Afshin Ellian Afshin Ellian

Twijfels over Obama’s islambeleid blijken terecht te zijn geweest

Door Afshin Ellian - 05 augustus 2016

De Amerikaanse president Barack Obama heeft in het Midden-Oosten een serie aan inschattingsfouten gemaakt, uit angst om zijn campagnebeloften te verbreken. Maar een politicus die openbaar en gemotiveerd zijn belofte aan de burgers verbreekt ten faveure van het algemeen belang, is een waardiger politicus dan iemand die gevangen zit in zijn campagnebeloftes.

De laatste maanden van het presidentschap van Barack Obama zijn aangebroken. Obama kwam acht jaar geleden met de poëtische leuze Yes We Can aan de macht. Hij beloofde een einde te maken aan de militaire interventies van Amerika in Afghanistan en Irak. Daarnaast beloofde hij de uitbouw van de sociale verzorgingsstaat.

Die laatste belofte kwam hij na. De introductie van het nieuwe zorgsysteem opende de deuren van het gezondheidssysteem van de Verenigde Staten voor alle Amerikanen. Dus ook voor minderbedeelden. In het verbouwen van de verzorgingsstaat was president Obama buitengewoon succesvol.

 

Obama boekte successen, maar zal vooral door fouten worden herinnerd

President Obama wilde de morele superioriteit van Amerika herstellen. De eerste stap daartoe werd gezet door de verbetering van de diplomatieke relaties met de bondgenoten. Hij maakte een einde aan de Amerikaanse unilaterale acties in de islamitische wereld.

Ook dit is een groot succes van president Obama: het diplomatieke contact tussen bondgenoten is uitstekend. Maar de grootste erfenis van president Obama zijn de puinhopen in Syrië, Libië, Irak en de gigantische toename van het islamitische terrorisme. In de komende maanden en jaren zal vooral hierover worden gepraat.

Het Irak-beleid van president Obama is ook een fiasco geworden. Doordat hij op een eenzijdige wijze alle troepen uit Irak heeft teruggehaald, nam de politieke invloed van Amerika in Bagdad af. Obama had geen Irak-strategie.

Daarentegen nam de politieke en militaire invloed van het islamitische Iran in Bagdad toe. De door Teheran opgerichte en opgeleide Iraakse milities vormen nu de harde kern van de Iraakse strijdkrachten. En dat is een groot probleem. Zij zouden immers de Iraakse politieke en veiligheidsstructuur volledig in handen kunnen krijgen. De ene islamitische staat, namelijk de soennitische terreurbeweging Islamitische Staat (IS), wordt dan ingeruild voor een andere: de sjiitische islamitische staat. Dit is geen vooruitgang.

Bondgenoten van Amerika bemoeiden zich wél met oorlog in Syrië

In Syrië aarzelde president Obama. Hij wilde niet ingrijpen, wat aanvankelijk niet onverstandig was. Maar dit kon alleen werken wanneer ook hetzelfde beleid door de regionale bondgenoten van Amerika zou worden uitgevoerd. Dat deden ze niet.

Turkije, Saudi-Arabië en Qatar gingen zich intensief bemoeien met de burgeroorlog in Syrië. Ze bewapenden en financierden diverse islamitische terreurgroepen. Uit angst voor nog meer chaos besloot Washington om zich toch te gaan bemoeien in de Syrische burgeroorlog: de training van de zogenaamde seculiere Syriërs. Dat werd niks. Obama had ook in Syrië geen strategie.

President Obama hoopte op de vorming van een soort grondtroepen via de Syrische rebellen. Dit blijkt onmogelijk te zijn. Nadat het Syrische regime chemische wapens had ingezet tegen eigen burgers, blijken de morele principes van president Obama even vloeibaar te zijn als alle andere principes. De Amerikaanse regering heeft werkelijk niets gedaan voor de bescherming van de burgerbevolking van Syrië. Washington was zelfs niet bereid om een substantieel aantal Syrische vluchtelingen op te nemen. Ze gingen en gaan nog altijd massaal naar Europa.

De Syrische burgeroorlog veranderde van karakter. Door de intensieve inmenging van Iran en Rusland wordt de politieke en militaire ruimte voor het Westen en zijn bondgenoten in Syrië nog kleiner. Daarbij is het zeer de vraag of het Westen de luchtmacht moet worden voor Iran (Khamenei),  Syrië (Assad) en Rusland (Poetin): drie musketiers van de mensenrechtenschendingen.

Want na de verdrijving van soennitische jihadisten zouden op die zogenaamde bevrijde plaatsen met behulp van Iran en Rusland de sjiitische jihadisten aan de macht komen. Willen we echt het hart van het Midden-Oosten aan de sjiitische jihadisten overlaten? Deze moeilijke vraag moet door de volgende Amerikaanse president worden beantwoord. Echter is het vertrouwen in het oordeelsvermogen van Amerikaanse politici inzake het Midden-Oosten nooit zo laag geweest als nu.

Alle fouten van Obama komen voort uit dogmatisch denken over islam

Al deze fouten van president Obama hebben te maken met zijn dogmatische denken omtrent de islam. Hij was en is niet bereid te erkennen dat een militaire en politieke verschijning van de islam, namelijk het islamisme, verantwoordelijk is voor de jihadistische terreur. Door de ontkenning van de ideologische grondslagen van het denken van vijand, maakte president Obama continu inschattingsfouten omtrent de Syrische rebellen, omtrent de Saudische doelen in Syrië, omtrent de Syrië-strategie van Erdogan, en tenslotte omtrent de daadwerkelijke (jihadistische) ambities van het Iraanse islamitische regime in het Midden-Oosten.

President Obama beloofde zijn kiezers om niet langer de Amerikaanse troepen op een grootschalige wijze in te zetten in de wereld. Dat was fout. Hij had al aan het begin van de Syrische oorlog deze belofte moeten breken om Irak weer, althans dat gebied van Irak in de nabijheid van Syrië, weer in handen te krijgen en vandaaruit zelf de oorlog tegen IS en Assad te gaan organiseren. Het is niet slecht en zelfs aanbevelingswaardig om de gedane beloftes te breken wanneer de realiteit radicaal is veranderd.

Een politicus die openbaar en gemotiveerd zijn belofte aan de burgers verbreekt, is een waardigere politicus dan iemand die gevangen zit in zijn campagnebeloftes. Het algemeen belang moet immers niet worden gelijkgesteld aan campagnebeloftes. Twijfels over het islambeleid van Obama blijken nu gerechtvaardigd te zijn geweest.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.