Syp Wynia

Luther legde de basis voor breuklijn Noord- en Zuid-Europa

Door Syp Wynia - 18 oktober 2017

Vijfhonderd jaar geleden ontstond de culturele breuklijn tussen Noord- en Zuid-Europa, toen Maarten Luther de grondslag legde voor de grote protestantse afscheiding van de Rooms-Katholieke Kerk. Die breuklijn wordt ook binnen de Europese Unie tot op de dag van vandaag gevoeld, schrijft Syp Wynia.

In het noorden – ook in Nederland – werd de Europese eenwording lang als zijnde een ‘Vaticaans’ project gewantrouwd.

Dit verhaal van Syp Wynia stond in  Elsevier Juist in september 2015

Er is een Europa van boter en een Europa van olijfolie. Er is een Europa van aardappels en er is een Europa van pasta, rijst of noedels. Er is een Europa van schaamte en een Europa van schuld. Er is een Europa dat getekend is door het katholicisme en een Europa dat getekend is door het protestantisme. Er is een Europa dat getekend is door het orthodoxe christendom en zelfs een stukje Europa dat getekend is door de islam. Er is ook een Germaans Europa, een Latijns Europa en een Slavisch Europa.

Delen van Europa voelen zich westers, andere voelen zich zuidelijk dan wel oostelijk. De grenzen van al die soorten Europa zijn getekend door ligging en klimaat en zijn vervolgens in eeuwen, of zelfs millennia, aangevuld door veroveraars en de godsdiensten die ze met zich brachten.

De Amerikaanse politicoloog Samuel Huntington tekende twintig jaar geleden in zijn beroemde boek dat in het Nederlands Botsende beschavingen heet, een kaartje waarin de oostgrens van ‘de westerse beschaving’ in Europa is afgebeeld. Die grens loopt oostelijk van Finland, oostelijk van de Baltische staten, door het oosten van Wit-Rusland en midden door Roemenië en maakt daar een knik naar het westen, door Servië en Bosnië-Herzegovina.

Huntington rekende het oosten van Oekraïne dus wel tot de westelijke beschaving, maar Bulgarije en Griekenland niet. Delen van de Europese Unie van nu, plus een hele reeks kandidaat-landen van de Europese Unie (Albanië en Turkije, om een paar te noemen) behoren zo bezien niet tot de westerse beschaving.

Huntington zoog die lijn niet uit zijn duim. De lijn is een product van politiek en religie. Het hele idee van Europa bestond nog helemaal niet, toen de Romeinse keizer Constantijn in het jaar 330 zijn hoofdzetel verplaatste naar wat nu Istanbul heet en eerder Byzantium en Constantinopel heette.

Binnen een eeuw viel het Romeinse Rijk uiteen in een westelijk en oosters deel, waarmee tevens de basis werd gelegd voor de religieuze scheiding, het ‘Schisma’ dat in 1054 werd bekrachtigd. Er was nu een Rooms-Katholiek Europa en een Byzantijns, dan wel oosters-Orthodox Europa. De grens tussen het oosterse en westerse christendom is de belangrijkste basis van de nog steeds actuele noord-zuidlijn van Huntington. De lijn valt goeddeels samen met wat Vladimir Poetin als zijn invloedssfeer ziet, mede gebaseerd op het gebied dat de tsaren onder hun controle wisten te brengen. De knik in de lijn over de Balkan was ook al de lijn tussen het Oost- en West-Romeinse Rijk. Het Oost-Romeinse Rijk werd door de Ottomaanse Turken veroverd en met meer (Albanië, Bosnië) en minder succes (het huidige Griekenland) geïslamiseerd.

Obstakel

Tot zover de westgrens van wat je de westerse beschaving op het Europese continent zou kunnen noemen. Er is ook nog een grens die van west naar oost loopt, de grens tussen het katholieke en het protestantse Europa. Die lijn is jonger dan de scheiding tussen het oosten en het westen en – wie weet – ook een minder groot obstakel voor wie Europa graag als eenheid ziet.

De Duitse monnik Martin Luther gaf in 1517 met zijn aanklacht tegen wat hij als gewetenscorruptie in de katholieke kerk zag, de aanstoot tot de scheiding tussen het protestantse noorden en het katholieke zuiden. Die strijd werd in politieke zin goeddeels beslecht in 1648, in wat in Nederland de Vrede van Münster heet, en elders de Vrede van Westfalen wordt genoemd. Het Vaticaan en de nauw met het Vaticaan samenwerkende Habsburgse keizers en koningen moesten erkennen dat het met hun zeggenschap in het huidige Nederland, Scandinavië en in grote delen van het huidige Duitsland voorbij was.

De grens tussen het katholieke zuiden en het (overwegend) protestantse noorden wordt vaak als een mentaliteitsgrens gezien, gevormd door de geesteshouding die de respectieve godsdiensten met zich meebrachten. In werkelijkheid kan het complexer liggen. Zo is het ook niet ondenkbaar dat de door omstandigheden (geografie, klimaat) en de door de afstand tot Rome gevormde opvattingen een vruchtbare bodem vormden voor het protestantisme.

Dat de Scandinavische landen net als de Britten een afstandelijke houding hebben ten opzichte van de Europese integratie is ook een feit. In Nederland liep de grote Katholieke Volkspartij onder leiding van Carl Romme in de jaren vijftig voorop bij het ondersteunen van prille Europese eenwording, terwijl er onder protestantse politici van de ARP en de CHU veel meer weerstand was.

Premier Willem Drees – in zijn jeugd van het protestantisme overgestapt op het socialisme – was uitgesproken sceptisch over de Europese integratie, die hij wantrouwde als een katholiek project. En inderdaad waren alle leidende Franse, Duitse, Belgische en Italiaanse politici die voorop liepen in de Europese eenwording katholiek.

Dat was voor Drees, beducht voor een Europe Vaticane teveel van het goede. Fransen vertrouwde hij al helemaal niet. Het kwam Drees niet slecht uit dat in 1952 niet de francofiele katholiek Joseph Luns, maar de protestantse zakenman Johan Willem Beijen als co-minister van Buitenlandse Zaken werd belast met de Europese onderhandelingen.

Bij de achtereenvolgende referenda in de Scandinavische landen speelde wantrouwen tegen het katholieke karakter van het Europese ‘project’ ook steeds een dominante rol. Dat wantrouwen betrof het Europese vasteland in het algemeen, maar werd versterkt door het feit dat het continent overwegend katholiek was. De Noren zouden uiteindelijk buiten blijven. De Denen volgeden de Britten en de Zweden stapten uiteindelijk ook in de Europese Unie, maar zowel de Denen als de Zweden zagen er net als de (overwegend protestantse) Engelsen van af om mee te doen aan de euro.

Arbeidsethos

De Duitse socioloog Max Weber muntte honderd jaar geleden het idee dat het jonge Noord-Europese protestantisme in de zestiende en zeventiende eeuw de basis had gelegd voor het vroege kapitalisme. De protestanten hadden een mentaliteit van arbeidsethos, soberheid en spaarzin die hen in staat stelde te investeren, waardoor ook de basis werd gelegd voor kapitaalmarkten.

Protestanten kijken graag naar de lange termijn en zijn bereid omwille van baten in de toekomst voorlopig af te zien van onmiddellijke behoeftebevrediging. Of dat werkelijk allemaal door het protestantisme kwam of dat er onder Noord-Europeanen al een ‘calvinistische’ mentaliteit overheerste voordat de in Nederland populaire hervormer Johannes Calvijn geboren werd – dat valt te bezien.

Hoe dan ook overheerste in de protestantse gebieden in Noord-Europa al eeuwen geleden een al dan niet religieus geïnspireerde ‘schuldcultuur’, met individuele verantwoordelijkheid jegens God. Tot op de dag van vandaag kan de mentaliteit van de landen rond de Middellandse Zee eerder getypeerd worden als een ‘schaamtecultuur’, die ook gefaciliteerd wordt door de leer van de Rooms-Katholieke Kerk.

Niet voor niets ageerde Luther bij uitstek tegen de aflaathandel van de kerk, waarbij het geweten tegen betaling kon worden gesust en de hemelvaart van de gelovige kon worden veilig gesteld. Voor een protestant is dat een gruwel, zij het dat de protestant wel graag goed doet om zijn voortdurend opspelende schuldgevoel te sussen. Protestanten houden niet van schuld, niet van materiële schuld en niet van immateriële schuld.

In de protestantse cultuur is het aan te bevelen dat schuld wordt erkend, zodat die vervolgens kan worden vergeven. Dan heeft degene die de schuld vergeeft er ook nog wat aan, in de vorm van morele superioriteit. In de schaamtecultuur is het erkennen van schuld juist uit den boze. Daar is het aan te bevelen tegen hoog en laag op te blijven liegen over schuld, op straffe van het verlies van eer. En wie in de schaamtecultuur zijn eer verliest, die bestaat niet alleen zelf niet meer, maar heeft ook zijn hele omgeving te schande gemaakt.

Zo bekeken is het niet zo vreemd, dat de staatsschuld in de katholieke landen van de Europese Unie de afgelopen jaren gemiddeld twee keer zo hoog was als die in de protestantse landen. Waarbij de schuld van katholieke staten uiteindelijk alleen nog overtroffen zou worden door het enige noch protestantse, noch katholieke, maar oosters-katholieke land van de Europese Unie: Griekenland, tevens het enige euroland dat bijna een half millennium getekend werd door de overheersing door de Ottomanen.

Wat Grieken niet graag zullen horen, is dat ze qua mentaliteit toch het meest op de Turken lijken. Uit wereldwijd mentaliteitsonderzoek van de Nederlandse socioloog Geert Hofstede blijkt, dat de Griekse cultuur en mentaliteit op cruciale punten heel Turks is en bijvoorbeeld ver afstaat van de Duitse. Dat het lot van de Grieken in de zomer van 2015 in handen lag van de dochter van een protestantse Duitse dominee, Angela Merkel, verklaart mede de dovengesprekken die er in Brussel werden gevoerd.

Bekomst

Idealistische drijvers achter de Europese eenwording hadden en hebben om begrijpelijke redenen hun bekomst van de geschiedenis. Ze dachten en denken door de geschiedenis af te schaffen en de cultuur en de geografie te negeren een Europees Utopia te kunnen bouwen: een Europa waarin iedereen burger van Europa is, burgers die zich Europeaan voelen en Europees denken, waar er altoos vrede en welvaart is en er overal solidariteit, van noord naar zuid en van oost naar west en andersom.

Het zal niet gebeuren. Geschiedenis, taal en cultuur schaf je niet af. De geschiedenis schrijdt slechts voort, zij het soms met grote stappen – maar dat is dan altijd met oorlog en ellende. Cultuur verandert wel, maar vaak uiterst langzaam. Geografie laat zich al helemaal lastig corrigeren. En dat allemaal nog helemaal los van de vraag of je er wel verstandig aan doet om vastliggende feiten en de erfenis van eeuwen te willen bijstellen.

Een eerdere versie van dit essay van Syp Wynia verscheen in 2015 in het Maandblad Juist.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.