buitenland

Aalbersberg: frustrerend dat we rampplek niet kunnen bereiken

Door Eric Vrijsen - 30 juli 2014

Ook woensdag zullen de medewerkers van de repatriëringsmissie proberen de crashzone van vlucht MH17 te bereiken. De afgelopen dagen is een hoop kostbare tijd verloren.

‘We zijn gefrustreerd dat we de rampplek niet kunnen bereiken,’ zegt Pieter-Jaap Aalbersberg van de repatriëringsmissie in Oekraïne tegen elsevier.nl.

Kostbare tijd gaat verloren voor het bergen en thuisbrengen van de slachtoffers van de neergeschoten vlucht MH17. ‘Ook de komende dagen zullen we blijven proberen de rampplek te bereiken,’ verzekerde Aalbersberg.

Gevechten

In de buurt van de plek waar de Maleisische Boeing 777 is gecrasht, werd de afgelopen dagen steeds harder gevochten. De regeringstroepen van Oekraïne kondigden na de vliegramp een staakt-het-vuren af, zodat de stoffelijke overschotten van de 298 omgekomen inzittenden konden worden geborgen en de wrakstukken konden worden onderzocht om de toedracht te achterhalen. De rebellen lieten daarop weten dat zij de ‘humanitaire missie’ zouden toestaan.

In werkelijkheid werd het militaire offensief van het regeringsleger tegen de pro-Poetin rebellen in Oost-Oekraïne met extra kracht voortgezet.

Stapje voor stapje

Begin deze week liet luitenant-kolonel Andrei Lysenko weten dat – in plaats van een wapenstilstand – de omgeving zou worden omsingeld, zodat de ‘terroristen’ de ramplocatie vanzelf zouden verlaten. Gisteren ging Lysenko weer een stapje verder. Hij zei dat de Nederlanders pas naar de crashzone kunnen zodra ‘wij die omgeving hebben bevrijd’.

Lysenko zei dat het regeringsleger in het open veld in een straal van 20 kilometer rond de wrakstukken geen schoten zou lossen, teneinde het bewijsmateriaal van de ramp niet te verstoren. ’s Middags hield Lysenko de mogelijkheid open dat er toch wordt gevochten tussen de brokstukken van het fatale vliegtuig: ‘Niet door ons, maar door de diverse terroristengroepen die af en toe slaags raken met elkaar.’ Lysenko en andere woordvoerders van de regering van president Porosjenko duiden de naar onafhankelijkheid strevende rebellen aan als ‘terroristen’.

Beloftes

Vicepremier Volodymyr Groysman beloofde minister Frans Timmermans (PvdA) van Buitenlandse Zaken plechtig zijn uiterste best te doen om, te midden van de gewelddadigheden, de Nederlanders toegang te verlenen tot de ramplocatie.

Gisteren liet hij op een persconferentie in Kiev echter doorschemeren dat de rebellen in die omgeving binnen enkele dagen de aftocht blazen, waarna de Nederlanders het gebied kunnen doorzoeken. Kiev draaide in enkele dagen de volgorde listig om. Eerst was het: een staakt-het-vuren, zodat de ramplocatie kan worden onderzocht en daarna kan de oorlog worden voortgezet. Nu blijkt: eerst de oorlog ter plaatse uitvechten en pas daarna kan de crashsite worden uitgekamd.

Russische invloed

Nederland en andere West-Europese landen zien de rebellen als het instrument van de Russische president Vladimir Poetin. De westerse landen slagen er echter niet in een eenduidig antwoord te vinden op de Russische agressie tegen Oekraïne. Van lieverlee steunen zij Oekraïne en aanvaarden min of meer de loze beloften die in Kiev worden gedaan.

Aalbersberg constateerde gisteravond in de Oekraïense hoofdstad tamelijk moedeloos: ‘De missie verloopt helaas minder soepel dan we hadden gehoopt. Toch blijven we onvermoeid werken om ons doel te bereiken: het terugbrengen van de slachtoffers en hun persoonlijke bezittingen.’

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.