Rik Kuethe

Waarom Joe Biden Barack Obama voor de voeten loopt

Door Rik Kuethe - 26 februari 2016

Bij de schaakpartij om de opvolging van opperrechter Scalia staat president Obama op verlies.

Het kan bijna niet anders of politici moeten zo nu en dan de verzuchting slaken dat ze graag terug zouden willen naar de tijd dat niet elk woord van hen voor eeuwig werd geboekstaafd – digitaal, op schrift of op film. Maar zelfs als de mensheid voor de verslaggeving van zijn daden zou teruggrijpen naar wat gekras op een kale rotswand, dan zou vice-president Joe Biden daar in dit geval niet mee zijn gebaat.

Want onmiddellijk na het plotselinge verscheiden van de briljante conservatieve opperrechter Antonin Scalia begin februari, vlamde de partijstrijd over diens opvolging hoog op. President Barack Obama, die nog tien maanden heeft te gaan, zei dat hij conform de constitutie een opvolger zou voordragen aan de Senaat.

Ophef

De Republikeinen schreeuwden om het hardst dat Obama in een verkiezingsjaar diende af te zien van het vervullen van die vacature. Mocht hij dat niet doen, dan zou de Senaat van het beginnen met de beraadslaging over die voordacht wachten tot na de presidentsverkiezingen in november.
De opzet is duidelijk: de Republikeinen willen de keuze van een opvolger voor Scalia aan de opvolger van Obama overlaten – en zij hopen natuurlijk dat dit een partijgenoot van hen zal zijn. Voor Obama is de inzet nog groter.
Door een progressieve rechter te benoemen zou hij het Hof, dat uit negen rechters bestaat, een progressief overwicht kunnen bezorgen. Eenmaal benoemd, blijft een opperechter zitten zolang hij wil of tot aan zijn dood. Hij of zij kan nooit uit dat ambt worden gezet.
De enige kans die Obama nu nog heeft om de zetel van Scalia te vullen, is het voordragen van een uiterst gematigde kandidaat. Mocht hij dat doen dan beperkt de politieke constellatie zijn keuzevrijheid in aanzienlijke mate.

Biden

In deze titanenstrijd is de positie van de president inmiddels verzwakt door toedoen van zijn vice-president Joe Biden. Nota bene vanwege een rede jaren geleden.

Als Democratische voorzitter van de juridische commissie van de Senaat hield Biden in juni 1992 een betoog waarin hij bepleitte dat, mocht zich een vacature in het Hooggerechtshof voordoen tot  aan de dag van de verkiezingen, president George H.W Bush er goed aan zou doen om die plaats niet op te vullen, zoals twee van zijn voorgangers ook hadden nagelaten. Van juni tot november 1992 kwam er trouwens geen plaats vrij. Dat is precies wat de Republikeinen nu zeggen.

Met sardonisch enthousiasme buitelen de Republikeinen over Biden heen om hem te feliciteren met de Biden-doctrine. Voor Obama zijn de druiven azijnzuur. ‘Ach, wij Senatoren kletsen vaak maar wat raak,’ was zijn commentaar.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.