René van Rijckevorsel

Willen ze vrij Europa behouden, dan moeten leiders nu ingrijpen

Door René van Rijckevorsel - 15 september 2015

Angela Merkel, en met haar andere Europese politici, vergeten dat hun nie wieder-reflex ook monsters kan baren.

Onze arbeidsmarkt is robuust, Duitsland is economisch sterk. We kunnen het aan. Angela Merkel was uitzonderlijk stellig op 31 augustus. Duitsland kon dit jaar makkelijk honderdduizenden migranten absorberen, zei de bondskanselier. Wel drong ze aan op een ‘eerlijke Europese verdeelsleutel’ voor nieuwkomers, anders zou ‘Schengen’ ter discussie komen.

Voor – potentiële – migranten was de boodschap duidelijk. Zij beschouwden Merkels opmerking als een uitnodiging naar de welvaart. ‘Merkel, Merkel’ en ‘Deutschland, Deutschland’ scanderend, trokken zij met tienduizenden het land binnen. Tot Merkel doorkreeg wat voor toevloed haar Alleingang had veroorzaakt.

Op 13 september, terwijl een akkoord over de Europese verdeling van migranten nog ver was, besloot ze tot grenscontroles. Duitsland kon de aanhoudende stroom nieuwkomers niet meer aan. Schengen wankelde.

Een opmerkelijke Wende. Eerder nog was Hongarije gekapitteld wegens de bouw van een hek aan de grens met Servië. Nu lieten de Duitsers, na een noodkreet van de Beierse CSU, zusterpartij van Merkels CDU, geen migranten meer door die via Oostenrijk het land in wilden. Andere landen volgden met extra grenscontroles. Ook Nederland.

De vraag is waarom Merkel eerst zo veel naïeve gastvrijheid betoonde. In oktober 2010 zei Merkel nog dat ze de multiculturele samenleving als mislukt beschouwde. En wie zich haar virulente anti-Turkse opstelling kan herinneren uit de periode voor ze kanselier werd, moet toch verbaasd zijn over de rode loper die zij uitlegde voor de overwegend soennitische moslims. ‘De islam zal niet zorgen voor een andere cultuur in Duitsland,’ zei ze nu.

Testosteron

Duitsland, zeker Merkel, laat zich als het gaat om kwesties van religie en nationaliteit kennelijk nog altijd leiden door de erfenis van de Tweede Wereldoorlog. Dat geldt ook voor veel Nederlandse politici. En veel media doen daaraan mee.

Het stikt van de verwijzingen. Beelden van gezinnetjes worden doorsneden met die uit concentratiekampen. Huilen kinderen in de migrantenstoet, dan gaan de camera’s eropaf.

De mediaconsument ziet niet dat driekwart van de migranten mannelijk is en in de leeftijd met de hoogste testosterongehaltes. Alle migranten worden ‘Syrische vluchtelingen’ genoemd en als slachtoffers uitgebeeld in plaats van als mensen die er vaak bewust voor kozen de gok te wagen. Zo’n 40 procent is Syrisch én vluchteling. De rest komt uit andere landen.

Merkel, de afgelopen jaren in Griekenland veelvuldig vergeleken met Adolf Hitler, wilde laten zien dat de Duitsers ook Gutmenschen kunnen zijn. Zij heeft zich laten gijzelen door goede bedoelingen en het verouderde Vluchtelingenverdrag uit 1951. Maar zij, en met haar andere Europese politici, vergeten dat hun nie wieder-reflex ook monsters kan baren.

Het is de paradox van de gastvrijheid. Want juist de partijen die zich nationalistisch profileren, die pleiten voor dichte grenzen en soms ook vreemdelingenhaat aanwakkeren, zullen electoraal profiteren van de komst van grote groepen uit andere culturen. Zij zullen van de Europese landen minder open, gulle en gastvrije samenlevingen maken.

Daarbij zal de influx van moslims voor meer ongemak en minder ‘goede’ samenlevingen zorgen. Met bestaande moslimpopulaties gaat de integratie al niet soepel. De islam is een cultuur die op vele fronten haaks staat op de waarden van Europa. Hoe moet dat als er miljoenen bij komen? En dan hebben we het nog niet over de waarschuwingen dat duizenden jihadisten in de migrantenmassa meekomen.
Als de leiders van het nu nog vrije Europa, Merkel voorop, geen radicale maatregelen nemen die de migrantenstroom indammen en de aanzuigende werking tegengaan, zal de geschiedenis hard over ze oordelen.

Elsevier nummer 38, 19 september 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.