buitenland

Zo dragen de Arabische landen bij in de strijd tegen IS

Door Elif Isitman - 04 februari 2015

De internationale coalitie tegen Islamitische Staat (IS) wordt geleid door de Verenigde Staten en kent vele leden. Essentiële bondgenoten hierin zijn de Arabische landen. Wat dragen zij precies bij aan de strijd tegen IS?

De Arabische landen kunnen, vooral vanwege hun geografische ligging, een sleutelrol vervullen bij de strijd tegen de terreurgroep.

De eisen van het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken, die de internationale coalitie coördineert, voor landen om deel te nemen aan de coalitie zijn relatief laag: de wens om ‘de ware aard van IS bloot te leggen’ is al voldoende om op de lijst te staan.

Officieel bestaat het ledenbestand van de internationale coalitie tegen IS dan ook uit 62 landen, waarvan elf Arabische landen in totaal. Veel van de leden hebben slechts een ‘symbolisch lidmaatschap’ en vechten niet actief mee. Van de Arabische leden worden de strijdende landen de ‘Arabische partners’ genoemd. Dat zijn er in totaal vijf.

Elsevier.nl maakte een overzicht van alle Arabische leden van de internationale coalitie en wat zij precies bijdragen aan de strijd tegen IS.

Jordanië (partner)

Jordanië kwam in 2014 bij de internationale coalitie tegen IS, na lang geroepen te hebben er geen deel van uit te willen maken. Het land steunt Amerika al veel langere tijd bij militaire operaties. Zo stelde Jordanië bijvoorbeeld in 2003 militaire bases beschikbaar voor de Amerikaanse invasie in Irak. De Amerikaanse CIA traint al sinds 2011 Syrische rebellen op Jordaans grondgebied.

Jordanië is een belangrijke partner omdat het land grenst aan twee landen die een deel van het door IS gedomineerde gebied herbergen, namelijk Syrië en Irak.

Jordanië verkeert momenteel in rep en roer door de brute dood van de piloot Moaz al-Kassasbeh (26). Hij werd in december gevangengenomen door de terreurgroepering en werd begin januari levend in brand gestoken.

De deelname van Jordanië aan anti-IS-bombardementen, of bombardementen tegen ‘medemoslims’, is nooit populair geweest onder het Jordaanse volk, vooral niet sinds het begin van het gijzelingsdrama met de piloot al-Kassasbeh en de Japanners Kenji Goto en Haruna Yukawa.

Analisten voorspelden dat Jordanië zijn deelname zou terugschroeven naar aanleiding van de executie van al-Kassasbeh. Niet onwaarschijnlijk is dat dit ook de bedoeling is geweest van de terreurbende. Jordanië heeft woensdag echter aangekondigd juist een grotere rol te gaan spelen in de strijd tegen IS.

Voordat al-Kassasbeh op tragische en gruwelijke wijze de dood vond, bevestigde de Jordaanse minister van Buitenlandse Zaken Nasser Judeh ook al de toewijding van Jordanië aan de internationale coalitie. ‘We hebben het eerder gezegd, en we zullen het blijven zeggen: dit is ons gevecht en we zitten er samen in voor de lange termijn. We zijn meer toegewijd dan ooit,’ zei hij op de eerste dag van februari in een interview met Face the Nation, een programma van de Amerikaanse tv-zender CBS.

Qatar (partner)

Qatar trad in eind september officieel toe tot de internationale coalitie tegen IS en had een assisterende rol bij het uitvoeren van luchtaanvallen.

De Golfstaat herbergt een van de grootste Amerikaanse legerbases in het Midden-Oosten, de Al-Udeid-luchtmachtbasis, vanwaar veel Amerikaanse gevechtsvliegtuigen voor hun missie vertrekken. Daarnaast heeft Qatar 300 ton aan humanitaire hulp uitgestuurd naar Irak en Syrië. Het land kwam kort in opspraak, nadat het beschuldigd werd van het financieren van terrorisme, terwijl het ook deel uitmaakt van de internationale coalitie. Qatar ontkende deze aantijging.

Bahrein (partner)

De Golfstaat ten oosten van Saoedi-Arabië begon in september met zijn deelname aan luchtaanvallen op IS-doelen in Syrië. Het land onderhoudt al jaren banden met de Verenigde Staten en heeft een Amerikaanse marinevloot op zijn grondgebied.
Sinds september heeft Bahrein echter geen luchtaanvallen meer uitgevoerd.

Saudi-Arabië (partner)

Het land trad in september 2014 toe tot de internationale coalitie, en nam vooral het voortouw in de bewapening van Syrische oppositiegroepen. Eind september begon het land ook deel te nemen aan de luchtaanvallen en wist daarmee vooral wagens en logistieke bases van IS te raken. Ook traint Saudi-Arabië in eigen land troepen die tegen IS vechten.

Daarnaast heeft het land 500 miljoen dollar aan humanitaire hulp van de Verenigde Naties uitgegeven in Irak.

De deelname van Saudi-Arabië is vanwege de onthoofdingen die het land zelf uitvoert enigszins controversieel onder coalitiepartners.

Verenigde Arabische Emiraten (partner)

Militaire operaties en luchtaanvallen sinds september 2014. De eerste vrouwelijke piloot uit dit land was verantwoordelijk voor de leiding van een van de missies. De Emiraten werden vanwege het grote aantal missies en de precisie waarmee ze luchtaanvallen uitvoeren genoemd als een van de belangrijkste bondgenoten van Amerika in de strijd tegen IS.

De Emiraten voeren nu echter sinds vorig jaar december geen luchtaanvallen meer uit. De reden hiervoor is bezorgdheid over de veiligheid van de vlieger naar aanleiding van de gevangengenomen en geëxecuteerde Jordaanse piloot al-Kassasbeh.

Tot zover de Arabische partners. De resterende Arabische landen vechten niet actief mee met de coalitie, maar verlenen humanitaire of symbolische steun aan de strijd.

Koeweit

Koeweit heeft grondgebied beschikbaar gesteld aan de internationale coalitie. Daarnaast stuurt het land militaire uitrusting en bewapening naar gewapende rebellen Irak. Koeweit heeft inmiddels ook 10 miljoen dollar aan humanitaire hulp uitgegeven, dit ook weer in Irak.

Oman

Oman staat officieel op de lijst van deelnemers maar heeft vooralsnog niets concreets bijgedragen.

Marokko

Marokko heeft ook een louter symbolisch lidmaatschap van de internationale coalitie. Het draagt in de praktijk niets bij aan de strijd.

Wel onderneemt het land stappen om het extremisme binnen de eigen grenzen de kop in te drukken. Het land voert op nationaal niveau een anti-terreurbeleid, dat zich onder meer uit in de arrestatie van verdachten die gelieerd worden aan IS. Ook kwam Marokko in september met een wetsvoorstel om extremistische trainingskampen te criminaliseren.

Egypte

Voor Egypte geldt min of meer hetzelfde: het land hoort officieel wel bij de internationale coalitie maar het is onduidelijk wat het precies bijdraagt in de strijd.

In oktober verklaarde de Egyptische premier Ibrahim Mahlab wel expliciet dat zijn land niet van plan was om militaire actie tegen IS uit te voeren, maar dat hij de optie wel openhoudt, mocht IS een bedreiging gaan vormen voor zijn bondgenoten, de Golfstaten.

Irak

Irak vecht binnen de eigen grenzen tegen IS. Het land vroeg Amerika in juni vorig jaar om luchtaanvallen uit te gaan voeren. In oktober riep de Iraakse regering de internationale coalitie nog eens op om een hoger aantal luchtaanvallen uit te voeren, omdat de intensiteit van de luchtaanvallen op dat moment niet voldoende sterk zou zijn om de terroristen te verdrijven.

Zelf heeft het land vanzelfsprekend zijn luchtruim geopend voor coalitiepartners die luchtaanvallen willen uitvoeren en voert het zelf een grondoffensief tegen de terroristen uit.

Libanon

Libanon vecht ook tegen terroristen binnen het eigen grondgebied. In september vroeg de Libanese minister van Buitenlandse zaken Gebran Bassil de internationale coalitie om hulp. Hij gaf daarbij aan dat Libanon niet van plan is om uitrusting of iets anders naar het buitenland te sturen, maar wil wel graag militaire hulp van de internationale coalitie zodat ze kunnen doorgaan met het bestrijden van terreur op eigen bodem.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.