Expositie

Koninklijke ballingen in Den Haag

Door Carla Joosten - 16 mei 2019

Vier eeuwen geleden werden ze koning en koningin van Bohemen en al na een jaar waren ze het eerste koningspaar van de hofstad. Tijd om banden aan te halen.

Een zinderend hofleven, een excentrieke koningin die strenge dominees trotseerde met diepe decolletés en de eerste steen legde van Huis ten Bosch. Den Haag leefde op in 1621. Er was een koningspaar komen wonen: winter­koningin Elizabeth Stuart en winter­koning Frederik V.

Eigenlijk lag hun thuisbasis in Heidelberg, in de Palts. Daar woonden ze toen Frederik van de Palts in 1619 tot koning van Bohemen werd gekozen.

De kroning in Praag, vier eeuwen geleden, wordt in oktober gevierd met een expositie over het paar in het Kurpfälzisches Museum in Heidelberg. Vanuit Den Haag gaan er schilderijen naartoe en er komt een studentenuitwisseling tussen Duitsland en Nederland.

Winterkoning Frederik V, zo genoemd omdat hij één winter regeerde; winterkoning Elizabeth Stuart, de vrouw van Frederik V

Na een winter hield het regeren al op voor Frederik V

Wie waren de winterkoning en winterkoningin? Elizabeth Stuart (1596-1662) en keurvorst Frederik V (1596-1632) trouwden in 1613 in Londen. Frederik had als jonge keurvorst een koninklijke partij geschaakt.

Hij was de kleinzoon van Willem de Zwijger en vorst van een van de vorstendommetjes in het toenmalige Duitse rijk. Zij was de dochter van koning Jacobus I van Engeland. Per schip kwamen ze aan in Vlissingen, waar ze werden begroet door de prinsen Maurits en ­Frederik Hendrik van Oranje-Nassau, ooms van de bruidegom. De moeder van de jonge Frederik was een dochter uit het derde huwelijk van Willem van Oranje met Charlotte van Bourbon.

De jonggehuwden streken neer in het beroemde slot van Heidelberg. Maar zes jaar later, in oktober 1619, werd Frederik door het koninkrijk Bohemen tot koning gekozen en toog het paar met een 568-koppige hofhouding naar Praag. Na een winter al hield het regeren op en ontvluchtten ze Bohemen.

Sindsdien heten ze winterkoning en winterkoningin. Ze waren de Palts ook al kwijtgeraakt aan de Spanjaarden en gingen in 1621 in ballingschap in de ­Republiek der Verenigde Nederlanden.

Elizabeth gedroeg zich als een echte koningin

In Den Haag vestigden ze zich in een huis van Johan van Oldenbarnevelt, het Hof van Wassenaer aan de Kneuterdijk, in de volksmond al snel Hof van Bohemen. Het hedendaagse Den Haag hield er de wijk Bohemen aan over.

De hofhouding, in het begin ongeveer tweehonderd mensen en honderd paarden, werd bij particulieren en herbergen ondergebracht. De Staten-Generaal zagen bezorgd toe hoe een buitenlandse vorst en zijn strijdlustige vrouw oorlogsconcepten bedachten op Hollandse bodem. Het paar troggelde de Staten zelfs geld af.

 De koningsdochter hield naast honden ook aapjes

Intussen floreerde het hofleven. Er werd gejaagd en de twee bouwden een jachtslot in Rhenen. De kinderen werden voor hun opvoeding en studie naar Leiden gestuurd.

Elizabeth gedroeg zich als een echte koningin. Haar huizen hingen vol tapijten met bijbelse en antieke taferelen met ertegenaan schilderijen van onder anderen Michiel van Mierevelt en ­Gerard van Honthorst. De Engelse koningsdochter hield naast honden ook aapjes in huis en bekleedde de wanden van haar paleisje na het overlijden van Frederik met zwart fluweel.

Nadat haar hofdame Amalia van Solms met Frederik Hendrik, prins van Oranje, was getrouwd, groeide de rivaliteit tussen de dames. Naar Nederlandse begrippen waren Amalia en haar man het aanzienlijkst, maar de status van de koninklijke ballingen was hoger. Amalia liet Huis ten Bosch bouwen, maar de winterkoningin mocht de eerste steen leggen.

Elizabeth deed met haar zonen Rupert en Maurits – zij had dertien kinderen gebaard – pogingen om Bohemen terug te winnen. Dat lukte alleen met de Palts rond Heidelberg, maar financieel zat de winterkoningin aan de grond. Ze had een schuld aan de Haagse middenstand van 625.000 gulden. Berooid keerde ze terug naar Engeland.

Expositie in Heidelberg

In de galerie Hoogsteder & Hoogsteder aan de Haagse Lange Vijverberg zijn de plannen voor de viering van de vierhonderdjarige geschiedenis van het koningspaar onlangs beklonken. Dat gebeurde voor een kopie van het schilderij van de Hortus Palatinus van Jacques Fouquières. Frederik liet de terrassentuin, destijds gezien als achtste wereldwonder, in 1614 voor zijn bruid aanleggen bij het Heidelbergse slot.

Kunsthandelaar Willem Jan Hoogsteder (59) studeerde af op de geschiedenis van het koningspaar en vindt geregeld een haakje om de twee onder de aandacht te brengen. Dit keer is dat een expositie in Heidelberg, getiteld Köningskinder, waarvoor Hoogsteder schilderijen levert.

Tegelijk maken advocaat Willem van der Werf (41) en bankier Alexander Huiskes (45) zich sterk om de banden tussen Duitsland en Nederland aan te halen. Van der Werf studeerde aan de historische universiteit van Heidelberg en Huiskes in München. Ze verpandden hun hart aan Duitsland en richtten een stichting op die Nederlandse studenten stimuleert in Duitsland te studeren, en omgekeerd. Ze hopen, met steun van sponsors, studiebeurzen te regelen.

Voor de tentoonstelling wordt nog geld ingezameld om bruiklenen mogelijk te maken. Schilderijen zijn er volop, want de eerste koning en koningin van Den Haag lieten zich graag voor de eeuwigheid vastleggen.

De opening van de expositie in Heidelberg geschiedt 6 oktober door hertog Franz von Bayern, hoofd van het Huis Wittelsbach. Dit uit de twaalfde eeuw stammende vorstenhuis wordt gekoesterd in Duitsland, dat allang geen monarchie meer is.

Hortus Palatinus bij burcht van Heidelberg

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.