Nederlandse taal

Slachtofferdenken: ongemak wordt trauma

Door Lucas Gasthuis - 15 november 2018

Met AZ wil het dit seizoen niet zo lukken. Vorig jaar verging het de voetbalclub uit Alkmaar beter, hoewel tegen Feyenoord, Ajax en PSV steeds het onderspit werd gedolven. Het AD sprak vorige maand in een analyse van het hardnekkige AZ-probleem met de top-3 in de eredivisie zelfs van een ‘trauma’.

Deze aanduiding kom je vaak tegen. De Telegraaf schreef in oktober bijvoorbeeld over het gevaar van kinderen die trauma’s oplopen bij deelname aan Halloween-evenementen. En de krant had het in een recensie van het toneelstuk Troost & zonen over de traumatische ervaringen van de mannelijke hoofdpersoon die graag vrouwenkleren draagt.

Het zal duidelijk zijn dat het begrip aan inflatie onderhevig is. Aanvankelijk verwees trauma naar een fysieke verwonding. Daarna werd het een aanduiding voor ernstig geestelijk letsel. En nu wordt het al (te) snel gebruikt om een vorm van psychisch ongemak te dramatiseren.

Psychisch letsel wordt gebanaliseerd

Nieuw is deze ontwikkeling niet. Jolande Withuis publiceerde in 2002 de studie Erkenning. Van oorlogstrauma naar klaagcultuur. De socioloog, die op 7 december in Leiden de Huizinga-lezing uitspreekt, signaleerde een banalisering van de term ‘trauma’ die aansluit bij de opmars van het slachtofferdenken in de samenleving.

Media en belangenbehartigers werpen zich volgens Withuis gretig op groepen die onvrede en ontgoocheling tot trauma verheffen. Waarmee het zicht verloren gaat op mensen die echt door gruwelen getraumatiseerd zijn.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.