Fred Sengers

Pas nu burgers boos worden, mengt China zich in klimaatdebat

Door Fred Sengers - 26 november 2015

China heeft belangstelling voor de klimaattop in Parijs, die vanaf maandag begint. Maar dat heeft eerder te maken met de luchtvervuiling in het land, dan dat er angst bestaat voor klimaatverandering.

Wetenschappers bakkeleien al jarenlang over de invloed van de mens op het klimaat. Opwarming of niet; als ze ergens in de wereld weten welke invloed het stoken van fossiele brandstoffen op het dagelijks leven heeft, is het China wel.

Smog

De Volksrepubliek is de grootste luchtvervuiler ter wereld. De inwoners van de 74 grote steden hebben eenderde van het jaar te kampen met een luchtkwaliteit die de Chinese gezondheidsnormen overschrijdt. Vorig jaar waren er maar acht grote steden die over een heel jaar gezien gemiddeld aan de luchtkwaliteitseisen voldeden.

Onderzoekers wijzen op de invloed van smog op verminderde groei van gewassen, depressies als gevolg van minder lichtinval en het toenemend aantal Chinezen dat kampt met gezondheidsklachten zoals hart- en vaatziekten, COPD en longkanker.

Gletsjers

China’s interesse in de klimaattop komt dan ook niet voort uit de angst voor klimaatverandering; al vormen zeespiegelstijging en het smelten van gletsjers ook hier niet te onderschatten problemen. De Chinese overheid heeft luchtvervuiling tot prioriteit verheven omdat het een risico vormt voor de sociale stabiliteit. De burgers pikken de smog niet langer.

Decennialang was het milieu ondergeschikt aan ongebreidelde economische groei. Net zoals lage lonen en gevaarlijke arbeidsomstandigheden, vormden de afwezigheid van milieuregels onderdeel van de succesmix van China als goedkoop productieland.

Je zou kunnen zeggen dat het rijke Westen zijn luchtvervuiling heeft geëxporteerd; de schoorstenen van de fabrieken die alles maken wat we nodig hebben zijn naar China verplaatst. En de Chinezen vonden het lange tijd allemaal best.

Totdat de wal het schip keerde.

Niet alleen keert de eigen bevolking zich tegen de milieuvervuiling. De smog begint China ook economisch te raken. Toeristen mijden het land. Grote ondernemingen hebben moeite om personeel te vinden dat met hun gezin naar China wil worden uitgezonden. Spoorwegen, snelwegen en vliegvelden worden regelmatig gesloten wegens slecht zicht. Het gevolg: stijgende zorgkosten.

Besef

Sinds een paar jaar is ook bij de Chinese leiders het besef doorgedrongen dat het zo niet langer kan. Maar net zo min als de milieuvervuiling van de een op de andere dag  is ontstaan, net zo min kan het tij snel worden gekeerd.

Er worden miljarden geïnvesteerd in schonere voertuigen, het sluiten of verplaatsen van vervuilende industrie en het omschakelen van kolen naar gas en kernenergie. Maar het begin van het stookseizoen liet deze maand zien dat het niet genoeg is.

De paradox doet zich voor dat China het meest vervuilende land ter wereld is, maar tegelijkertijd ook de grootste investeerder in duurzame energie. Waterkracht, wind en zon; op al deze gebieden is China koploper. Eerder dit jaar bezocht ik het westen van China en zag de enorme zonneparken en eindeloze rijen windmolens in Xinjiang en Gansu.

Heel efficiënt gaat het er nog niet aan toe. De hoeveelheid windmolens die in de periode januari tot juni van dit jaar stilstond bedroeg 15,2 procent. Daarmee is een potentieel van 17,5 miljard kilowattuur ongebruikt gebleven.

Koploper

China heeft zich jarenlang verzet tegen emissiebeperkingen. Het was bang dat dit de economische groei zou afremmen. En het vond dat het westen dat jarenlang koploper was in milieuvervuiling, zich niet moest beklagen nu de gewone Chinees eindelijk geld heeft voor een stukje vlees, een koelkast en een auto.

Ondanks een verminderde economische groei zijn China’s leiders om. Een jaar geleden kwam een doorbraak toen China zich voor het eerst committeerde aan de reductie van uitstoot van broeikasgassen. Na twintig jaar steggelen, beloofde China zijn CO2-piek voor 2030 te bereiken en daarna de uitstoot te beperken door het gebruik van fossiele brandstoffen af te bouwen tot maximaal 80 procent van zijn energiemix.

Klimaatplan

In juli presenteerde China een gedetailleerd klimaatplan. Viervijfde van China’s nieuwe energiebehoefte moet komen van duurzame bronnen. Het plan voorziet in verdubbeling van de opbrengsten van windenergie tot 200 gigawatt en een verdrievoudiging van zonne-energie tot 100 gigawatt in 2030.

Ook moet het aandeel van gas in China’s energiemix groeien tot 10 procent in 2020. Gas is weliswaar een fossiele brandstof, maar stoot bij verbranding minder broeikasgassen uit dan steenkool, waar de Chinese industrie en elektriciteitscentrales momenteel voor 66 procent van afhankelijk zijn. In het plan staat tenslotte dat er een flink areaal aan bos moet worden bijgeplant.

De Chinese plannen gaan misschien minder ver dan velen hopen en de reductie bestaat voor een groot deel uit bestaand beleid. Maar er gebeurt tenminste wat. En dat is voor ons allemaal een goede zaak, niet in het minst voor de inwoners van China zelf.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.