Fred Sengers

China heeft geen boodschap aan onze mening over mensenrechten

Door Fred Sengers - 22 oktober 2015

Of koning Willem-Alexander tijdens het staatsbezoek aan China zal laten weten wat hij van de mensenrechtensituatie vindt, doet eigenlijk niet ter zake. De tijd dat Peking zich iets van de Nederlandse mening aantrok, ligt achter ons.

Zondag begint het langverwachte staatsbezoek van koning Willem-Alexander en koningin Máxima aan China. Op de eerste dag staan een bezoek aan een voetbaltraining en aan een landbouwinstituut op het programma.

Maandagochtend gaat het gezelschap naar het Nederlandse paviljoen op de Beijing Design Week en is er een receptie met de Nederlandse gemeenschap.

Pas op maandagmiddag is de officiële ontvangst in het politieke centrum van de Chinese hoofdstad en zal de Koning in de Grote Hal van het Volk door premier Li Keqiang worden ontvangen, waarna er een welkomstceremonie is met de inspectie van de erewacht en vervolgens een onderhoud met president Xi Jinping.

Prioriteit

Die wonderlijke volgorderlijkheid heeft alles te maken met het drukke schema van de Chinese leiders. Volgende week komt in Peking de communistische partijtop bijeen om te praten over het dertiende vijfjarenplan. Gezien de economische groeivertraging in China heeft dat momenteel een iets hogere prioriteit dan het Nederlandse staatsbezoek.

Dinsdag staat een bezoek aan Yan’an op het programma, waar een ecologisch project wordt bezocht. Woensdag Sjanghai en donderdag Hangzhou voor een bezoek aan de Alibaba University.

Sinds twee jaar geeft het kabinet ruim baan aan de handelsdiplomatie met China – en dat werd hoog tijd ook. China is inmiddels de tweede economie ter wereld en het is eigenlijk een wonder dat er tien jaar geen enkel initiatief vanuit de Nederlandse regering is ondernomen om deze markt te bewerken.

Hoogtepunt

Sinds eind 2013 is het echter een gaan en komen van Chinees-Nederlandse handelsmissies. Premier Mark Rutte (VVD) is in twee jaar tijd al twee keer in China geweest. Al was het voorlopig hoogtepunt natuurlijk het bezoek dat president Xi Jinping in maart 2014 aan Nederland bracht; het eerste Chinese staatsbezoek aan ons land ooit.

Wordt het bezoek van koning Willem-Alexander een nieuw hoogtepunt? Ongetwijfeld. Het programma biedt voor ieder wat wils: een snuifje cultuur, een snufje landbouw, een beetje creatieve sector, een theelepel voetbal, een mespuntje internettechnologie, wat duurzaamheid en verder veel gevestigde handelsbelangen.

Veilige keuzes

Het bezoek aan Yan’an is een verrassende keus, maar verder is het programma braaf en voorspelbaar. Om het politieke epicentrum Peking kan het staatsbezoek uiteraard niet heen, maar Sjanghai en Hangzhou in het relatief ontwikkelde oosten zijn veilige keuzes.

Het was aardig geweest als het staatsbezoek bijvoorbeeld was gebruikt om een regio te bezoeken die nog volop in ontwikkeling is.

De Britse minister van financiën George Osborne verraste vorige maand met een bezoek aan de autonome regio Xinjiang. Hij was de eerste westerse regeringsvertegenwoordiger die de autonome regio bezocht.

Mensenrechten

Xinjiang is een gevoelige regio. Er is daar sprake van etnische en religieuze spanningen. Maar het is ook het scharnierpunt in China’s ambitieuze Weg en Riem-initiatief, waarin de komende jaren 900 miljard dollar wordt geïnvesteerd.

Daar gebeurt tenminste wat. Daar wil je als bedrijfsleven bij zijn. En als Xinjiang politiek te precair is: ook Guizhou en Chongqing noteerden in 2014 nog dubbelcijferige groeipercentages.

Wat betreft de mensenrechten: het is opvallend dat veel mensen de bedoeling van een staatsbezoek, de staatsrechtelijke positie van de Koning en de veranderende verhoudingen in de wereld niet goed begrijpen.

Wennen

Een staatsbezoek is een feestje en nergens ter wereld wordt een spelbreker op een partijtje gewaardeerd. En de Koning is al sinds 1848 losgekoppeld van de politiek.

De hamvraag is natuurlijk hoe effectief het is om het staatsbezoek aan te grijpen om mensenrechten te agenderen. Het is misschien even wennen, maar China hoeft zich niets meer van onze mening aan te trekken.

Nederland heeft tegenwoordig meer belang bij goede relaties met China dan andersom. Wie echt iets tegenover de economische macht van China in wil brengen, moet inzetten op de Europese Unie. Als de Chinese leiders één partij als hun gelijke zien, dan is dat Brussel. Niet Den Haag en al zeker niet Paleis Noordeinde.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.