buitenland

Precies zeventig jaar na D-Day: de laatste getuigen

Door Stijn Hustinx - 06 juni 2014

Het is vrijdag precies zeventig jaar geleden dat de geallieerden landden op de kust van Normandië. D-Day wordt in Frankrijk groots herdacht, in het bijzijn van verschillende wereldleiders. Een terugblik op deze invasie.

Het is 1943 en Europa brandt. Hitler staat er al langer slecht voor. Aan het oostfront dwingen de Russen de nazi’s in de verdediging, met voor de Duitsers als dieptepunt het afgrijselijke verlies bij Stalingrad.

Tel daarbij op de Britse en Amerikaanse zeges in Noord-Afrika in mei van datzelfde jaar. Al snel volgen de eerste geallieerde overwinningen in Italië. In 1944 begon het tij definitief te keren in het nadeel van de fascisten.

Bevrijders

Het besef aan geallieerde zijde dat snel ingrijpen noodzakelijk is om nazi-Duitsland op de knieën te dwingen, is groot. Maar de Duitsers zijn niet op hun achterhoofd gevallen. Zij begrijpen dat de Europese bevrijders zich ergens aan de Noord-Franse kust zullen melden.

Ze trekken er niet alleen de betonnen Atlantikwall op, ook zorgen ze ervoor dat een enorme troepenmacht de geallieerden opwacht. Dan is het slechts wachten op het onvermijdelijke: een bittere, genadeloze strijd.

Gevaar

Op 6 juni begint Operatie Overlord, de moeder aller invasies, die 25 augustus 1944 eindigt met de bevrijding van Parijs. In de vroege ochtend bestormen 160.000 Amerikaanse, Britse en Canadese militairen onverschrokken, met gevaar voor eigen leven vijf stranden (Omaha, Utah, Gold, Juno en Sword) in het Franse Normandië.

Zeker 4.400 geallieerden sneuvelen op D-Day, een veelvoud raakt gewond. Aan Duitse zijde is sprake van 4.000 tot 9.000 slachtoffers. De geallieerden forceren op die manier toegang voor nog eens een paar miljoen soldaten, die Europa zullen bevrijden.

Strand

Schrijver en oorlogscorrespondent Ernest Hemingway is vanaf een vaartuig op flinke afstand van het strand getuige van de invasie.

Hij beschrijft het vallen van de avond op D-Day, als het geluid van het voortdurend fluiten van kogels en gieren van granaten is verstomd. Hij ziet hoe uitgeputte infanteristen over het strand landinwaarts trekken. ‘Langzaam, moeizaam, alsof ze de wereld op hun schouders torsten. Mannen klommen, ze schoten niet, ze bewogen gewoon langzaam voort, precies de andere kant op dan de weg naar huis.’

Vrijheid

De militairen geven die zesde juni eigenhandig de wereldgeschiedenis een abrupte wending. Jonge mannen, soms nog geen twintig jaar oud, die zich manhaftig inzetten voor het grotere goed van democratie en vrijheid.

In de Verenigde Staten staan ze te boek als The Greatest Generation, een generatie die zich kenmerkt door oprechte bescheidenheid. ‘Diep van binnen dachten ze niet dat ze iets bijzonders gingen doen, per slot van rekening deed iedereen het,’ schrijft journalist Tom Brokaw in zijn boek The Greatest Generation (1998).

Deze generatie sterft intussen in rap tempo uit. De jonkies van toen zijn thans late tachtigers en negentigers. Van de 16,1 miljoen Tweede Wereldoorlog-veteranen, zijn er minder dan 1,7 miljoen in leven.

Er sterven er meer dan zeshonderd per dag, blijkt uit statistieken van The National WWII Museum in New Orleans. Zij die nog leven en helder van geest zijn, kunnen uit eerste hand getuigen van een afschuwelijke, haast niet te bevatten geschiedenis.

(Foto’s Matt Carr)

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.