cultuur

Hoe Krim-kunst teruggeven een politieke beslissing wordt

Door Anne-Marie Spermon - 22 augustus 2014

Het Allard Pierson Museum durft hun collectie Krim-goud voorlopig niet terug te geven aan Rusland of Oekraïne. Beide landen claimen dat zij de rechtmatige eigenaar van de uitgeleende kunst zijn.

Het museum zelf durft, ondanks langdurig eigen juridisch onderzoek naar de kwestie, geen van beide landen gelijk te geven en wil nu een gerechtelijke uitspraak afwachten. Tot die er is bewaart het museum het Krim-goud zelf. Het Russische ministerie van cultuur is daar bepaald niet blij mee; het besluit is volgens de Russen ‘ongerechtvaardigd‘.

Hoofdreden voor de beslissing is dat het kiezen van een kant – en dus het teruggeven van de stukken aan Oekraïne of Rusland – ‘vrijwel zeker zou leiden tot een claim van de andere partij, een voor het Allard Pierson Museum groot risico’.

Annexatie

Sinds eind maart dit jaar weegt de geleende Krim-kunst als een loden, of liever gezegd, gouden last op de schouders van het Amsterdamse Allard Pierson Museum. Want van wie zijn de stukken nou eigenlijk? Hier lijkt een betrekkelijk eenvoudig antwoord op te zijn: van de musea die de schatten in februari dit jaar aan het Allard Pierson leenden.

Toch is de juridische status van de collectie onduidelijk sinds de Krim zich in maart afscheidde van Oekraïne. Vier van de Oekraïense musea die de stukken te leen gaven staan op de Krim. Zij willen de gouden voorwerpen en sieraden graag terug, en vroegen hier snel na de annexatie om.

Inpikken

Ook Oekraïne trok eind maart bij het Allard Pierson aan de bel. Zij zagen het opeisen van de stukken door de Krim-musea als in inpikactie van hun kunst door de Russen, en beschuldigden hun buren ervan de collectie bij de Hermitage te willen inlijven.

Volgens de Oekraïners behoort de collectie aan hen toe, omdat alle uitgeleende voorwerpen staatseigendom zijn. Ook heeft het Allard Pierson Museum in de bruikleenovereenkomst beloofd dat Nederland zal proberen te voorkomen dat ‘derden’ de stukken claimen.

Maar sinds de Krim zich bij Rusland heeft aangesloten geeft het begrip ‘staatseigendom’ niet zoveel duidelijkheid meer. Het feit dat Nederland niet, maar Rusland wel de annexatie erkent, maakt het dispuut er niet eenvoudiger op.

Unesco

Bovendien vindt Rusland dat de Krim-musea helemaal geen ‘derden’ zijn. De Russen en de musea zelf, beroepen zich op tal van conventies en adviezen van Unesco, de cultuurorganisatie van de Verenigde Naties. Unesco pleit over het algemeen dat uitgeleende stukken terug horen te gaan naar de musea waarvan de kunst afkomstig is.

De collectie, die onder de naam ‘De Krim – Goud en Geheimen van de Zwarte Zee’ is tentoongesteld, draait om archeologische vondsten van het schiereiland de Krim.

De Internationale vakorganisatie van musea, ICOM, benadrukt in haar Code of Ethics dat musea het cultureel eigendom van een land, streek of volk moeten respecteren en terugkeer van kunst naar de oorspronkelijke eigenaren mogelijk moeten maken.

Het politiek getouwtrek is dus nog niet voorbij; het is wachten tot een rechter het Allard Pierson Museum meer inzicht verschaft.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.