegen. Harmans wens om zich te distantiëren van het tijdperk-Miliband bleef onvervuld.

De erfenis van Ed Miliband laat zich niet zomaar uitwissen. Bij de strijd om het partijleiderschap in 2010 stemden de meeste Labour-parlementariërs voor zijn meer gematigde broer David, maar de vakbonden wisten Ed in het zadel te hijsen. Gematigden verlieten de partij en de vakbonden kregen ook nog eens veel meer invloed op de selectie van nieuwe kandidaten voor het parlement.

De helft van de 48 tegenstemmers tegen versobering van de verzorgingsstaat, waren nieuwe Kamerleden. Twaalf van de vijftien nieuwe Kamerleden van 2015 steunen Corbyn. De vakbonden werven bovendien nieuwe linkse partijleden die ook op Corbyn zullen stemmen.

Slecht nieuws

De electorale toekomst van Labour ziet er dus niet best uit, ook omdat de Conservatieve Partij binnenkort de grenzen van de kiesdistricten in haar voordeel zal herzien. Bovendien betreden de Conservatieven klassiek Labour-terrein door te pleiten voor verhoging van het minimumloon en het paaien van de steden in het noorden.

Om de volgende verkiezingen te winnen, zal Labour traditionele Tory-zetels moeten winnen. De gematigde Blair slaagde daarin in 1997, maar de gestaalde kaders zal dat niet lukken.

Labour lijkt niet in staat om een geloofwaardig alternatief voor de Conservatieven te bieden. De nieuwe leider van de LibDems, Tim Farron, mist charisma. Serieuze oppositie komt dus alleen van de Scottish National Party, maar die wil het Verenigd Koninkrijk verlaten.

Voor Europa is deze ontwikkeling slecht nieuws. Zonder een sterke oppositie krijgen immers de niet­-liberale en isolationistische tendenzen in de Conservatieve partij geen tegenwicht meer. Een Brits vertrek uit de Europese Unie kan dan niet meer worden uitgesloten.

Elsevier nummer 33, 15 augustus 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.