buitenland

Russen, Britten en Turken in opperste staat van alertheid Syrië

Door Anne-Marie Spermon - 29 augustus 2013

Verschillende Russische marineschepen zijn vanwege de spanning rondom Syrië op weg naar het oosten van de Middellandse Zee. Nu hardop over westerse luchtaanvallen op Syrië wordt gesproken, ondernemen verschillende landen actie om hun belangen te verdedigen.

Twee oorlogsschepen, een torpedobootjager en een kruiser, moeten de Russische marine in het gebied versterken. Volgens een ingewijde is het een logische stap ‘als gevolg van de alom bekende situatie daar’.

Voorzorgsmaatregelen

Rusland is niet de enige die voorzorgsmaatregelen neemt: Groot-Brittannië stuurt zes gevechtsvliegtuigen naar een Britse basis in Cyprus. Deze Typhoon jets moeten Britse belangen beschermen nu de ‘spanningen rondom Syrië toenemen’, aldus het Britse ministerie van Defensie.

Ook grensland Turkije zit niet stil. Donderdag zijn er veiligheidsbunkers langs de grens met Syrië geplaatst, en is het grensgebied voorzien van een extra voorraad voedsel en gasmaskers.

Weinig bewijs

Amerikaanse inlichtingendiensten waarschuwen dat president Barack Obama tot nu toe weinig sluitend bewijs heeft dat de Syrische president Bashar al-Assad het gifgas heeft ingezet.

Het is niet aangetoond dat Assad opdracht heeft gegeven voor de aanval, en ook is onduidelijk van wie de chemische wapendepots zijn. Woensdag bleek dat VN-inspecteurs sporen van een chemische stof op Syrische lichamen hebben gevonden.

Hoewel eerder werd bericht dat Obama misschien donderdag al een militaire aanval wilde starten, lijkt hij nu de volledige resultaten van de inspectie af te wachten. Het VN-team rond vrijdag het onderzoek af.

Debat

In verschillende landen is er een fel debat ontstaan over de Syrië-crisis. Het Britse Lagerhuis debatteert over steun aan een eventuele militaire aanval.

In Nederland onderbreekt de Tweede Kamer het zomerreces om donderdagmiddag te discussiëren over een Nederlandse reactie op het gebruik van chemische wapens in Syrië.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.