Wielrennen

De Tour van 2017 saai? Vijf redenen om tóch te kijken

Door Joppe Gloerich - 01 juli 2017

Weinig Nederlandse toppers, geen Alpe d’Huez, één uitgesproken favoriet voor de eindzege. Weinig wijst erop dat de Tour de France van 2017, die vandaag in Düsseldorf begint, een editie wordt die Nederlandse wielerliefhebbers in vervoering zal brengen. Maar voorspelbaar is de Tour nooit. Daarom: vijf redenen waarom deze Tour de France anders is dan anders, en daarom toch het volgen waard.

1. Een ongewone opening

De laatste jaren begint de Tour meestal met een vlakke etappe, aan het eind waarvan een sprinter zich in het geel mag hijsen. Ook werd nogal eens gekozen voor een ouderwetse proloog, een mini-tijdrit, zoals in Utrecht in 2015.

De Tour van 2017 echter begint met een tijdrit van 14 kilometer door Düsseldorf – oftewel een kwartiertje beuken langs de boorden van de Rijn, waar meteen al significante tijdverschillen kunnen ontstaan. Dat de finishlijn is getrokken op de Roterdamer Strasse, inspireert de Schiedamse tijdritspecialist Jos van Emden hopelijk tot een topprestatie.

2. Een vroege krachtmeting

Al in etappe vijf, in de Vogezen, gaat het serieus bergop. De aankomstplaats van die dag krijgt dit jaar de prijs voor mooist klinkende aankomstplaats: La Planche des Belle Filles.

De etymologie van de plaatsnaam is een mooie. Volgens een volkslegende vluchtte in de zeventiende eeuw een groep meisjes de heuvel op om aan grijpgrage Zweedse huursoldaten te ontkomen. Boven aangekomen, stortten de vrouwen zich alsnog in de diepte: liever dood dan gevangen. Ter herinnering van dit tragische tafereel kerfde een soldaat belles filles (mooie meisjes) in een stuk hout.

Wielerlezen

Sinds De Renner (1978) van Tim Krabbé weet de Nederlandse lezer hoe goed de wielersport zich leent als thema voor een roman. Ook Volkskrant-journalist Bert Wagendorp schreef met De Proloog (1995) en Ventoux (2013) lovend ontvangen wielerromans. Minder bekend is de novelle Op de helling van Boudewijn Smid, oorspronkelijk verschenen in 2008 en recent heruitgegeven door de Arbeiderspers. Het boek verhaalt over de rivaliteit van vijf vrienden die meedoen aan de epische amateurtocht La Marmotte. Wie dit boek van Smid waardeert, leze vooral ook zijn voetbalroman De laatste zaterdag. De vele kleurrijke interviews die Elsevier-journalist Hugo Camps de afgelopen decennia maakte over wielrennen, zijn gebundeld in het boek Demarrage in geluk.

Een meer wetenschappelijke verklaring is dat La Planche des Belle Filles een verbastering is van belles fahys, een boomsoort die goed groeide op de flanken van de berg. Planche verwijst naar het nabijgelegen plaatsje Plancher-les-Mines. Woensdag 5 juli is het aan de renners om een nieuwe mythe te schrijven.

3. Vijf bergketens

Hoewel de editie van 2017 niet uitgesproken bergachtig is, zal zich een relatieve zeldzaamheid voordoen. De vijf grootste bergketens van Frankrijk – Jura, Vogezen, Centraal Massief, Alpen, Pyreneeën – zijn allemaal opgenomen in het parcours.

Dit jaar dus geen Alpe d’Huez of Mont Ventoux; wel in de route opgenomen zijn de Col du Galibier en de Izoard. Andere vermaarde cols die de renners moeten overwinnen zijn onder meer de Col du Télégraphe, de Grand Colombier en de Col de la Croix de Fer.

4. Duits-Franse as in ere hersteld

Het Grand Départ mag dan in Duitsland zijn, de enige Duitse Tour-winnaar uit de geschiedenis is niet welkom in Düsseldorf. Jan Ullrich torst een te zwaar dopingverleden met zich mee.

Duitse tv-zenders waren de vele dopingonthullingen aan het begin van deze eeuw zo zat, dat ze zich voor onbepaalde tijd terugtrokken uit de Tourkaravaan. Maar met het verstrijken van de jaren zijn het Duitse publiek en de Franse ronde weer genaderd, en hebben elkaar uiteindelijk in de armen gesloten. Nu betrapte wielrenners zeldzamer worden, keren ook de Duitse journalisten terug. ARD en ZDF doen sinds kort weer als vanouds verslag van de Tour.

Hollands glorie?

Geen Tom Dumoulin en geen Steven Kruijswijk in de Tour van 2017. Voor Nederlandse successen moeten we dit jaar vooral kijken naar Bauke Mollema (klassement), Robert Gesink (bergetappes), Dylan Groenewegen (sprint-etappes) en Jos van Emden (tijdritten).

Of ze ook weer mogen hopen op kijkcijfers zoals in de beste Ullrich-jaren, toen Duitsland tijdelijk wielergek was, hangt af van andere factoren. Met tijdrijder Tony Martin en sprintkanonnen Marcel Kittel en André Greipel herbergt het Duitse wielrennen weliswaar een paar veelwinnaars, maar ook dit jaar zal geen Duitser zich kunnen mengen in de strijd om de podiumplaatsen. Veel ogen zullen niettemin gericht zijn op de talentvolle Emanuel Buchmann.

5. Cashen als nooit tevoren

Wie wilde meedoen aan de allereerste Tour de France, in 1903, moest 20 franc inschrijfgeld betalen. Dat bleek nogal veel gevraagd: er kwamen slechts vijftien inschrijvingen. Daarop werd het bedrag gehalveerd, waardoor uiteindelijk zestig renners aan de start stonden van de eerste etappe. Die voerde over 467 (!) kilometer van Parijs naar Lyon, alwaar de renners een welverdiende beloning wachtte van 5 franc.

De Tour de France 2017 begint zaterdag 1 juli in Düsseldorf en eindigt 22 dagen en 3.540 kilometer later op de Champs-Élysées in Parijs. Het volledige parcours vindt u hier.

Wie anno 2017 met het geel in Parijs staat, is een kleine 500.000 euro rijker – al schrijft de traditie voor dat de eindwinnaar zijn teamgenoten en ploegleiding rijkelijk beloont. Voor iedere etappewinnaar ligt zo’n 11.000 euro klaar. En om de ploegen tegemoet te komen in hun onkosten tijdens de tocht door Frankrijk, krijgen ze een vergoeding van ongeveer een halve ton.

Echt lekker cashen doen de meeste renners overigens kort ná de Tour. Deelname aan de criteriums, de rondjes door Nederlandse en Vlaamse dorpskernen, levert aansprekende renners al gauw 10.000 à 15.000 euro aan startgeld op. Naar verluidt vraagt drievoudig Tourwinnaar Chris Froome een slordige 40.000 euro per optreden.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.