Fred Sengers

Internetconferentie in China: klinkt paradoxaal, maar kan helpen

Door Fred Sengers - 17 december 2015

China heeft een fundamenteel andere kijk op internetveiligheid dan veel westerse landen. Maar daarover mokken vanaf de zijlijn helpt niet.

Woensdag is in Wuzhen de tweede Wereld-Internetconferentie begonnen. In dit pittoreske toeristenplaatsje wordt drie dagen lang vergaderd over de zegeningen van een vrij en veilig internet.

Vorig jaar werkte de eerste Wereld-Internetconferentie nog vooral op de lachspieren. Een congres over een vrij en veilig internet in China, wie verzint zoiets? Dit jaar zijn er zes Aziatische regeringsleiders op de conferentie afgekomen.

Dat grote Chinese technologiebedrijven als Baidu, Tencent en Huawei aanschuiven, is natuurlijk geen verrassing. Maar vertegenwoordigers van Apple, Microsoft, IBM, LinkedIn, Netflix, Amazon, Samsung, Google en Facebook zijn er ditmaal ook bij.

Potentie

Dat heeft alles te maken met de enorme economische potentie van de Chinese online-markt. Met een kleine zevenhonderd miljoen internetgebruikers is nog maar de helft van alle Chinezen online. Maar dat zijn er al wel meer dan in de Verenigde Staten en de Europese Unie.

Ik betoogde al eerder dat westerse hightech-bedrijven moeilijk om die markt heen kunnen. Veel van hun klanten willen de Chinese markt op. Wie niet in China actief is, laat één op de vier onlineconsumenten in de wereld links liggen.

Het congres werd geopend met een toespraak van de Chinese president Xi Jinping. Hij riep op tot internationale samenwerking om grote bedreigingen van het internet te bestrijden: misbruik van informatietechnologie door criminelen en terroristen, het volgen van burgers door overheden, hackers en een wapenwedloop op het internet.

Misbruik

Tegelijkertijd riep hij landen op om elkaars soevereiniteit op het internet te respecteren. Naties hebben het recht zelf te beslissen hoe ze het internet in hun land ontwikkelen en reguleren, zei Xi woensdag in Wuzhen. ‘Cyberspace is geen plek waar het recht niet van toepassing is.’

Volgens de president zijn overheidsregels noodzakelijk om ‘geciviliseerd gedrag’ op het internet te garanderen en misbruik te voorkomen. Alleen dan is het een plek waar burgers veilig zijn en hun gedachten kunnen delen. ‘Net als in de echte wereld kunnen orde en vrijheid ook in cyberspace niet zonder elkaar,’ zei Xi. ‘Orde is de garantie voor vrijheid.’

China heeft een fundamenteel andere kijk op internetveiligheid dan veel westerse landen. Zo kun je in China wel online onder een alias publiceren, maar om van internetdiensten gebruik te kunnen maken, moet de provider altijd over je echte naam en ID-nummer beschikken.

De achterliggende gedachte is dat mensen minder snel domme of strafbare dingen doen als ze zich niet anoniem wanen.

Censors

Maar het echte verschil tussen China en westerse landen is de mate van controle en censuur. Dagelijks is een leger van twee miljoen censors actief om de stroom berichten en reacties op het Chinese internet te reguleren. Onwelgevallige berichten worden met een druk op de knop direct verwijderd.

Van personen van wie vaker berichten worden verwijderd, kunnen de internetaccounts tijdelijk of permanent worden geblokkeerd. Een ongezouten mening kan je in China zelfs achter de tralies doen belanden, zoals we deze week zagen in het proces tegen de advocaat Pu Zhiqiang.

Buitenlandse webdiensten en nieuwssites worden in China geblokkeerd. Ook die van Apple, Google en Facebook – bedrijven die vertegenwoordigers naar de conferentie hadden gestuurd.

Zijlijn

Verschillende mensenrechtenorganisaties hadden kritiek op westerse bedrijven die naar Wuzhen waren gekomen. Ze noemden hen zelfs medeplichtig aan de onderdrukking van de vrijheid van meningsuiting in China.

Ik denk dat volgend jaar juist zoveel mogelijk regeringen en bedrijven naar de Wereld-Internetconferentie moeten gaan. Niet om klakkeloos de cynische mening van president Xi aan te horen over de noodzaak van regels om de meningsvrijheid te garanderen. Maar om daar andere meningen tegenover te zetten.

Mokkend vanaf de zijlijn roepen heeft nog nooit iemand kunnen overtuigen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.