Interview

Het is Tarantino versus de hippies in nieuwste film

Door Diederik van Hoogstraten - 15 augustus 2019

In Once Upon a Time in Hollywood neemt Quentin Tarantino de jaren zestig genadeloos onder de loep. ‘Alsof al je eerdere films in één film samenkomen.’

De nieuwe film van Quentin Tarantino is een buddy comedy. Een crime drama. Een semi-historische fabel. Een liefdesverklaring aan de vergane glorie van Hollywood. Een bron van controverse rond Bruce Lee. Een masterclass in acteren van Brad Pitt, Leonardo DiCaprio en Margot Robbie, met steun van Al Pacino.

Maar voor scenarist/regisseur Tarantino is zijn negende speelfilm vooral een ode aan de plek van zijn jeugd. De 56-jarige filmmaker bracht als kind veel tijd door in Hollywood: de naam mag voor de rest van de wereld symbool staan voor de filmwereld, voor Tarantino is het een brandpunt uit zijn jeugd.

‘Het is in de eerste plaats een stad,’ zegt Tarantino tijdens een gesprek met buitenlandse journalisten in Beverly Hills. ‘Geen eufemisme of metafoor, maar een echte plek waar ik toen was, als kind. Ik herinner me de muziek, de lokale radiostations, de kindercartoons op de tv.’

Geen wonder dat al die elementen opduiken in de met lof overladen film. De radio-presentatoren zijn in zekere zin de vertellers. Tekenfilms en radiomuziek zorgen voor een bewegend behang achter dit eerst voortkabbelende, dan explosief verrassende verhaal.

Hij vergelijkt de film met Roma, de Oscar-winnaar van Alfonso Cuarón, waarin die zijn eigen jeugd in Mexico onder de loep nam. Memory pieces, noemt Tarantino zulke films: verhalen gebouwd op herinneringen. ‘Ik denk dat ik een unieke positie heb: oud genoeg dat ik er destijds zelf bij was, maar ook weer niet zo oud dat ik geen levendige film kan maken over die periode.’

Lees ook de recensie van Tarantino’s nieuwste film: ‘Goede cast, absurdistische dialogen en tamelijk onnodig excessief geweld(****)’

Vol nostalgie

In Once Upon A Time in Hollywood speelt DiCaprio een aan lager wal geraakte westernacteur, Rick Dalton, die probeert nog wat van zijn loopbaan te maken. Brad Pitt speelt Cliff Booth, vaste stuntman van Dalton. Het is 1969 en de twee oude vrienden drinken enorme hoeveelheden alcohol terwijl ze door een schilderachtig in beeld gebracht Los Angeles rijden en flirten met de ‘fucking hippies’, meiden die ze tegelijk vervloeken als vervuild en losgeslagen.

Toevallig is Rick in dit verhaal de buurman van regisseur Roman Polanski en de actrice Sharon Tate (een rol van Robbie). In de werkelijkheid is Tate vermoord door leden van de satanische hippie-sekte van Charles Manson. Maar in deze alternatieve realiteit – een soort droomversie – proberen de sekteleden Booth en Dalton om zeep te brengen, zodat Tate in leven kan blijven.

Hoe het allemaal afloopt, moeten we niet verklappen. Laten we zeggen dat de Tarantino-achtige, extreem gewelddadige scènes aan het einde zowel beperkt als essentieel zijn voor het verhaal. (Let vooral op de bijrol van de formidabele hond van Booth.) En de manier waarop Tarantino speelt met de ‘wat als’-vraag is inspirerend: zou Tate een grote naam in Hollywood zijn geworden? Zou Polanski bij haar zijn gebleven, en zich wellicht niet hebben vergrepen aan minderjarige meisjes?

Net als bij zijn eerdere films zit er nostalgie in deze film. Tarantino lijkt te verlangen naar de tijd waarin Polanski, Warren Beatty, een jonge Bruce Lee en ander grootheden elkaar tegenkwam in de heuvels van Hollywood. Maar hij ontkent dat het een nostalgisch werk is. ‘Het was een interessante tijd. De explosie van hippie Hollywood. Dat duurde maar kort: hippie Hollywood wàs Hollywood in 1969. Een film waar ze aan begonnen waren in ’65 zag er in ’69 hopeloos gedateerd uit. Maar een film die in ’69 uitkwam, zag er eind ’70 weer achterhaald uit. Het is een lens om te kijken naar een subcultuur. Ik zie het meer als antropologie dan nostalgie.’

Tegen de hippies

Kleine controverses zijn vaste ingrediënten in Tarantino-films, die altijd met veel omhaal in roulatie gaan. Dit keer nemen sommige Bruce Lee-fans het Tarantino kwalijk dat hij Lee neerzet als een arrogant ventje die ook nog eens een flink pak slaag krijg van Booth. Tarantino haalt er zijn schouders over op: Lee wàs arrogant, betoogt hij, en de fictieve Booth is nu eenmaal een geweldenaar.

Er is opgemerkt dat Once Upon A Time In Hollywood in wezen een conservatieve film is. De hippies, en zeker de aanhangers van Charles Manson op hun afgelegen ranch,  worden zonder context of begrip in beeld gebracht. Zij zijn de stinkende, wiet rokende, lethargische, vrijuit seks hebbende bad guys, punt. Tegelijkertijd wordt hard werk beloond, terwijl ook de conservatieve boodschap doorklinkt dat acties consequenties met zich meebrengen.

Tarantino is niet ingegaan op de politiek-culturele boodschap. Maar de Los Angeles Times – die de film ‘nostalgie-porno’ noemt – zei het zo: ‘Met Once Upon a Time in Hollywood kunnen we het idee dat Hollywood links is wel vergeten. Een branche die op deze manier een tijdperk idealiseert van studio-macht, agenten en blanke buddy movies kun je moeilijk progressief noemen.’

Is het zijn beste film, zoals sommige recensenten zeggen? Tarantino waagt zich niet aan zo’n oordeel, al houdt hij wel voet bij stuk over zijn aloude belofte dat hij tien films zal maken, niet meer en niet minder. Dit zou dus zijn op een na laatste kunststukje zijn.

Dat Once Upon A Time In Hollywood een soort kroonjuweel is, aanvaardt hij wel. ‘Toen mijn assistent-regisseur het scenario las, zei hij: dit is alsof al je eerdere films in één film samenkomen. Ik zeg: eh, ja, eh, nee, maar ik begrijp wat je bedoelt.’

Hij lacht. ‘Hoe dan ook, als je fan bent van mijn films, dan zal je hier zeker enkele wegwijzers en verwijzingen tegenkomen.’

Once Upon A Time In Hollywood van Quentin Tarantino draait vanaf 15 augustus in de bioscoop.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.