Fred Sengers

Nu megadeal lonkt, leggen Britten en Chinezen hun ruzie graag bij

Door Fred Sengers - 24 september 2015

Groot-Brittannië en China bestookten elkaar de laatste jaren met politieke steken onder water. Maar nu er grof geld valt te verdienen, lijken de landen elkaar te vinden en bloeit de handelsrelatie op.

De aandacht van de wereldpers is even gericht op het staatsbezoek van de Chinese president Xi Jinping aan de Verenigde Staten. Maar in China zelf was deze week ook een bijzondere ontvangst.

George Osborne, de Britse minister van Financiën – in eigen land aangeduid met de prachtige functienaam Chancellor of the Exchequer – bracht een vijfdaags bezoek aan de Volksrepubliek.

Groot-Brittannië is een belangrijke zakenpartner van China. Zoals zoveel landen importeert het Verenigd Koninkrijk veel Chinese producten. De waarde van die goederenstroom bedroeg 37,6 miljard pond in 2014, ruim 51 miljard euro.

De Britse export naar China is sinds 2003 vervijfvoudigd tot 25 miljard pond (34 miljard euro). In 2025 moet dat zelfs zijn gegroeid tot 30 miljard pond, zei Osborne. China is dan na de Verenigde Staten de belangrijkste afzetmarkt voor de Britten.

Megaproject

Maar het echte succesverhaal is de enorme hoeveelheid Chinees geld die in het Verenigd Koninkrijk is besteed aan fusies, overnames en onroerend goed. In de afgelopen tien jaar bedroegen die investeringen 21 miljard euro, meer dan in Duitsland, Frankrijk en Italië samen.

En alsof dat nog niet genoeg is, staat er een Chinees-Frans megaproject op stapel voor de bouw en exploitatie van een Chinese kerncentrale bij Hinkley Point die dit bedrag in één klap meer dan verdubbelt.

Gek genoeg hebben de twee landen helemaal niet zo’n goede onderlinge band. Dat is deels terug te voeren op de geschiedenis, denk aan de Opiumoorlogen en de concessies die de Britten de Chinezen toen afdwongen, zoals een honderdjarig recht op Hongkong.

Doctrine

De Britse premier David Cameron staat er in Peking ook niet goed op, vanwege de ontvangst van de Dalai Lama in 2012. En vorig jaar deed toenmalig vicepremier Nick Clegg een duit in het zakje door de mensenrechtensituatie in China aan de kaak te stellen.

‘Het Chinese volk is nog steeds geketend aan de doctrine van een communistische eenpartijstaat, die het tegenovergestelde is van de open en democratische samenleving waarin ik geloof,’ zei Clegg toen. We kunnen ons er alles bij voorstellen, maar handig was zijn uitspraak niet.

De Chinezen sloegen toen meesterlijk terug, met een vilein opinieartikel in het nauw aan de staat gelieerde Volksdagblad. In een commentaar schreef de krant dat het Verenigd Koninkrijk een ‘oude, krimpende wereldmacht’ is, en dat het Chinese volk begrip moet tonen voor de schaamte die dat bij Britten oproept. Miauw!

Spanningen

Desondanks lijken beide landen elkaar steeds vaker te vinden. De Britse regering maakt werk van een intensief programma van handelsdiplomatie met China. Volgende maand brengt Xi Jinping een staatsbezoek aan Groot-Brittannië, waarbij hij met zijn vrouw Peng Liyuan op Buckingham Palace zal logeren.

Het bezoek van Osborne deze week kende nog een opvallend element. Osborne landde woensdag in Urumqi, de hoofdstad van de autonome regio Xinjiang, die bij ons vooral het nieuws haalt wegens etnische en religieuze spanningen.

Het is voor het eerst dat een westerse regeringsvertegenwoordiger dit onrustige deel van China bezoekt. Internationale mensenrechtenorganisaties spraken kritiek uit op het bezoek aan een regio waar de openbare orde met harde hand wordt gehandhaafd.

Fenomenaal bedrag

Toch is de tussenstop in Urumqi goed verklaarbaar en ik voorspel dat vele buitenlandse handelsdelegaties zullen volgen. Waar de Chinese economie steeds langzamer groeit, laten de regio’s in Zuid-, Centraal- en West-China nog altijd stevige groei zien. Vooral in Xinjiang wordt veel verwacht van China’s Riem en Weg-initiatief, die voorziet in een revitalisering van oude handelsroutes.

China pompt miljarden in het initiatief, waarvoor nu negenhonderd projecten in zestig landen op de tekentafel liggen. Alle investeringen in nieuwe en verbeterde wegen, spoorlijnen, vliegvelden, havens, pijpleidingen en industrieterreinen opgeteld gaan het fenomenale bedrag van 900 miljard dollar (807 miljard euro) kosten, maar moeten een veelvoud aan economische groei opleveren.

De Britten hebben goed gezien dat dit het project is waar je bij moet zijn. En ze staan vooraan. Daar kan Nederland nog wat van leren.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.