buitenland

Joden Oekraïne krijgen geld voor beveiliging tegen aanvallen

Door Tom Reijner - 28 februari 2014

De Joodse gemeenschap in Oekraïne heeft van het Joods Humanitair Fonds geld gekregen om zich beter te kunnen beschermen tegen mogelijke aanvallen. Het fonds heeft intussen aan zes organisaties zo’n 12.000 euro uitgekeerd, zodat zij beveiligers kunnen inzetten.

Die worden vooral geplaatst bij gebouwen van organisaties waar Joden werken. Het gaat om vijf organisaties uit de hoofdstad Kiev en één uit Lviv. Synagogen werden al beveiligd.

Het fonds verwacht de komende tijd nog meer hulpverzoeken en heeft een rekening geopend voor noodhulp.

Brandbom

Veel Joden voelen zich onveilig door de onrust en machtsstrijd in Oekraïne. De ongeveer 300.000 Joden in het land zijn sinds de opstand steeds vaker het doelwit van antisemitisme.

Begin deze week werd er nog een brandbom gegooid in een synagoge. De Oekraïense rabbijn Moshe Reuven Asman heeft de Joden in Kiev en andere steden in het Oost-Europese land met klem geadviseerd om de hoofdstad te verlaten.

Een Joodse school, waar Asman de eigenaar van is, is al gesloten. Ook de Israëlische ambassade waarschuwde Joden om voorlopig hun huizen niet te verlaten.

Klauwen

Onder bewegingen die de nieuwe machthebbers steunen en een grote rol hadden in de omverwerping van de regering van president Viktor Janoekovitsj, klinken nu – en in het verleden – antisemitische geluiden. De leider van de ultranationalistische partij Svoboda (Vrijheid) riep eens dat het land moet worden gered ‘uit de klauwen van Moskouse-Joodse maffia’.

Ook wordt veelvuldig gedweept met Stepan Bandera (1909-1959). Dit historisch figuur staat bij nationalisten bekend als strijder voor Oekraïense onafhankelijkheid, maar was tegelijkertijd een antisemiet.

Uit naam van Bandera werden tijdens de Tweede Wereldoorlog pamfletten verspreid waarin werd opgeroepen tot de ‘vernietiging van het jodendom’. Aanhangers van Bandera doodden duizenden Joden.

Maar het antisemitisme had ook eerder in de twintigste eeuw in het Oost-Europese land tot bloedvergieten geleid. Bij de pogroms van 1919, uitgevoerd door het zogeheten Witte vrijwilligersleger, werden tussen de 30.000 en 70.000 Joden gedood.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.