buitenland

‘Interventie in Syrië zou extremistische rebellen helpen’

Door Anna Vossers - 11 september 2013

Volgens de Italiaanse oorlogscorrespondent Domenico Quirico, die deze week na bijna een half jaar gevangenschap werd vrijgelaten door Syrische rebellen, is de opstand in Syrië in twee jaar tijd ernstig veranderd. De burgeroorlog is nu het werk van bandieten.

Dat zei Quirico na zijn vrijlating tegen journalisten van onder meer de krant La Stampa, de krant waarvoor hij zelf werkt.

De 61-jarige journalist werd deze week samen met een Belgische medegevangene vrijgelaten, nadat hij in april in de buurt van de stad Homs door rebellen werd ontvoerd. Hij werd door het Vrije Syrische Leger overgedragen aan een andere oppositiegroep, die banden heeft met Al-Qa’ida.

Extremisten

Quirico zegt altijd sympathie te hebben gehad voor Syriërs die in opstand kwamen tegen president Bashar al-Assad, maar na bijna vijf maanden slecht behandeld en vernederd te zijn door de rebellen die hem vasthielden, denkt hij daar anders over.

Een Amerikaanse interventie in Syrië zou volgens Quirico juist de positie van extremistische rebellen versterken. De groepering die hem en zijn Belgische medegevangene, Pierre Piccinin, vasthield, was blij met het idee van Amerikaanse bombardementen, zegt hij.

Afgeluisterd

Een interview met de Belg Piccinin trok eerder de aandacht, omdat die zei te weten dat rebellen chemische wapens hadden gebruikt. Tijdens hun gevangenschap hoorden de twee rebellen in het Engels zeggen dat de gifgasaanvallen niet door Bashar al-Assad, maar door de oppositie waren uitgevoerd, zei Piccinin tegen Le Soir.

Quirico bevestigt het betreffende Skypegesprek te hebben gehoord door een halfopen deur, maar zegt dat Piccinins conclusie veel te ver gaat. Ze konden volgens Quirico niet weten wie ze precies afluisterden en of die mensen zich op feiten of geruchten baseerden.

Wapeninspectie

‘We hoorden hen zeggen dat de gasaanval op twee wijken in Damascus waren uitgevoerd door de rebellen als provocatie, in de hoop dat het Westen zou ingrijpen. Ze zeiden ook dat het dodental was overdreven. Ik heb geen idee of dit waar is, ik weet niet hoe betrouwbaar de informatie was en ik ken de identiteit van de mensen die het beweerden niet.’

Onderzoek van de VN-wapeninspecteurs moet uitwijzen of er inderdaad chemische wapens zijn gebruikt in Syrië. Maandag wordt de uitkomst ervan verwacht.

Moeizame onderhandelingen

De onderhandelingen binnen de VN-Veiligheidsraad over een resolutie over Syrië verlopen intussen moeizaam, heeft een hooggeplaatste Franse ambtenaar laten weten. Rusland ligt op verschillende punten dwars.

Rusland is het niet eens met een passage in de resolutie waarin staat dat de Syrische regering achter de gifgasaanval van 21 augustus zat. Ook wil het land niet dat de schuldigen ervan voor het Internationaal Strafhof in Den Haag verschijnen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.