buitenland

Militaire operatie naar rampplek Oost-Oekraïne niet realistisch

Door Servaas van der Laan - 27 juli 2014

Het kabinet heeft besloten om geen militairen naar Oost-Oekraïne te sturen. Door gevechten tussen het Oekraïense leger en de separatisten is de situatie daar veel te gevaarlijk.

Dat is zondag besloten tijdens eens een extra ministerraad in het Catshuis.

Te gevaarlijk

Premier Mark Rutte (VVD) gaf zondagmiddag een toelichting op het kabinetsbesluit. De premier vertelde dat de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding zondag besloot om niet naar de plek van de ramp te gaan met het onderzoeksteam omdat het te gevaarlijk is. Die afweging wordt iedere dag gemaakt, zo lichtte Rutte toe.

Rutte zei indicaties te hebben van ‘stevige gevechtshandelingen’ in de Donetsk-regio rond de plek waar vlucht MH17 vorige week neerkwam. Het doel van het kabinet is nog altijd om alle stoffelijke overschotten van de slachtoffers, en waar mogelijk hun persoonlijke eigendommen, te repatriëren.

Missie niet realistisch

‘Het verkrijgen van een militair overwicht in het gebied is, vanwege de aanwezigheid van de separatisten, niet realistisch,’ zei Rutte. Een militaire missie kan dus niet bijdragen aan het doel om de slachtoffers te repatriëren.

Het kabinet concludeert dat een internationale militaire missie het risico heeft om het conflict te laten escaleren. Op die manier raakt ook Nederland direct betrokken bij het conflict. Het kabinet kiest er daarom voor om de huidige aanpak voort te zetten.

Diplomatie

Samen met Australië en Maleisië wordt gekeken hoe de aanpak kan worden verbeterd en geïntensiveerd. Minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans (PvdA) vertrekt zondagavond naar Oekraïne om op een diplomatieke manier de situatie ter plaatse te verbeteren.

Daarnaast sturen Nederland, Australië en Maleisië extra agenten naar het gebied ter ondersteuning bij de opsporing. De repatriëring zal drie weken duren.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.